De Britse premier Theresa May (Con.) heeft op maandag een akkoord gesloten met Arlene Foster van de Noord-Ierse Democratic Unionist Party (DUP) om haar minderheidsregering te ondersteunen. In ruil voor een toezegging van 1 miljard pond aan Noord-Ierland zal de DUP gedoogsteun leveren aan het kabinet-May II.

Volgens het akkoord zal de DUP de Conservatieven in het parlement steunen als er gestemd moet worden over de begroting, moties van vertrouwen en wetgeving inzake de Brexit. Daartegenover komt dat er één miljard, gespreid over twee jaar, voor Noord-Ierland wordt vrijgemaakt.

Minderheidskabinet

Nadat premier May er niet in slaagde om een meerderheid te behalen na de verkiezingen van 8 juni, die ze overigens zelf had uitgeschreven, moest ze bij andere partijen op zoek naar de nodige zetels om haar regering te steunen. Met 317 parlementszetels op 650 heeft ze immers niet genoeg zetels, met de 10 zetels van de DUP erbij lukt dat nipt wel.

Het is voor de Conservatieven belangrijk dat er snel een regering gevormd wordt, aangezien dé inzet van de verkiezingen een sterke onderhandelingspositie inzake de Brexit was. Dat zij nu, zelfs met gedoogsteun, slechts een nipte meerderheid behalen smaakt extra wrang.  Zo rijst ook binnen de Conservatieve Partij de vraag of May wel kan aanblijven als premier.

Er wordt echter geen coalitieregering gevormd. De DUP levert geen ministers aan het kabinet-May II maar biedt gedoogsteun. Zij zullen dus de nodige stemmen in het parlement leveren om de begrotingen en wetsvoorstellen van de conservatieve regering erdoor te drukken.

Situatie in noord ierland

De DUP, waarmee de Conservatieven nu in zee gaan, is een protestantse en unionistische partij. Dit wil zeggen dat zij bestaan uit zogenoemde Noord-Ierse loyalisten zich niet willen afscheuren van het Verenigd Koninkrijk maar er verder deel van willen uitmaken. Hiertegenover staan de Noord-Ierse katholieke republikeinen, die streven naar een aanhechting met Ierland.

Na de ‘Troubles’ in Noord-Ierland, de burgeroorlog die tussen loyalisten en republikeinen woedde, kwam men in 1998 tot de Goede Vrijdag-akkoorden. Volgens dit vredesakkoord zou voortaan de macht in Noord-Ierland door beide kampen gedeeld moeten worden. Er bestaat echter de vrees dat het betrekken van de DUP bij de Brexit-kwestie voor meer onrust in de provincie zal zorgen.

Het lukt de Noord-Ieren al maanden niet om een regering te vormen en men vreest dat hierdoor de hardliners in beide kampen zich nog meer in hun positie gesterkt zullen voelen, ook inzake de Brexit staan de DUP en de republikeinen van Sinn Fein lijnrecht tegenover elkaar. May sust echter door te benadrukken dat een politiek akkoord in Noord-Ierland een vereiste is voor het ontvangen van de fondsen.