De Brusselse regering probeert minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) onder druk te zetten door te dreigen met een nieuw belangenconflict. Volgens Vlaams Parlementslid voor sp.a Katia Segers, maakt “de Brusselse regering […] zich terecht boos”.

De twistappel tussen Jambon en de Brusselse regering is het besparingsplan van de minister voor de Civiele Bescherming. Dit plan voorziet namelijk in een forse reductie van het aantal kazernes. Zo zouden enkel die van Brasschaat en Crisnée mogen open blijven.

Verschuiving van taken

Staatssecretaris voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, Cécile Jodogne (Défi) is van mening dat Brussel afhankelijk zal worden van Brasschaat en Crisnée. Dit zou volgens haar betekenen dat het Brussels Gewest bij ongevallen of aanslagen met chemische producten twee uur zou moeten wachten voordat er een eenheid in de hoofdstad zou arriveren. Om die reden wil de Brusselse regering een belangenconflict inroepen.

In het verleden sprak Jambon de kritiek dat er kostbare tijd verloren zou gaan bij een ramp altijd tegen. Volgens het plan van de minister krijgt de Civiele Bescherming immers een rol in de tweede lijn. Zo zouden de diensten slechts moeten optreden wanneer er sprake is van bijvoorbeeld chemische rampen of nucleaire problemen.

Vandaag de dag doet de Civiele Bescherming ook dringende eerstelijnstaken. In de toekomst echter rekent Jambon daarvoor op de brandweer. Op die manier hoopt Jambon een einde te maken aan de praktijk waarbij de Civiele Bescherming brandweertaken uitvoert of zelfs ziekenwagens op pad stuurt. Sommige kazernes – zoals bijvoorbeeld die van Jabbeke – vervullen echter zeer specifieke taken. Volgens Jambon zijn plan zullen deze – samen met het materiaal en personeel – overgaan naar de respectievelijke brandweerzones.

Segers: “Criteria voor de risicoanalyse zijn aangepast”

Segers echter, is het volledig eens met het belangenconflict van de Brusselse regering. Zo hoopt zij dat “nu de Brusselse regering een belangenconflict heeft ingeroepen en de materie op het Overlegcomité aangekaart moet worden, […] de uitgangspunten van de hervorming hopelijk ook kritisch bekeken [kunnen] worden”.

Verder is Segers van mening dat de Brusselse vrees voor laattijdige noodhulp terecht is. Zo is volgens haar de “de responstijd bij interventies […] voor Jambon geen criterium meer om de inplanting van een kazerne van de civiele bescherming te beoordelen. De sluiting van de kazerne in Liedekerke bedreigt de veiligheid van de Brusselse bevolking. Dit belangenconflict is dan ook een logisch gevolg van een ondoordachte hervorming, die de burger in Brussel, Vlaanderen en Wallonië in gevaar brengt.”

De kazerne in Liedekerke deed het volgens haar ook beter in de kosten-batenanalyse en de operationele analyse dan Brasschaat. Zo stelt zij dat “men zich in dit dossier niet van de indruk [kan] ontdoen dat de criteria voor de risicoanalyse dusdanig aangepast zijn om een sluiting van de kazerne in Brasschaat te vermijden”. In het verleden stelde Jambon hierover dat: “het […] niet [is] omdat ik in Brasschaat woon en daar titelvoerend burgemeester ben, dat het Brasschaat moest zijn. Maar natuurlijk ook niet dat het Brasschaat niet mocht worden.”