Nu kersvers president Emmanuel Macron ‘gesetteld’ is en een meerderheid in het Franse parlement heeft weten behalen, kan zijn regeerperiode beginnen. In zijn buitenlandbeleid blijkt Macron de focus te leggen op terreurbestrijding. Meer bepaald de landen in de Sahel, een Afrikaanse regio die al decennia te kampen heeft met islamitische terreurorganisaties, mogen op Franse bijstand rekenen.

Sinds Frankrijk in 2013 de islamistische opstand in het noorden van Mali neersloeg, heeft de VN er een militaire troepenmacht gestationeerd die toeziet op de veiligheid in de regio. President Macron drijft de steun nu op en belooft 8 miljoen euro voor de G5-Sahel, een samenwerkingsverband tussen Mali, Burkina Faso, Mauritanië, Niger en Tsjaad.

Investeren in terreurbestrijding

De G5-Sahel werd aanvankelijk in het leven geroepen om gezamenlijk de levensomstandigheden in de Sahel te verbeteren, maar richt zich onder druk van het Westen steeds meer op grensbewaking en terreurbestrijding. Naast de Franse gift, maakte ook de Europese Unie begin dit jaar 50 miljoen euro vrij voor de oprichting van een Afrikaanse militaire antiterreureenheid. Hiervoor is zo’n 423 miljoen euro nodig.

Amerikaans president Trump liet eerder weten de steun aan Afrika te willen terugschroeven, waardoor het nog onzeker is hoe de geplande Afrikaanse troepenmacht gefinancierd zal worden. De betrokken Sahel-landen leggen elk 10 miljoen euro bij.

De voorbije jaren investeerde de EU al zo’n 3 miljard euro in het gebied.

Het is valt nog af te wachten of louter financiële steun genoeg is om de knoop in Afrika te ontwarren. Andrew Lebovich, historicus aan de Columbia University en Sahel-specialist, waarschuwt alvast dat een eenzijdige aanpak van terreur het probleem niet zal oplossen, zolang de regio geen gecentraliseerd bestuur en economische ontwikkeling kent.