Frédéric Bastiat, de enige economische auteur die je aan het lachen brengt, zei dat de staat het middel is waarmee iedereen probeert te leven ten koste van iedereen. Het is ook het middel waarmee politici de kiezers trachten om te kopen voor hen te stemmen door hen te beloven wat de Rode Koningin in Alice in Spiegelland de zes onmogelijke dingen voor het ontbijt noemde.

In geen enkele verkiezing is omkoping van de kiezer zo evident geweest als in de afgelopen Britse verkiezingen. De premier, mevrouw May, heeft gezegd dat ze prijscontroles wil toepassen op gas en elektriciteit. Dit zou op zijn minst een of twee ongewenste gevolgen hebben (afgezien van de mogelijke aanstelling van iemand zo dom of gewetenloos aan de macht): ofwel het ontmoedigen van investeringen in energietoevoer, ofwel omvangrijke subsidies betaald door belastingen aan energiebedrijven, een rijke bron van bescherming en corruptie. Therese May (Conservatives) vertrouwt op Bastiats onderscheid tussen het zichtbare en het onzichtbare (goedkope elektriciteit is het zichtbare, een gebrek aan investeringen of subsidies is het onzichtbare, ofwel in de hoop dat de kiezers blind zullen blijven of omdat ze zelf blind is.

Kiezers kopen

Haar belangrijkste tegenstander, Jeremy Corbyn (Labour), tracht de kiezers om te kopen met beloften van betere, of in ieder geval duurdere, overheidsvoorzieningen betaald door de rijken te belasten – altijd een populair beleid voor diegenen die denken dat de rijken diegene zijn met meer geld dan henzelf. Meneer Corbyn, zoals de meeste mensen, denkt dat rijkdom iets statisch is terwijl het natuurlijk een dynamisch gegeven is, een taart die moet worden verdeeld eerder dan een organisme dat nood heeft aan levensonderhoud.

Wat misschien het meest interessante is aan deze bijzonder oninteressante mensen (oninteressant en belangrijk zijn is de meest ongelukkige combinatie van eigenschappen die op de meeste hedendaagse politici betrekking heeft) is dat geen van beide populist worden genoemd door de media of iemand anders, terwijl ze allebei simplistische, populaire en valse oplossingen bieden voor complexe problemen.

Waarom niet? Waarom is meneer Corbyn geen populist terwijl meneer Farage een populist is? Het moet zijn, denk ik dan, dat zowel mevrouw May en meneer Corbyn hun beleid presenteren in de naam van eerlijkheid, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, terwijl meneer Farage zijn beleid presenteert in de naam van democratie en nationale soevereiniteit. Maar in feite zijn de instincten waarop ze allemaal een beroep doen net zo goed in staat om sadistische doelstellingen te dienen indien ze ver genoeg worden doorgetrokken; economisch egalitarisme heeft minstens evenveel gewelddadige doden veroorzaakt dan extreem nationalisme, alhoewel dit zelden wordt beseft of begrepen.

‘Sociale rechtvaardigheid’ tegengesteld aan rechtvaardigheid zelf

Een andere merkwaardige vergetelheid is dat sociale rechtvaardigheid vaak onverenigbaar is, zelfs tegengesteld is aan rechtvaardigheid zelf. Indien rechtvaardigheid gedrag in verband brengt met verdienste, dan is het perfect duidelijk dat indien er enige rechtvaardigheid in de wereld zou zijn veel mensen het slechter zouden hebben, alhoewel de meeste mensen veronderstellen dat ze het beter zouden hebben. Gelukkig voor diegenen die het verdienen om het slechter te hebben is rechtvaardigheid niet het enige desideratum van het menselijke bestaan.

In het algemeen komt sociale rechtvaardigheid neer op herverdelende belastingen. Ik spreek voor mezelf, maar ik zie niet in hoe het rechtvaardig zou zijn als ik word gedwongen om te betalen, via belastingen of boetes indien ik niet betaal, voor de gevolgen van andere mensen hun beslissingen. Het kan mij sociaal gezien wel goed uitkomen om het te doen, het mag verstandig zijn voor mij om het te doen, het mag welwillend zijn om het te doen. Maar het is mij niet duidelijk waarom het rechtvaardig is om het te doen.

In welke zin was het rechtvaardig om mij het leven te laten subsidiëren van de zelfmoordterrorist van Manchester, die volgens alle bronnen volledig afhankelijk was van overheidssteun – met andere woorden van belastingen geheven van mij en anderen zoals mij. Was dat niet, inderdaad, bijzonder onrechtvaardig? Indien zou worden betoogd dat hij een uitzonderlijk geval was – terwijl hij dat in vele opzichten in feite niet was, zoals zou blijken uit een beknopt onderzoek in Molenbeek – zou ik antwoorden dat rechtvaardigheid geen statistisch gemiddelde is. Als recht moet geschieden, dan moet het geschieden in ieder individueel geval, en niet louter in een meerderheid van gevallen.

Het is net zo populistisch om de rijken te laten betalen in de naam van rechtvaardigheid als immigranten eruit te willen schoppen in de naam van verbondenheid. Het verschil is dat intellectuelen doorgaans de rijken haten.

5 REACTIES

  1. Pff . . .als ge belastingen kunt betalen (met name als ge genoeg geld maakt) op de een of andere manier dan vind ik ‘t maar normaal dat ge daarop belastingen betaald; wanneer je belastingen betaald mag je natuurlijk wat terugverwachten van de staat.
    Wanneer ge belastingen betaald betaald ge natuurlijk ook belastingen voor allerhanden steuntrekkers, bv. maar da’s in feite normaal, van die steuntrekkers, bv. is ‘t normaal dat ge daar iets van terugverwacht, maar wanneer dat ge niets wilt betalen (of simpelweg niets of zo weinig mogelijk te betalen) dan heb ik simpelweg ook de hoop dat ge nooit of nooit beroep moet doen op een dienst van de staat of simpelweg gewoon nog maar een medemens!