Sinds 2011 escaleert de activiteit van islamistische groeperingen in de Sinaï-woestijn aan een gestaag tempo. Twee weken geleden vond nog een van de meest dodelijke aanslagen van de laatste jaren plaats in dit gebied toen de Sinaï-provincie van terreurgroep Islamitische Staat een Egyptische militaire basis aanviel. Dergelijke aanslagen op Egyptische ordetroepen zijn schering en inslag in de Sinaï en de regering slaagt er niet in om het desolate gebied onder controle te krijgen ook al probeert ze wel: enkele uren geleden schakelden Egyptische troepen 30 extremisten uit.

De dynamiek die er voor zorgde dat groeperingen in de Sinaï in 2011 in opstand kwamen is zeer vergelijkbaar met wat zich rond dezelfde periode in Syrië en Irak afspeelde. Al deze gebieden bestaan voornamelijk uit Soennitische bevolkingen die in gebieden wonen met beperkt economisch potentieel. Dit zorgde natuurlijk over de jaren heen dat deze bevolkingen door de centrale regeringen achtergesteld werden met minieme investeringen in de lokale infrastructuur, economie of zelfs op sociale vlak. Hierdoor zijn deze centrale regeringen uiteraard niet bijzonder populair bij de lokale bevolkingen en vormt er zich een voedingsbodem voor verzet.

Van Mubarak naar Islamitische Staat

In 2011, toen de Arabische Lente plaatsvond in Egypte en de regering van Hosni Moebarak omver geworpen werd, zorgde dit voor een duidelijke afname van de capaciteit om veiligheid in de Sinaï te verzekeren. Het leger en de politie hadden de handen vol met onlusten in het Egyptische hartland rond de Nijl-delta. Dit zorgde ervoor dat extremistische elementen in de Sinaï meer vrijheid kregen en hun opstand konden bewerkstelligen.

Terwijl dit in Syrië zorgde voor de opkomst van de Islamitische Staat, kwam in de Sinaï de groep Ansar Bait al-Maqdis naar voren. Deze groep richtte zich origineel vooral tegen Israël, maar sinds 2013 voert de groep een harde campagne van geweld tegen Egyptische veiligheidstroepen in de Sinaï.

Eind 2014 legde de groep ook een eed af aan de Islamitische Staat, waardoor ze nu bekend staan als de Sinaï-provincie van de Islamitische Staat. Deze beslissing kwam onder andere na het omverwerpen van de Egyptische President Mohamed Morsi, een aanhanger van de Moslimbroederschap, en zijn vervanging door generaal Abdel Fatah al-Sisi. 

Onder de vlag van de Islamitische Staat legde de groep zich nog verder toe op aanslagen tegen het Egyptische leger en politie-eenheden. Dit voornamelijk in de Sinaï zelf. In andere delen van Egypte zijn ook radicale islamitische groeperingen actief, maar hun aanslagen zijn minder frequent dan die in de Sinaï-woestijn. Deze groepen hebben ook geen eed afgelegd aan de Islamitische Staat en richten zich meer op de Egyptische staat zelf in plaats van het oprichten van een apart kalifaat.

Balanceren van belangen in de Sinaï

De woestijn is voor Egypte echter meer dan enkel wat zandgebied waarin terroristen zich schuilhouden. De regio is een belangrijk gebied voor de relaties tussen Caïro en andere landen in het Midden-Oosten. Het gebied zelf is ook onderhevig aan een akkoord tussen Israël en Egypte dat onder meer het aantal militaire eenheden dat Caïro in het gebied kan ontplooien beperkt.

Volgens het vredesverdrag dat in 1979 werd afgesloten trok Israël zich terug uit de Sinaï, en kreeg Egypte de controle over het gebied terug, maar mag Egypte enkel een beperkte veiligheidsmacht in de Sinaï onderhouden zodat deze geen bedreiging voor Israël zou kunnen vormen. Israël heeft echter ook geen baat bij de activiteiten van radicale terroristengroeperingen in de Sinaï en Egypte kreeg reeds meerdere malen de toestemming om extra troepen in de Sinaï binnen te brengen om veiligheidsoperaties uit te voeren.

Langs dezelfde grens, verbindt de Sinaï Egypte ook met de Gazastrook. Daar onderhoudt Egypte relaties met het radicale Hamas en dit heeft op zich natuurlijk ook weer een impact op die relaties met Israël. Hamas zelf staat bijzonder vijandig tegenover Israël, maar tegelijkertijd zorgt Hamas ervoor dat radicale salafistische groeperingen geen grotere houvast krijgen in de Gazastrook.

Egypte werkt daarin samen met Hamas en probeert zo ook de smokkel van verboden goederen of wapens via tunnels tussen Gaza en de Sinaï tegen te gaan. Deze smokkel is niet enkel een bron van inkomsten voor Islamitische Staat, maar laat IS ook toe om personeel en materiaal tussen de Gazastrook en de Sinaï te verplaatsen.

Binnen de Sinaï bevinden zich uiteraard ook burgers die geen deel uitmaken van de Islamitische Staat. Het gaat dan vooral om Bedouinen die in de Sinai hun geld verdienen met handel. Zij hebben dan wel weer financieel te verliezen door het platleggen van de smokkel-activiteiten. Voor Caïro is het dus zeer moeilijk om een positie te bewandelen die enerzijds de Islamitische Staat het leven lastig maakt in de Sinaï maar tegelijk de lokale bevolking niet verder tegen de regering keert. De voornamelijk militaire aanpak van het conflict zorgt ook frequent voor schade aan civiele infrastructuur of het verlies van levens, maar voor verdere ontwikkeling van de Sinaï is er ook weinig potentieel door het ontbreken van echte legitieme economische activiteit in de regio.

ADVERTENTIE