In het onderzoek dat het Belgisch Federaal parket voerde naar de aanslagen van 13 november 2015 te Parijs heeft de onderzoeksrechter nu Yassine Atar in verdenking gesteld, voor de terroristische moorden en deelname, als leider, aan de activiteiten van de terreurgroep. Zo meldt het federaal parket.

In februari was de voorlopige aanhouding van Atar nog verlengd met twee maanden. Yassine Atar is de neef van de broers El Bakraoui, die zich opbliezen in Brussels Airport en in Maalbeek en daarbij 30 mensen vermoordden. Tevens is hij de jongere broer van Oussama Atar. Die laatste wordt beschouwd als het brein van de aanslagen van maart vorig jaar in ons land. Yassine Atar zat al in de cel in een ander terreuronderzoek. Hij had zo onder meer de sleutel van het safehouse van de terreurcel.

Hij was op 27 maart 2016 gearresteerd, tezamen met twee andere verdachten, omdat werd gevreesd dat hij een aanslag wou plannen op de ‘Mars tegen de angst’ die die dag plaats had. De mars werd uiteindelijk afgelast.

Onderduikadres

Yassine Atar was bij zijn arrestatie die dag in het bezit van de sleutel van het onderduik-appartement in Schaarbeek, waar de bomgordels die werden gebruikt voor de aanslagen in Parijs zouden gemaakt zijn. Salah Abdeslam zou zich in datzelfde appartement ook enkele weken hebben verstopt. Daarenboven zouden er toen ook sporen van de explosieve vloeistof nitroglycerine aangetroffen zijn op het lichaam van Atar.

Nu blijkt dus dat Atar ook betrokken zou geweest zijn bij de aanslagen in Parijs, waar 130 mensen werden vermoord. Het Federaal parket dicht hem zelfs de rol van leider van de organisatie van die aanslag toe. Tot op heden werd er niet gecommuniceerd door het Parket op welke wijze de inbeschuldigingstelling tot stand is gekomen, en welke bewijzen er tegen Atar zouden zijn betreffende de aanslagen in Parijs.