Telkens wanneer ik een Belg ontmoette, vroeg ik hem of haar of er een tijd was waarin Belgen zich meer Belg voelden dan Waal of Vlaming. Het was mijn naïeve en zonder twijfel dwaze hypothese dat de kolonisatie van Congo op een of andere manier de twee volkeren tot één echte nationaliteit had gesmeed. Net zoals de Schotten zich meer Brits voelden ten tijde van het Britse Rijk (de Schotten zijn enigszins vergeten dat zij de meest vurige imperialisten waren). Mijn hypothese, die intussen volledig weerlegd is, vond zijn oorsprong in het lezen van Graham Greene’s ‘Een opgebrand geval’ (‘A Burnt Out Case’).

De grote Belgische Franstalige schrijver en sinoloog Pierre Ryckmans (beter gekend als Simon Leys, wereldberoemd behalve in Vlaanderen) was er trots op Belg te zijn. Ook al bracht hij meer dan de helft van zijn leven door in Australië. Franse universiteiten minachtten hem omwille van zijn consistente, maar vroegtijdig antimaoïsme (er bestaat geen grotere zonde in de academische wereld dan gelijk te hebben alvorens de tijd rijp is om gelijk te hebben). Hij bezette de leerstoel Georges Simenon, een andere grote Belgische Franstalige schrijver, aan de Belgische Koninklijke Academie voor Franse Taal en Literatuur.

In 1932, niet lang nadat hij het personage van Maigret had gecreëerd, schreef Simenon een boek getiteld ‘Maigret chez les Flamands’. Ik dacht dat het interessant zou zijn om het te lezen als bewijs van de verhoudingen tussen de Walen (Simenon was uiteraard een Waal) en de Vlamingen tachtig jaar geleden.

Het verhaal speelt zich af in een kleine stad aan de Maas op de grens tussen Frankrijk en België. De stad is uiteraard Waals, maar Vlaamse matrozen passeren er op binnenschepen en er is de Vlaamse familie Peeters, die een café en een kruidenierswinkel uitbaat, waardoor ze (relatief) rijk is geworden.

De plaatselijke bevolking heeft een hekel aan hen, vanwege twee redenen: hun geld, en omdat ze Vlamingen zijn. Hun zoon, een onaantrekkelijke jongeman genaamd Joseph, wordt geacht het te gaan maken in de wereld, want hij studeert rechten in Frankrijk. Hij wordt ook geacht met zijn nicht te trouwen, Marguerite, de dochter van de plaatselijke dokter, Van de Weert. Ongelukkigerwijs heeft hij Germaine Piedboeuf, de dochter van een plaatselijke Waal, zwanger gemaakt. Wanneer zij verdwijnt en later teruggevonden wordt in de rivier met ingeslagen schedel, is het voor de plaatselijke bevolking duidelijk dat het de familie Peeters moet geweest zijn, want ze hebben een motief – en omdat ze Vlaams zijn. De familie Peeters vraagt Maigret de zaak te onderzoeken en hun onschuld te bewijzen.

Simenon was een zeer scherpe waarnemer en wist meestal, door persoonlijke kennismaking, waarover hij sprak ondanks dat hij, zoals iedereen, zijn vooroordelen had.

Anna Peeters, de zus van Joseph, is ook onaantrekkelijk, knokig en geslachtsloos, maar dit is hoe haar moeder haar beschrijft:

“Ze was meer Vlaams dan haar moeder en behield een zwak accent. Ze had echter een fijn figuur en haar verbazingwekkend wit haar verleende haar een zekere noblesse.”

Niettemin, echter, ondanks haar Vlaams zijn!

Het is al lang mijn overtuiging dat een woord of twee veel over ons zegt: bijvoorbeeld, toen de burgemeester van Londen en de Britse premier zeiden dat de slachtoffers van de meest recente aanslagen ‘onschuldig’ waren, lieten ze verstaan – ongetwijfeld zonder dat bewust te willen doen – dat voor hen de schuldigen wel degelijk in het vizier mogen worden genomen, waardoor ze onbewust de logica van het terrorisme al voor de helft aanvaarden.

Maigret ontdekt de sfeer in de kleine stad: “Er waren geen Vlamingen in het café. Ze verkozen het café van Peeters, alles in donker hout, met zijn geur van koffie, chicorei, kaneel en jenever. Ze spendeerden er vele uren met hun ellebogen op de toog… Maigret luisterde naar wat er werd gezegd rondom hem [in het café]. Hij ontdekte dat Vlaamse matrozen niet graag gezien werden, minder vanwege hun aard dan omdat hun boten met krachtige motoren, proper onderhouden als keukengerei, in concurrentie stonden met de Fransen en vracht aanvaarden aan bespottelijke prijzen.”

Wrok, niet hoop, doet leven. Het is de emotie (anders dan rechtvaardige verontwaardiging) die nooit teleurstelt.