In Nederland is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het invoeren van de omstreden ‘Aftapwet’. Hiermee krijgen de inlichtingendiensten ruimere bevoegdheden in de strijd tegen het terrorisme.

De zogenoemde ‘Aftapwet’ staat de inlichtingendiensten toe om grote hoeveelheden internetverkeer af te tappen. Eerder dit jaar stemde de Tweede Kamer al in met het wetsvoorstel, nu volgt dus ook de Eerste Kamer. Volgens de bevoegde minister Ronald Plasterk (PvdA) waren de huidige regels dusdanig verouderd dat een update nodig was. Het wetsvoorstel is niet onomstreden en oogstte intussen al veel kritiek.

Aanzienlijke schaalvergroting

De nieuwe wet, die op 1 januari volgend jaar ingaat, staat de inlichtingendiensten AIVD en MIVD toe om zogenoemde metadata te verzamelen. Zo kan men bijvoorbeeld zien met wie iemand communiceert, welke websites de persoon bezoekt en waar iemand zich bevindt. Daarnaast is er ook een aanzienlijke schaalvergroting voorzien. Men kan dankzij de nieuwe wet gehele wijken aftappen, of alle verkeer bijhouden tussen Nederland en een bepaald land, bijvoorbeeld Syrië.

Als in de verzamelde data iets staat wat de interesse opwekt kan de inlichtingendienst besluiten om verder onderzoek in te stellen. Gegevens die als relevant beschouwd worden kunnen 3 jaar worden bijgehouden.

Voor het verkeer mag worden afgeluisterd is er eerst toestemming nodig van de Minister van Binnenlandse Zaken of Defensie. Ook komt er een nieuwe toetsingscommissie die het verzamelen van grote hoeveelheden informatie moet goedkeuren. Daarnaast blijft ook de bestaande Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) achteraf toezicht houden op het vergaren van de informatie.

De vernieuwing van de wet was nodig volgens het kabinet. De oude wet dateert immers al van 2002. Volgens deze wet was het alleen toegestaan niet-kabelgebonden verkeer af te tappen. Tegenwoordig verloopt er echter steeds meer verkeer via kabels dus achtte men een vernieuwing van de wet nodig.

Kritiek

Het wetsvoorstel kreeg ook al redelijk wat kritiek te verduren. Zo vinden de critici dat er te veel informatie verzameld kan worden en dat de bevoegdheden te ver gaan. Daarnaast vinden zij dat er nog altijd niet genoeg toezicht is, dat de bewaartermijn van de data te lang is en dat de wet op veel punten te vaag is.

Men vreest een te grote inbreuk op de privacy van de burger. De nieuwe wet staat ook toe anonieme bronnen van journalisten te achterhalen. Ook mag de vergaarde data met bondgenoten gedeeld worden, zelfs nog voor die door de inlichtingendienst AIVD gezien is. Verschillende organisaties -onder meer ‘Privacy First’ en de Nederlandse Verenigingen van Journalisten en Strafrechtadvocaten- kondigden intussen al aan een rechtszaak te zullen aanspannen.

Het wetsvoorstel werd met een ruime meerderheid goedgekeurd in de Eerste Kamer. De VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, 50Plus en de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) stemden voor. De SP, GroenLinks, Partij van de Dieren en D66 stemden tegen. Aanvankelijk stond de PvdA ietwat kritisch tegenover het voorstel maar na toezeggingen van minister Plasterk lieten zij zich alsnog overtuigen.