Frankrijk en Duitsland bouwen samen nieuw gevechtsvliegtuig

0
973

De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron kondigden gisteren aan dat beide landen in de toekomst zullen samenwerken aan de ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig. De aankondiging komt niet geheel onverwacht, aangezien reeds geweten was dat gesprekken over het onderwerp plaatsvonden. De officiële aankondiging neemt echter de twijfels weg, en brengt enkele significante veranderingen met zich mee voor de Europese defensie-industrie.

Frankrijk en Duitsland vernauwden hun samenwerking op militair vlak reeds in de loop van de vorige decennia. Zo maken ze beiden uit van een gemeenschappelijke militaire eenheid, de Franco-German Brigade, en ontwikkelden ze ook reeds samen de Tigre gevechtshelikopter. Naast de ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig kondigden beide landen overigens ook aan dat ze verder zullen samenwerken aan de opvolger van die gevechtshelikopter.

Herschikken van Europese straaljagermarkt

Op vlak van gevechtsvliegtuigen is de samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk wel een omkering van de bestaande relaties. Vandaag bestaat de competitie tussen Europese gevechtsvliegtuigen namelijk vooral uit de Duits-Britse Eurofighter, en de Franse Rafale. De beslissing voor Frankrijk en Duitsland om samen te gaan werken aan hun volgende generatie gevechtsvliegtuigen is dan ook sterk verbonden aan de Brexit.

Door het verlaten van de Europese Unie, komt het Britse BAE Systems, dat aan de Eurofighter meewerkt, in een lastig parket te staan. De voorkeur van Duitsland gaat dan ook uit naar verdere ontwikkeling met landen die zich binnen de Europese Unie blijven bevinden. Voor het Verenigd Koninkrijk lijkt het dan ook meer vanzelfsprekend dat het land zich verder zal richten op de samenwerking met de Verenigde Staten voor zowel de F-35 als mogelijke opvolgers daarvan.

Binnen Europa zou een Frans-Duits gevechtsvliegtuig ook zorgen voor minder interne competitie. Nu vindt er in de selectie voor nieuwe gevechtsvliegtuigen in andere landen, waaronder op dit moment België, steeds een rechtstreekse competitie plaats tussen de Eurofighter en de Rafale. Met een Frans-Duits gevechtsvliegtuig kunnen de Europese machten zich in hetzelfde kamp plaatsen, en gezamenlijk de verkoop van het toestel ondersteunen.

Uitdagingen in gezamenlijke ontwikkeling

Het zal echter nog even duren voor het vliegtuig ook daadwerkelijk bestaat en in gebruik kan genomen worden. Momenteel zijn er nog geen details bekend, maar Frankrijk en Duitsland kondigden aan dat ze tegen midden 2018 een tijdlijn voor het project willen opstellen. De verdere ontwikkeling van een dergelijk toestel kan vanaf dat moment dan nog makkelijk meer dan tien jaar duren, en dus ten vroegste rond 2030 in productie gaan.

Tijdens die ontwikkeling kunnen natuurlijk ook nog veel dingen fout lopen of het proces vertragen. Bij de ontwikkeling van de Eurofighter, bijvoorbeeld, bestond er vroeg in het ontwikkelingsproces enorm veel spanning rond de eigenlijke operationele eisen voor het toestel. Oorspronkelijk nam Frankrijk zelfs deel aan dit project, maar in 1985 trok Frankrijk zich terug om zelf de Rafale te bouwen, die op de eigen noden was gericht.

Het is ook waarschijnlijk dat Frankrijk en Duitsland nog andere partners in Europa zullen zoeken om het project te ondersteunen. De ontwikkeling van een gevechtsvliegtuig is een zware financiële last, en het verdelen van die last onder verschillende partners kan veel verschil uitmaken. Met meer partners stijgt echter de kans tot conflict over de specificaties van het vliegtuig of de verdeling van de werkzaamheden om het toestel te bouwen.

Net te laat voor Belgische deelname?

Mogelijk biedt zich hier voor België een kans om ook deel te nemen aan de ontwikkeling van het toestel. Tijdens het huidige proces voor de vervanger van de F-16 kwam reeds meerdere malen het punt aan bod dat de kost voor de F-35 of de Eurofighter hoger is dan voor sommige andere landen, omdat België geen deel uitmaakte van de initiële partners die eraan samenwerkten. Het nieuwe Frans-Duitse gevechtsvliegtuig zou daar verandering in kunnen brengen. Om de F-16 te vervangen zal dit toestel echter waarschijnlijk te laat beschikbaar zijn.

De Belgische F-16’s zouden ergens rond 2023 tot 2028 hun limiet in vlieguren bereiken, waardoor de veiligheid van de toestellen niet meer gegarandeerd kan worden. Daardoor komt de vervanging net te vroeg om te wachten op een nieuw Frans-Duits gevechtsvliegtuig, zeker als er rekening gehouden wordt met mogelijke vertragingen van dat programma.

Leasing?

Er bestaan echter wel korte termijn oplossingen, zoals Oostenrijk dat overweegt om dringend haar Eurofighter toestellen op te geven, en andere gevechtsvliegtuigen onder een leasingcontract te gebruiken tot ze nieuwe toestellen kunnen aankopen. Dit zou natuurlijk wel betekenen dat de huidig goedgekeurde procedure voor de selectie van de F-16 opgegeven zou moeten worden, om een nieuwe lange termijn strategie aan te gaan.

Meestappen in de ontwikkeling van het nieuwe toestel zou België ook meteen het modernst beschikbare materiaal leveren wanneer het toestel af is. In plaats van te investeren in iets dat in 2030 al tot de vorige generatie van technologie zou behoren.