UNIA, het interfederaal gelijke kansencentrum die de naleving van de antidiscriminatie- en racismewetgeving bewaakt, wil een meer verregaand en strenger wettelijk kader rond racisme. Dit is vervat in een aanbeveling van het centrum na een eigen analyse van de wet. Zuhal Demir (N-VA), federaal staatssecretaris voor Gelijke Kansen wil voorlopig niet reageren en wil de officiële evaluatie van de commissie afwachten. Dat brengt Belga.

Unia benadrukt in haar communicatie dat ze tevreden is met de het grootste deel van de antiracismewet in België. De antidiscriminatiewetgeving in België is een van de meest verregaande in de wereld en heeft onder meer een omgekeerde bewijslast vervat. Dat wil zeggen dat in tegenstelling tot een ander misdrijf de beklaagde moet bewijzen dat hij/zij onschuldig is in plaats van dat de aanklager de schuld moet aantonen van de verdachte. Toch wil UNIA graag de wet verder verstrengd zien.

Strengere wet

Eerst en vooral wil UNIA dat er een hogere forfaitaire schadevergoeding komt omdat deze nu slachtoffers nog te veel in de kou laten staan. “Hoewel er voor discriminatie op de arbeidsmarkt wél hoge schadevergoedingen bestaan, is dat niet het geval voor discriminaties in andere domeinen”, laat het centrum weten. En nog: “De wet voorziet nu forfaitair 1.300 euro. Dat bedrag dekt nauwelijks alle procedurekosten. Hierdoor worden slachtoffers niet gemotiveerd om daders voor de rechter te slepen.”

Een ander aspect is racisme als verzwarende omstandigheid. Sinds 2003 werd een luik toegevoegd aan de antiracismewet die in strafverzwaring voor bepaalde misdrijven voorziet indien racisme een drijfveer was. Bij die misdrijven zijn de volgende opgenomen:

  • aanranding van de eerbaarheid en verkrachting
  • doodslag
  • opzettelijk doden, niet doodslag genoemd
  • opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel
  • schuldig verzuim
  • vrijheidsberoving en huisvredebreuk door bijzondere personen
  • belaging
  • laster
  • eerroof (vb. beledigingen)
  • brandstichting
  • beschadiging van roerende eigendommen

Maar voor UNIA is die lijst niet groot genoeg. Als argumentatief voorbeeld gebruikt het centrum een homo die zou afgeperst en beroofd worden omdat hij homoseksueel is. De dader van zo’n misdrijf kan voorlopig wegens discriminatoire motieven geen strengere straffen dan wat reeds normaliter in de strafbepaling is vastgelegd.

Verder wil UNIA dat werk wordt gemaakt van praktijktesten (de zogenaamde ‘mystery calls’ waar N-VA zich steeds met hand en tand heeft tegen verzet) en dat deze expliciet vermeld worden in de antidiscriminatiewetgeving. “Veel discriminatieklachten lopen vast omdat er geen bewijs voorhanden is, zelfs al is er een verschuiving van bewijslast mogelijk op burgerrechtelijk vlak. Zo mist de antidiscriminatiewet vaak zijn effect”, vindt UNIA-directeur Els Keytsman.

Tot slot wil UNIA dat positieve discriminatie (het discrimineren van autochtonen, heteroseksuelen… ten voordele van een minderheid) mogelijk wordt voor particulieren. De overheid heeft hierrond reeds een aantal maatregelen zoals bijvoorbeeld vrouwenquota. “Als bedrijven doelgericht doelgroepen willen aannemen, discrimineren ze. Unia wil dat dit verandert”, laat Keytsman weten.

Demir

Staatssecretaris Demir, die sinds haar aantreden in februari al enkele malen in de clinch lag met het Gelijkekansencentrum van UNIA, wil de officiële evaluatie van de antidiscriminatiewet afwachten. Dat liet Demir weten in een reactie aan Belga. De N-VA-politica herinnert eraan dat een commissie met experts aangesteld is die hier rond deskundig aan het werk zijn geweest.

Het eindverslag van die commissie is momenteel ingediend bij de ondersteunende diensten van de Kamer ter vertaling. Hierna wordt het geopenbaard aan de leden van het parlement. “Het zijn de wetgevende Kamers die de evaluatie maken en de staatssecretaris heeft in het parlement gezegd dat ze die evaluatie afwacht”, laat het kabinet van Demir nog weten.