Terwijl de aandacht deze week ging naar de NAVO-top die op donderdag in Brussel plaatsvond, speelde zich achter de schermen van het bondgenootschap een minder positieve strijd af. Turkije, dat over het grootste leger beschikt onder de Europese NAVO-lidstaten, zorgde ervoor dat de militaire organisatie niet meer kan samenwerken met Oostenrijk.

De relatie tussen Oostenrijk en Turkije is al even bekoeld, vooral sinds de Oostenrijkse bondskanselier Christian Kern stelde dat de Europese Unie de toetredingsonderhandelingen met Turkije zou moeten stopzetten. Naast Oostenrijk zijn er natuurlijk heel wat landen in Europa die niet meer zo goed overeenkomen met Turkije. Sinds Turks president Recep Erdogan meer en meer macht naar zich toetrekt, en Turkije zijn beloften inzake de vluchtelingenstroom niet lijkt na te komen, vonden reeds meerdere diplomatieke schermutselingen plaats zoals met Nederland en Duitsland.

Turkije besliste echter om zijn positie in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) te gebruiken om Oostenrijk op hun beurt een hak te zetten. Oostenrijk is namelijk geen lid van het bondgenootschap, maar werkt wel nauw samen met de lidstaten onder het ‘Partnership for Peace’. Onder dit programma werken NAVO-landen samen met 41 landen die geen lidstaten zijn, maar waarvan velen wel deelnemen aan NAVO-operaties. Het vormt ook een belangrijke diplomatieke peiler voor het bondgenootschap dat zijn kerntaak wel in de militaire wereld heeft. Zelfs Rusland is bijvoorbeeld deel van het Partnership for Peace-programma, al is deze samenwerking wel al even bekoeld sinds de Russische annexatie van de Krim.

Partnership for Peace: instrument van het bondgenootschap

Toen de NAVO als organisatie zich bleef uitbreiden tijdens en na de Koude Oorlog, waren er verschillende landen die zich vasthielden aan het neutraliteitsprincipe. Deze landen, waaronder Oostenrijk maar ook Zweden, Finland en Oekraïne, beslisten om noch een alliantie aan te gaan met West-Europa en de Verenigde Staten, noch met Rusland. Het Partnership for Peace-programma speelde dan ook een belangrijke rol voor de NAVO om dit neutraliteitsprincipe te omzeilen. Via het programma krijgen militairen uit deze landen opleidingen binnen de NAVO, en helpt de NAVO om hun militaire capaciteiten op te bouwen volgens moderne standaarden.

Op deze manier zijn de landen geen lid van het bondgenootschap, en worden ze dus ook niet beschermd door Artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag (dat zegt dat lidstaten mekaar zullen steunen als een lidstaat aangevallen worden). Los daarvan worden deze landen natuurlijk wel volledig geïntegreerd in de NAVO-structuur. De landen werken volgens dezelfde militaire procedures, en nemen vaak zelfs deel aan NAVO-operaties in het buitenland. Oostenrijk heeft zo bijvoorbeeld 700 soldaten in de Balkan gestationeerd als deel van NAVO-vredesoperaties.

Turkije gijzelt NAVO-samenwerking

Omwille van hun dispuut met Oostenrijk besliste Turkije echter dat ze de deelname van Oostenrijk in dit partnerschap niet meer zouden aanvaarden. Turkije blokkeerde reeds enige tijd de Partnership for Peace-programma’s van 2017, voor alle partnerlanden en dus niet enkel voor Oostenrijk, want die moeten elk jaar opnieuw unaniem goedgekeurd worden door de NAVO-lidstaten. Andere lidstaten ondernamen nog verschillende pogingen om het conflict tussen Oostenrijk en Turkije op te lossen, maar dit leidde nergens toe.

De Turkse gijzeling van het Partnership for Peace-programma is nu volgens bronnen van de Duitse krant Die Welt wel tot een einde gekomen. Eerder deze week zouden de NAVO-lidstaten overeengekomen zijn dat er niet langer jaarlijks gestemd zal worden voor het volledige Partnership for Peace-programma in één blok, maar dat er een aparte stemming zal plaatsvinden voor elk apart partnerland. Dit wil zeggen dat de Turkse weigering om het programma goed te keuren niet langer een barrière zal vormen voor de samenwerking met de andere partnerlanden. Met Oostenrijk kan de NAVO nu echter wel niet verdergaan zolang Turkije voet bij stuk houdt.

Dit incident toont de grootste zwakte van de militaire alliantie aan. Los van het verdrag dat alle landen ondertekenden, bestaat het bondgenootschap nog steeds uit individuele staten met hun eigen belangen, en ook met verschillende onderlinge verhoudingen. Door het gebrek aan politieke coherentie bestaat er een risico dat, wanneer het nodig zou zijn, de NAVO niet zou kunnen optreden als bedoeld. Ook de positie van landen zoals Turkije die steeds meer uiteenlopende belangen hebben met de rest van de NAVO wordt hierbij in vraag gesteld. Binnen het bondgenootschap, waar bijna elke beslissing unaniem gemaakt wordt, heeft elke individuele lidstaat namelijk veel macht om andere lidstaten en hun belangen tegen te werken.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

ADVERTENTIE