In Brussel stelt de N-VA zich ernstige vragen bij de verdeling van de dotaties voor de gemeenten. Zo krijgen de thuishavens van regeringsleden een veel hogere dotatie dan andere gemeenten. “Te toevallig”, oordeelt Johan Van den Driessche, fractievoorzitter van de N-VA in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.

De Brusselse regering stelde gisteren een nieuwe regeling voor van de jaarlijkse dotatie van het Brusselse Gewest aan gemeenten en OCMW’s. Volgens de nieuwe regeling gaan alle gemeenten er financieel op vooruit. Gemeenten die de thuishaven van een regeringslid zijn, gaan er echter meer op vooruit dan andere.

In Brussel brengen ministers of staatssecretarissen op

Het leveren van regeringsleden is – althans volgens berekeningen van de N-VA – voor gemeenten een lucratieve bezigheid. Zo stijgt voor gemeenten met een minister of staatssecretaris in de Brusselse regering de dotatie in 2017 met gemiddeld 21,38 procent ten opzichte van 2016. Voor andere gemeenten beperkt deze stijging zich gemiddeld tot zo’n 12,95 procent.

Doordat de Brusselse regering zo’n 340,8 miljoen euro verdeelt, is het verschil per inwoner schrikwekkend hoog. Zo stijgt de dotatie per inwoner van de vijf gemeenten die een minister of staatssecretaris leveren met zo’n 21 euro. Bij de dertien gemeenten die geen regeringslid leveren, stijgt deze gemiddeld slechts met zo’n 6 euro per inwoner. De twee gemeenten die er het sterkst op vooruitgaan zijn Evere (28,59%) en Ukkel (28,73%). Ukkel is de thuisbasis van cdH-politica en minister van Huisvesting Céline Fremault. In Evere daarentegen wonen minister van Financiën Guy Vanhengel (Open Vld) en minister-president Rudi Vervoort (PS).

Van links naar rechts: Guy Vanhengel (Open Vld), Rudi Vervoort (PS) en Céline Fremault (cdH)
Foto: Facebook. Van links naar rechts: Guy Vanhengel (Open Vld), Rudi Vervoort (PS) en Céline Fremault (cdH)

Naar eigen zeggen hield de N-VA in hun berekening geen rekening met de stad Brussel. Dit omdat de stad nog financiering ontvangt uit diverse andere bronnen. Zo ontvangt de Brussel-stad 109 miljoen euro van de federale algemene dotatie, 52,9 miljoen euro van de gewestelijke algemene dotatie en 95 miljoen euro van andere dotaties en transfers.

Kwakkelende criteria

Niet enkel het opmerkelijk grote verschil tussen de thuishavens van regeringsleden en andere gemeenten valt op, ook bij sommige specifieke criteria kunnen vraagtekens worden geplaatst. Vooral het criterium ‘gecorrigeerde oppervlakte’ vertoont enkele mankementen. Zo werden gegevens uit de jaren 70 gebruikt om de ‘open-ruimte’ te berekenen.

Hierbij werden de oppervlaktes van twee gemeenten niet gecorrigeerd. Dit het geval voor Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Agatha-Berchem. Indien er een correctie plaatsvindt voor de oppervlakte van Sint-Agatha-Berchem, ontvangt de gemeente een bijkomende dotatie van om en bij de 1,6 miljoen euro. Een andere opmerking die de N-VA hierbij wil maken is dat het gehanteerde criterium niet aanzet tot het bewaren of creëren van extra open ruimten.

Van den Driessche: “Toeval is zeldzaam”

Volgens Van den Driessche is “toeval […] zeer zeldzaam in de politiek. Daarom kijk ik zeer argwanend naar deze cijfers.” Een factor die de scepsis van de N-VA’er vergroot is het gebrek aan een – althans volgens Van den Driessche – geloofwaardige uitleg van de Brusselse minister-president.

Volgens Van den Driessche vraagt de N-VA om die reden “om het voorstel van de regering door onafhankelijke specialisten te laten doorlichten voordat over deze ordonnantie kan worden gestemd”.

  • De Block Paul

    Wie aan de vetpot zit, die likt er aan. En er zijn meer van dergelijke Vlaamse spreuken.