Antwerps OCMW-voorzitter Fons Duchateau (N-VA) houdt voet bij stuk. De privésector moet volgens hem mee kunnen dingen naar de uitbating van sociale centra. De schandalen die de afgelopen maanden aan het licht kwamen sterken Duchateau in zijn overtuiging. Ook haalt Duchateau in zijn interview met Het Laatste Nieuws opnieuw uit naar Unia: “Unia doet aan politiek. Niet hun taak”.

De linkse oppositiepartijen PVDA, Groen en sp.a nemen Duchateau vaak in het vizier voor zijn “hardvochtig sociaal beleid”. De N-VA-politicus laat dat echter niet aan zijn hart komen.

“Ik zal nooit een socialist zijn”

“Ik zal nooit een socialist zijn, maar ik ben wél sociaal”, zegt Duchateau aan Het Laatste Nieuws.Laat links gerust schieten. Ik wil elke kiezer kunnen zeggen: ja, het OCMW besteedt veel geld. Maar op een correcte manier. Wie niet zelfredzaam kan zijn, zullen we blijven helpen. Alle andere leefloners zullen we leren hoe ze hun leven kunnen organiseren. Zonder dat een maatschappelijk werker hun hand vasthoudt.”

Privébedrijf G4S trok zich vorige maand terug uit daklozenprojecten. De oppositie noemde het een overwinning, maar Duchateau vindt niet dat hij verloren heeft. “In tegenstelling tot de oppositie rijd ik niet voor een bepaalde organisatie. Ik werk voor de kansarmen. Ik loop wel eens met mijn kop tegen de muur, maar breek ook muren af.”

Hulp op maat

Duchateau wil meer transparantie in de financiën van de talloze vzw’s die met belastinggeld taken uitvoeren. Als voorbeeld haalt hij vzw Solentra aan, een vzw die jonge vluchtelingen psychologisch begeleidt, maar riante vergoedingen en bonussen uitkeerde aan haar bestuurders.

“Vandaag is de hulp te veel op maat gemaakt van de hulpverstrekker. Dat moet in de toekomst op maat van de hulpbehoevende”, aldus de OCMW-voorzitter. 

“Unia doet aan politiek. Niet hun taak”

Het boerkiniverbod is “totaal niet” discriminerend, zegt Duchateau ook in het interview. De N-VA’er haalt opnieuw sterk uit naar de rol van Unia dat zich heeft opgeworpen als tegenstander van het verbod. Volgens het Interfederaal Gelijkekansencentrum – ofte Unia – is dat verbod namelijk discriminerend.

“In mijn ogen is de boerkini een groter probleem dan de hoofddoek. Daar gaat het nog om een individuele keuze van hoe je je wil uiten. Een boerkini verwerpt de gelijkheid van man en vrouw. Wel, onze samenleving moet de lijn trekken. Zwemmen in badpak is hier normaal, we willen die boerkini niet”, zo licht de OCMW-voorzitter zijn standpunt toe.

Unia haalde aan dat er verschillende klachten over het verbod werden ingediend, maar “wij weten van één klacht. Unia creëert een probleem dat niet bestaat. Unia zou meer aanvaard worden als het zich óók focuste op het lot van meisjes die zich ‘te mooi’ kleden en daarvoor lastig worden gevallen. Unia doet aan politiek. Niet hun taak”, aldus nog een vastberaden Duchateau.

2 REACTIES

  1. Voet bij stuk houden mr. Duchateau, het extreem-linkse UNIA zal steeds onze waarden en gebruiken bestempelen als racistisch en onverdraagzaam. De Vlamingen weten wel beter. Maar, bij woorden horen daden. En wanneer ik uw collega’s Demir en Francken hoor zeggen dat UNIA eigenlijk beter financieel zouden gekortwiekt worden dan moet ik helaas vaststellen dat hun dotatie werd verhoogd ipv verlaagd. Nochtans zit uw partij aan de knoppen van de macht, niet?

  2. Men gaat zoals steeds voorbij aan de vraag in hoeverre de hulpbehoevenden in kwestie werkelijk hulpbehoevend zijn. Draagt men zelf de verantwoordelijkheid om iets te maken van het leven, en in hoeverre moet men de consequenties van persoonlijk falen ten laste leggen bij ‘de samenleving’, i.e. de belastingbetaler. Onze verzorgingsstaat bestendigt een klimaat van slachtofferschap, passiviteit, anti-sociaal en parasitair gedrag en vernietigt de economische motivatie om te werken. Het is een trieste vaststelling dat men onvoldoende middelen heeft om de leefomstandigheden van mensen die werkelijk hulpbehoevend zijn te verbeteren, terwijl mensen die de keuze maken om zichzelf afhankelijk te maken van de overheid worden geëxcuseerd en gepamperd.

    Dit is tevens een voorbeeld van de haast pathologische gewoonte van moderne politici om onze taal te misbruiken. Een ‘sociaal’ beleid wil kennelijk zeggen dat men steeds hogere belasting heft op een steeds kleiner wordende actieve groep om een steeds groter wordende passieve groep te subsidiëren. Het is degoutant om te zien hoe politici andermans geld doorgeven en vervolgens beweren ‘sociaal’ te zijn.