Vlaams parlementslid voor sp.a, Yasmine Kherbache, chargeert op minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans (N-VA). Zo verwijt zij de minister onvoldoende inspanningen te leveren om de diversiteitscijfers bij de Vlaamse overheid op te krikken. Ook doet de minister volgens haar aan “pure windowdressing”

De kritiek op Homans haar diversiteitsbeleid valt niet nieuw te noemen. Zo was er in maart dit jaar nog de rel rond het ontslag van Vlaams diversiteitsambtenaar Alona Lyubayeva. Terwijl Homans schermde met een serie aan negatieve evaluaties, viel volgens Lyubayeva haar ontslag te wijten aan haar kritiek op de minister. Ook coalitiepartner CD&V uitte in het verleden kritiek op Homans. In mei nog, zag de partij een totaal gebrek aan politieke wil” om de diversiteitscijfers de hoogte in te jagen.

Ondanks moeilijke oefening, toch gedegen resultaten

Bij de voorstelling van het ‘Gelijkekansen- en diversiteitsplan 2017′ in de commissie Bestuurszaken was Homans best tevreden over het diversiteitsbeleid bij de Vlaamse overheid. Zo was in 2016 8,9 procent van de personeelsleden van de Vlaamse overheid van buitenlandse afkomst. 5,4 procent daarvan, was afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie. In vergelijking met een jaar eerder komt dit neer op een stijging van één procent.

Een voldoende diverse personeelssamenstelling bereiken is sowieso al een moeilijke opgave. Positieve discriminatie – zoals kandidaten met een bepaalde afkomst, geslacht of handicap bevoordelen – is door het risico op discriminatieklachten niet wenselijk. Daarenboven moet volgens Homans “iedereen die beschikt over het juiste diploma, […] de nodige kwalificaties en die solliciteert […] evenveel kans [maken] op een job bij de Vlaamse overheid”.

Nieuwe manier van tellen

De verbetering van de diversiteitscijfers bij de Vlaamse overheid zijn volgens Kherbache “toe te schrijven aan een nieuwe manier van tellen, niet aan een actief beleid om meer mensen met een migratieachtergrond aan te trekken. De evolutie in 2016 wordt grotendeels verklaard door het feit dat voor het eerst ook het Agentschap Inburgering en Integratie is meegeteld, waar veel mensen met een migratieachtergrond werken. De rest van de toename wordt quasi volledig verklaard door de toegenomen diversiteit bij De Lijn en aan de UGent, waar de minister zelf weinig verdienste aan heeft. Bij de Vlaamse administratie – waar Homans rechtstreeks invloed heeft – is er amper vooruitgang: van 2,33 naar 2,47 procent”.

“Ook andere streefcijfers haalt Homans nog steeds niet. Zo zit de Vlaamse overheid mijlenver van het streefcijfer van 40 procent voor vrouwen in topfuncties en ging de situatie er in 2016 zelfs op achteruit: van 25,6 naar 22,7 procent. Het aandeel personen met een handicap of chronische ziekte blijft op 1,3 procent. In vergelijking met het aandeel van personen met een handicap of chronische ziekte dat wordt geschat op 12 tot 15 procent van de beroepsbevolking, is dat abominabel”, aldus de socialiste.

2 REACTIES

  1. Wederom hetzelfde (afgezaagde) punt waarbij een ongelijke uitkomst gelijkgesteld wordt aan onrechtvaardigheid. 98% van de logopedisten zijn vrouwelijk, 98% van het brandweerkorps bestaat uit mannen. Wil dit zeggen dat er een vrouwencomplot bestaat om mannen ervan te weerhouden logopedist te worden, of een mannencomplot om vrouwen van het brandweerkorps te weren? Neen. Deze verhouding reflecteert simpelweg de verschillende keuzes die mannen en vrouwen maken, omdat mannen en vrouwen nu eenmaal verschillend zijn—wie had dat gedacht? Het feit dat mannen meer tijd spenderen aan het uitbouwen van een professionele carrière, en meer vrouwen ervoor kiezen om meer tijd te besteden aan het gezinsleven, leidt ertoe dat topfuncties doorgaans ingevuld worden door mannen. Overigens formuleert men altijd streefcijfers voor topfuncties—40% in dit geval. Waarom dan niet eveneens ‘streven’ naar 40% vrouwelijke lassers, loodgieters, bouwvakkers, vuilnismannen…? Of 40% mannelijke verplegers, onderwijzers, vroedvrouwen (‘vroedmannen’), kassières, etc. Dat is namelijk de logische uitkomst van consequent streven naar ‘gelijke vertegenwoordiging’ in alle beroepssectoren. Wat mensen van vreemde afkomst betreft, is de discrepantie te verklaren door het feit dat mensen die tot deze groep behoren vaak niet over de nodige scholingsgraad en kwalificaties beschikken. Mensen zouden moeten worden aangeworven op grond van hun kwalificaties (= meritocratie) niet op grond van hun etniciteit of geslachtskenmerken. Ter rechterzijde van het politieke spectrum laat men echt steken vallen door het hele idee van een ‘diversiteitsbeleid’ niet aan te vallen als inherent racistisch. Het hele idee van een ‘Minister voor Gelijke Kansen’ is Orwelliaans en proto-totalitair.

  2. NOG meer autochtonofobe discriminatie, PoCo-verpatst als “positieve actie” op de PoCo-propaganda-markt of NOG schijnheiliger ; gecamoufleerd als……. “positieve actie”(sic) ? Wat zou er dan toch zo “positief” zijn aan autochtonen achteruit te steken ten voordele van allochtonen , UNIA ? De Overheid pleegt flagrante pure & onversneden AUTOCHTONOFOBE DISCRIMINATIE door WEL een “Minderhedenforum” te subsidieren maar autochonofoob discriminatoir GEEN “Meerderhedenforum”. Nochtans wordt er bij ons, autochtonen, omwille van onze numerieke meerderheid het hoogste debiet aan allerlei belastingen afgeperst en afgetroggeld door dIe Overheid , kennelijk om autochtonofoob discriminatoir achteruitgestoken te worden door diezelfde Overheid ! “Politiek-correcte stank als autochtone dank” . ONTHOUDEN IN HET STEMHOKJE, autochtone tweede-rangs-burgers !