De drugsoverlast is over het algemeen groter in het zuiden van Nederland dan in andere delen van het land. De vier grootste Limburgse steden staan in de top zes wat overlast betreft.

Dat blijkt uit de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor Statistiek. Dit is een jaarlijkse enquête waarin gepolst wordt naar onder meer buurtoverlast, veiligheidsbeleving en tevredenheid over de politie.

Meer overlast in grotere steden

De grotere steden doen het over het algemeen slechter. In de 70.000-plusgemeenten had zo’n 5 procent van de bevolking drugsoverlast ervaren in 2016. Dat is 2 procent hoger dan het Nederlands gemiddelde.

Van alle gemeenten scoort de Brabantse gemeente Roosendaal het slechts. Daar heeft één op de acht inwoners in het afgelopen jaar veel overlast ervaren door druggebruik of drugshandel in de buurt. Van alle inwoners van 15 jaar en ouder gaf 13 procent daar aan met dit soort overlast te maken te hebben.

Naast Roosendaal zitten ook Rotterdam en de Limburgse gemeenten van Maastricht, Venlo, Sittard-Geleen en Heerlen in de top zes. In deze gemeenten ervoer zo’n 8 tot 10 procent van de bevolking last door druggebruik en -handel.

Drugstoerisme

Wel blijkt dat de drugsoverlast in Maastricht een stuk verminderd is in vergelijking met de voorgaande jaren. Tussen 2013 en 2016 halveerde het aantal Maastrichtenaren die overlast ervoeren van 20 procent naar 10 procent. Ook het aantal drugsmisdrijven nam daar af in die jaren: van 410 naar 145.

Daar komt wel bij dat de drugsgerelateerde overlast verdubbelde in het nabijgelegen Sittard-Geleen van 5 naar 10 procent. Het lijkt er dus op dat onder meer het Belgische drugstoerisme zich verplaatste van Maastricht naar Sittard-Geleen.

Gemeenten in de provincies van West-Brabant en Zuid Limburg hebben al jaren te maken met drugsgerelateerde overlast. Doordat ze dicht bij de Belgische grens liggen komen er veel buitenlanders drugs halen.

ADVERTENTIE