De Kamer van volksvertegenwoordigers volgt eindelijk het voorbeeld van het Vlaams Parlement. Ook op het federale niveau is er een akkoord bereikt omtrent de pensioenregeling voor parlementairen. Zo zal een Kamerlid vanaf 2019 niet langer voor zijn zestigste op pensioen kunnen gaan.

Het dossier van de parlementaire pensioenen sleepte al een tijdje aan. Eerst werd er getracht een globale regeling te vinden voor alle parlementen in dit land. Dit mislukte echter waarna het Vlaams Parlement het voortouw nam. Op pensioen gaan voor de leeftijd van zestig, zal in het Vlaams Parlement daarom niet meer lukken. De pensioenleeftijd voor parlementsleden gaat namelijk in 2019 naar 65 jaar en in 2030 naar 67 jaar.

N-VA tevreden

Op het federale niveau voert men een soortgelijke regeling in. Net zoals werknemers zullen parlementariërs die na de verkiezingen van 2019 voor het eerst in de Kamer zetelen tot 65 jaar moeten werken. Vervolgens zal de pensioenleeftijd stijgen naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Parlementsleden zullen op die wijze een loopbaan van zo’n 45 jaar moeten kunnen voorleggen voor een volledig pensioen. De vorige regeling vereiste slechts 36 jaar.

N-VA reageert zeer verheugd op de beslissing van het bureau van de Kamer. Zo stelt N-VA-fractieleider Peter De Roover, dat het “allerhoogste tijd was” om met dit dossier te landen. “Het parlement vraagt inspanningen aan de bevolking, noodzakelijk om de pensioenen duurzamer te maken, en het zou natuurlijk onaanvaardbaar zijn als parlementsleden daar zelf een uitzondering op zouden vormen. Wij zijn dan ook bijzonder opgelucht dat het ei eindelijk werd gelegd want door nog langer te dralen zou de geloofwaardigheid van de politiek terecht ondermijnd worden. Het was de allerhoogste tijd om met dit dossier te landen”, aldus De Roover.

Eerdere wantoestanden

De huidige hervorming trekt een oud zeer recht. Eerder bracht de extreem-linkse PVDA naar buiten dat – volgens de oude regeling – bijna twee op de drie federale parlementsleden op 55 jaar met pensioen konden gaan. Enkel de parlementsleden die bij de vorige verkiezingen voor het eerst waren verkozen, zouden langer moeten werken. Dergelijke wantoestanden zouden met de huidige hervorming niet meer mogen voorkomen.