De vervroegde verkiezingen die eerste minister Theresa May (Conservatives) op 18 april uitschreef, resulteren in een zetelverlies voor de Conservatieve partij. Theresa May had gegokt op de consolidatie van haar positie met een duidelijke overwinning. De verkiezingscampagne verliep voor de Conservatieven echter rampzalig en zorgt in het Verenigd Koninkrijk opnieuw voor een ‘hung parliament’: de onmogelijkheid om met één partij een meerderheid te vormen.

Het begon allemaal veelbelovend op 18 april. Theresa May wou haar meerderheid uitbreiden en zichzelf een duidelijk mandaat geven om de Brexit-onderhandelingen te beginnen. De oppositie lag in de touwen en de weg naar een grotere meerderheid lag open. May koos strategisch voor vervroegde verkiezingen en niets leek May in de weg te staan…

De campagne voor de Conservatieven begon veelbelovend. Ze haalden een recordoverwinning in de lokale verkiezingen en de polls leken de Conservatieven bovendien hun grootste overwinning sinds Winston Churchill te geven. Maar opeens implodeerde hun campagne echter volledig. Jeremy Corbyn nam May haar grootste wapen af: de Brexit.

Corbyn vertelde de media dat Labour de democratische beslissing van het Britse volk zou accepteren en zich enkel nog zou focussen op een toekomst van een post-Brexit. Hij kon op die manier zijn partij verenigen en de focus van het publiek debat verleggen. Corbyn dwong May haar post-Brexit-visie af te geven. Eerste minister May antwoordde met platitudes die weinig overtuigden, zo blijkt.

De fatale beslissing van May

Ondanks tanende peilingen was May overtuigd van haar overwinning. Ietwat arrogant besloot ze niet deel te nemen aan het grote verkiezingsdebat. Het bleek de grootste blunder van de campagne te zijn. Ze werd genadeloos afgemaakt door politici en in de pers. Het was duidelijk: “May wil de Brexit onderhandelen maar heeft geen (sociale) toekomstvisie voor het land”.

Hier valt op te merken dat Corbyn niet goed een aantrekkelijk alternatief kon aanbieden, dat maakt zijn beperkte zetelwinst duidelijk. Hij slaagde er enkel in het publieke debat te veranderen. Wat volgde was een kleine terugval van de Conservatieven en de normalisering voor de toestand van de Labour-partij. Toch kan dit gezien de verwachtingen als een overwinning gezien worden. Niet in het minst omdat men de kansen van Labour onder het voorzitterschap van de eerder radicaal linkse Corbyn laag inschatte. Corbyns positie binnen zijn partij is nu verstevigd.

De cijfers

Er is op zich weinig verschoven ten opzichte van de vorige verkiezing voor de Conservatieven. Ze verliezen in totaal 23 zetels in Engeland en Wales. Ze winnen echter 12 zetels in Schotland. Het verlies voor de partij is dus beperkt. Het zijn vooral de Schotse links-nationalisten van de SNP die kloppen krijgen in hun Schotland waar ze maar liefst 21 zetels verliezen.

Labour wint vooral zetels in de steden en in Schotland. Hun totaal zal ongeveer 30 zetels hoger liggen maar nog steeds ver onder het aantal Conservatieve zetels. Opmerkelijk is vooral dat zowel de Conservatieven als Labour meer stemmen hebben gekregen als in de vorige verkiezingen en dat de Liberale Democraten meer zetels winnen ondanks een lager stemmenaantal. Een en ander heeft te maken met het Britse kiessysteem (‘first past the post‘). We kunnen hieruit afleiden dat de stemmen sterk regiogecentreerd zijn.

Deze verkiezingen moesten de bekroning worden van May aan het hoofd van haar partij. De imagoschade echter die May zowel in haar partij als daarbuiten heeft opgelopen is echter niet te onderschatten: de druk om af te treden zal enorm groot worden. Er zullen hoogstwaarschijnlijk een aantal vooraanstaande gezichten uit de spotlights van de Conservatieve partij verdwijnen.

Hoe moet het verder?

Geen enkele partij heeft nu dus nog voldoende zetels om alleen te regeren. Een coalitieregering is dus de enige mogelijke oplossing. Het alternatief voor een conservatieve regering zou een progressieve alliantie geweest zijn van Labour, SNP, LibDems en Green. De vier partijen halen samen echter geen meerderheid en bovendien willen de EU-gezinde LibDems absoluut een tweede Brexit-referendum terwijl Corbyn juist zijn extra zetels heeft kunnen binnenhalen door zich neer te leggen bij de Brexit.

De Conservatieve Partij zal dus vermoedelijk aan de macht blijven, maar komt net een paar zetels tekort voor een eigen meerderheid. Ze hebben dus een kleine partij nodig die hun wil ondersteunen. Het rechtse UKIP heeft geen zetels meer in het parlement. Dan blijven de Noord-Ierse Unionisten over die met hun 10 zetels de nodige steun kunnen geven aan een nieuwe Britse regering. De pro-Britse loyalisten van de Democratic Unionist Party lieten al weten zeker niet met Corbyn te willen samenwerken. Omgekeerd blijft het onwaarschijnlijk dat het links-nationalistische Sinn Fein haar traditionele boycot van Westminster zal laten varen om met haar Noord-Ierse zetels met Corbyn in zee te gaan.

May heeft reeds aangegeven een coalitieregering te willen leiden. De vraag is echter of ze nog voldoende vertrouwen zal krijgen vanuit haar eigen partij. Bijna zeker is echter dat de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk opnieuw uit de Conservatieve Partij zal komen. De Brexit-onderhandeling zal met een coalitiepartner echter moeilijker worden.

Relevant voor de Europese Unie en haar lidstaten is nu dat de Conservatieven de Noord-Ierse Unionisten nodig hebben voor een regering. De Ierse kwestie (het grensverkeer tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek bijvoorbeeld) zal in de onderhandelingen dus hoogstwaarschijnlijk prioritair gaan worden in de onderhandelingen. De verduidelijking die May wou, heeft enkel gezorgd voor een extra niveau aan complicaties.