Lode Vereeck, professor economie en beleidsmanagement aan de UHasselt berekende op vraag van Het Belang van Limburg hoeveel een afslanking van de parlementen zou kunnen opbrengen. Een reductie van de Kamer (van 150 parlementsleden naar 100) en het Vlaams parlement (van 124 volksvertegenwoordigers naar 80) zou 30 miljoen euro per jaar opbrengen. Dit komt neer op zo’n 150 miljoen euro per legislatuur.

Dat er in België zeer veel verkozenen zijn is simpelweg een feit. Als reactie hierop de parlementen afslanken heeft echter een aantal nadelen. Vooral kleinere partijen zoals Vlaams Belang, Groen of PVDA dreigen er bekaaid vanaf te komen.

Bevoordeling grote partijen

In België heeft men een proportioneel kiessysteem. Aangezien er vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de werkbaarheid van zo’n systeem in pure zin, heeft men in België een aantal correctiemechanismen die grotere partijen bevoordelen. Zo hanteert men enerzijds een kiesdrempel en anderzijds – bij de verdeling van het aantal zetels – de methode-D’Hondt. Beide geven de grote partijen een voordeel.

Indien de parlementen een dergelijke afslanking ondergaan, dreigen de kleine partijen het onderspit te delven. Zou de verkiezingsuitslag van 2014 op de afgeslankte parlementen worden toegepast, dan zouden enkele prominenten parlementsleden hun zitje verliezen. Onder anderen Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken, coming man bij de sp.a Joris Vandenbroucke, Eric Van Rompuy (CD&V), Kristof Calvo en Björn Rzoska (beiden Groen) zouden volksvertegenwoordiger af zijn. Ook Nele Lijnen en Herman De Croo (beiden Open Vld) verliezen hun zetel. Kleinere partijen zoals het Vlaams Belang zouden bij zo’n afslanking in Limburg zelfs geen volksvertegenwoordiger meer hebben.

Geen toeval

Volgens Vereeck is het geen toeval dat de N-VA een grote pleitbezorger is van een dergelijke afslanking. Ondanks dat ook deze partij het met minder parlementairen zou moeten stellen, vergroot zij door de methode-D’Hondt haar invloed. Vereeck vraagt zich dan ook af of de belangen van het volk beter verdedigd worden door een kleiner aantal volksvertegenwoordigers.

Zo stelt Vereeck in Het Belang van Limburg dat “democratie […] niet beter [functioneert] met minder vertegenwoordigers van het volk. Maar natuurlijk kan er bespaard worden op de werking van onze parlementen. Daarvoor moet er eerst en vooral worden bespaard op het staatsapparaat. Hoe kleiner de overheid, hoe minder volksvertegenwoordigers er nodig zijn om haar te controleren. Parlementen met beperkte taken, zoals de Senaat, kunnen worden opgeslorpt door de deelstaatparlementen als die haar bevoegdheden overnemen. Er kan en werd ook al gesnoeid in de vergoedingen en pensioenregeling van parlementsleden. Ook de dotaties naar de partijen kunnen worden hervormd.”

Dit laatste aspect, de partijfinanciering, hervormen is een oud zeer. Volgens de V&W fractie keren de partij zichzelf jaarlijks zo’n 70 miljoen euro uit. Nederlandse partijen daarentegen – ook al heeft Nederland meer inwoners – moeten rond zien te komen met zo’n 16,5 miljoen euro. Hier iets aan veranderen lijkt echter moeilijk.