Op dinsdag organiseerde de N-VA een lezing over de situatie van religieuze minderheden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De aangenomen resoluties ter bescherming van deze minderheden die er kwamen op aansturen van de partij werden er toegelicht.

De lezing begon met een situatieschets van de religieuze minderheden in de regio door staatssecretaris van Asiel & Migratie Theo Francken. Daarna werden door Karel Vanlouwe en Peter Luykx de resoluties voorgesteld die ervoor pleiten om van de bescherming van religieuze minderheden een speerpunt in het buitenlands beleid te maken. Daarnaast waren ook Mark Geleyn, oud-ambassadeur aan Israël en Duitsland, en Dibo Habbabé, Syrische priester en doctor aan de KUL, als gastsprekers aanwezig.

Dreiging niet enkel vanuit IS

In zijn inleiding maakte Theo Francken de vergelijking tussen de historische situatie van de Joden in Europa en de christenen in het Midden-Oosten. Volgens de staatssecretaris wisten zij, hoewel zij beiden een minderheid zijn, dankzij goed onderwijs, hard werken en een sterk onderling vertrouwen ver boven hun numerieke gewicht boksen op cultureel, intellectueel en economisch vlak.

Naast de evidente tragiek voor de minderheden zelf zou hun verdwijning ook voor de regio zelf een zware klap betekenen. Francken maakte hierbij de vergelijking tussen het verlies aan menselijk kapitaal dat gepaard ging met de uitwijking van protestanten uit Vlaanderen naar het Noorden tijdens de Nederlandse opstand.

De staatssecretaris wees er ook op dat het gevaar voor deze minderheid niet alleen uit de jihadistische hoek van bijvoorbeeld IS komt, ook vanuit islamistische hoek worden zij bedreigd. Hij verwees onder meer naar de situatie van de kopten in Egypte die bedreigd werden door de Moslimbroederschap.

Resoluties in beleid omzetten

Hierna was het de beurt aan parlementsleden Peter Luykx en Karel Vanlouwe om de resoluties toe te lichten. Het is de bedoeling dat deze resoluties, die zowel op Vlaams als op federaal niveau zijn aangenomen, ook in beleid worden omgezet.

Volgens de resolutie die unaniem en over de partijgrenzen heen werd goedgekeurd in de commissie Buitenlandse Zaken en morgen goedgekeurd wordt in het federale parlement moet er zonder voorbehoud de aandacht gevestigd worden op wat er gebeurt in het Midden-Oosten. Dit moet een prioriteit vormen in het buitenlands beleid. Ook werd benadrukt dat deze resolutie zich niet exclusief toespitst op het Midden-Oosten, maar dat ook bijvoorbeeld de vervolging van christenen in Noord-Korea onder deze resolutie zou vallen.

Er werd vorige week een gelijkaardige resolutie goedgekeurd in het Vlaamse parlement. Volgens deze Vlaamse resolutie is het ook de bedoeling dat, hoe moeilijk dit ook soms lijkt, alle misdaden tegen religieuze minderheden aanhangig gemaakt moeten worden bij het internationaal gerechtshof in Den Haag.

Diplomatie

Na de toelichting van de resoluties was het de beurt aan oud-diplomaat Mark Geleyn. Hij trachtte enkele denkpistes uit te zetten over hoe men deze resoluties in diplomatieke daden kan omzetten. Zo zou men de ambassadeur van een bepaald land waarover zorgen bestaan kunnen convoceren. Daarnaast kan men ook van de bezorgdheden een gesprekspunt maken tijdens bilaterale bezoeken. Tot slot kan men ook dissidenten en religieuze leiders in ons parlement uitnodigen.

Hij lichtte ook enkele kenmerken toe die eigen zijn aan het Midden-Oosten, waarmee men rekening dient te houden. Zo is er het concept van de ‘linkage’, oftewel ‘voor wat hoort wat’, dat eigen is aan autoritaire regimes maar waar wij in het Westen niet vertrouwd mee zijn. Hiermee geconfronteerd geeft het Westen meestal toe. Denk maar aan de vluchtelingendeal met Turkije.

Het thema dat men aankaart is ook van belang. Zo zal men volgens de oud-ambassadeur het gesprek vaak simpelweg stopzetten in het Midden-Oosten als men LGBT- of vrouwenrechten aankaart. Daartegenover staat wel dat men, zij het vaak afstandelijk, zal luisteren als men religieuze thema’s aankaart.

Na de lezing stond oud-ambassadeur Mark Geleyn SCEPTR nog kort te woord. Over de vraag of de christelijke minderheid in het Midden-Oosten nog überhaupt een toekomst heeft was hij somber. Hij haalde daarbij het voorbeeld aan van de tien miljoen kopten in Egypte. Dezen zouden volgens hem op lange termijn enkel kunnen overleven als zij zich zouden afscheiden van de rest van de maatschappij.

Pleidooi om Syrische katholieken op te nemen

Tot slot was Dibo Habbabé, die Thomas als religieuze naam gekozen heeft, aan het woord. Deze priester is de leider van de Syrische katholieke gemeenschap in België en behaalde zijn doctoraat aan de KUL.

Habbabé kaartte de neergang van de christenen in het Midden-Oosten aan. Ook al behoorden zij in veel gevallen tot de oudste christelijke gemeenschappen en ook al kunnen zij vaak als erfgenamen van oude beschavingen gezien worden zijn zij geleidelijk door vervolging, demografische factoren en immigratie tot een minderheid gekrompen.

Volgens hem dragen ook de christenen zelf verantwoordelijkheid voor deze neergang. Hiermee doelde hij op de onderlinge verdeeldheid en ruzies tussen de christenen, zo zijn zij verdeeld over etnische, culturele en doctrinaire lijnen. Als voorbeeld haalde hij Aleppo aan, dat voor de oorlog zo’n 250.000 christenen telde, oftewel zo’n 12% van de bevolking van de stad. In Aleppo alleen al zijn er zo’n 9 bisdommen, elk voor een verschillende kerk.

De Arabische Lente is volgens hem voor de christenen in de regio eerder een islamitische herfst. En dit op een moment dat Europa zich in veel opzichten lijkt te schamen voor haar christelijke erfgoed en Rusland wel volop de christelijke kaart trekt.

Hij eindigde met een pleidooi om Syrische katholieken in ons land op te nemen. Zij verdienen volgens hem onze aandacht omdat ze het zwakste element zijn in de regio en niet gewapend zijn. Daarnaast zouden zij een verrijking voor onze samenleving betekenen, mede omdat ze net als ons katholiek zijn.

Hij dankte ook in naam van de Syrische katholieke gemeenschap van België staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken, aan wie velen van hen hun leven te danken hebben volgens de priester. In het publiek bevonden zich ook een aantal van deze Syrische katholieke vluchtelingen.

ADVERTENTIE