Gisterenavond is een terreuraanslag mislukt in Brussel-Centraal. Een lichte explosie ging daarbij af, maar de hoofdlading van de spijkerbom is gelukkig niet ontploft en militairen konden de dader snel uitschakelen. Inmiddels is meer informatie vrijgekomen. De dader, die het leven liet nadat soldaten het vuur openden, is een jonge man genaamd Oussama (36). De moslimfundamentalistische dertiger – die voor de explosie “Allahu akbar” – riep was afkomstig uit de Brusselse probleemgemeente Sint-Jans-Molenbeek en was gekend bij het gerecht voor zedenfeiten.

Na de gefaalde aanslag gisterenavond in Brussel zijn meer feiten vrijgegeven door de autoriteiten. De veiligheidsdiensten hebben de mislukte terrorist kunnen identificeren. Het gaat om de 36-jarige Oussama, afkomstig uit Molenbeek. Oussama wou met behulp van een spijkerbom te midden van het station Brussel-Centraal zoveel mogelijk slachtoffers maken. Ook de moslimterroristen in onder meer Manchester, Sint-Petersburg en Brussel/Zaventem gebruikten spijkerbommen. Dat zijn explosieven met projectielen erbij geplaatst (zoals nagels en/of bouten) om zo meer doden en gewonden te maken.

Het station Brussel-Centraal dat de hele nacht dicht werd gehouden, is inmiddels terug geopend.

Huiszoekingen in Molenbeek

Molenbeek heeft een kwalijke reputatie door haar samenlevingsproblemen, kernen van radicaal islamisme en (zware) criminaliteit. De woonplaats van Oussama lijkt daarom weinig toevallig te zijn. Echter, minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) vertelt aan het Nieuwsblad: “Ik kan niet bevestigen dat er een link is met Molenbeek. Maar die situatie is al tientallen jaren gekend, dat kun je niet op tien maanden oplossen.”

Molenbeek was de afgelopen jaren in de aandacht van de wereld door de medeplichtigheid van bewoners aan de terreurdaden in Parijs, Zaventem en Brussel. Sommige buitenlandse kranten gingen zelfs zo ver om Molenbeek de “jihadi-hoofdstad van Europa” te noemen. In nasleep van de aanslagen in Parijs in november 2015 zei Jambon toen dat hij “Molenbeek [ging] opkuisen”, waarop heel wat huiszoekingen volgden. In maart werd nog bericht dat het aantal Molenbeekse jongeren aangetrokken tot islamradicalisme stijgt.

Ook deze ochtend vonden opnieuw huiszoekingen plaats in Molenbeek (in de Louis Mettewielaan) die meer licht moeten schijnen op de zaak. Mogelijk gaat het hierbij om de woning van de dader. Ook de ontmijningsdienst DOVO werd hiervoor opgetrommeld.

Gekend bij de diensten voor zedenfeiten

Oussama was gekend bij de ordediensten, maar niet voor aan terreur of radicalisme gerelateerde misdrijven, wel voor zedenfeiten. Een zedendelict is een strafbaar feit “op zedelijk gebied”. Het kan hierbij gaan om verkrachting, aanranding, bestialiteit, bepaalde vormen van prostitutie enzoverder. Sinds de jaren ’70 bestaat in België de tendens om deze feiten minder hard of zelfs niet meer te straffen.

De geflopte aanslag was – gezien Oussama’s uitlatingen – islamistisch geïnspireerd, maar het is nog niet duidelijk of Oussama bij de voorbereiding hulp had van buitenaf of communiceerde met bepaalde terreurgroepen zoals IS. Oussama stond niet op de Ocad-lijst voor geradicaliseerden kon De Standaard te weten komen. Mogelijk gaat het dus om een zogenaamde ‘lone wolf’ die geïsoleerd te werk ging. Het gerecht gaat er sowieso wel van uit dat Oussama bij de aanslag van dinsdagavond zelf alleen handelde.

Ook in Parijs werd maandag op het nippertje een aanslag vermeden. Een islamistische ‘would-be’-terrorist bewapend met een Kalasjnikov en een gasfles ramde een politiecombi maar kon geneutraliseerd worden. De dader van het recentste incident in Parijs stond wel op de lijst van potentieel gevaarlijke personen.