Als het van Vlaams minister voor Wonen Liesbeth Homans (N-VA) afhangt, wordt de huurwaarborg opnieuw opgetrokken tot drie maanden huur. Coalitiepartner CD&V is de plannen van de minister echter niet genegen. De partij ziet namelijk een verstoring van het evenwicht tussen de rechten van de huurder en de verhuurder.

Sinds de zesde staatshervorming is de huurwetgeving een Vlaamse bevoegdheid. In die hoedanigheid werkt Homans aan een ontwerp van decreet dat deze regels vorm dient te geven. Naast de uitvoering van het regeerakkoord, wilt de minister ook aanpassingen doorvoeren die niet in het akkoord staan, waaronder onder andere het optrekken van de huurwaarborg.

Tegenprestatie voor huurwaarborglening

Homans beschouwt een hogere huurwaarborg als een krachtig instrument om ook minder voor de hand liggende huurders, een kans te geven op de huurmarkt. Verhuurders krijgen namelijk – door een hogere huurwaarborg – meer zekerheid. Is er immers sprake van schade of wanbetaling, dan kunnen verhuurders hierop terugvallen.

De minister beschouwt een hogere huurwaarborg ook als soort tegenprestatie voor de huurwaarborglening. Deze laat huurders toe om de huurwaarborg op een geblokkeerde rekening te storten, zonder dat de verhuurder de afkomst van het geld kan achterhalen. De huurder kan met andere woorden zijn huurwaarborg met een lening betalen, zonder dat zijn solvabiliteit in vraag wordt gesteld.

CD&V wilt hier niet van weten

Coalitiepartner CD&V ziet het voorstel van Homans niet zitten. Zo is er volgens Vlaams parlementslid Katrien Partyka (CD&V) “geen sluitende garantie dat een dergelijk systeem zou werken”. Al is voor de christendemocraten het ontwerp van decreet niet helemaal kommer en kwel. Zo vindt Partyka de verplichting om een brandverzekering af te sluiten en de versoepeling van kortlopende huurovereenkomsten een goede zaak.

Al bij al blijft CD&V echter een tegenstander van de verhoging van de huurwaarborg. Volgens Partyka zorgt deze ervoor dat “het evenwicht tussen de rechten van de huurder en van de verhuurder wordt verstoord”. Verder noemt ze het optrekken van de huurwaarborg van twee naar drie maanden – zonder garanties voor de meest kwetsbare groepen – “onaanvaardbaar”.

Het christendemocratische parlementslid wijst ook op de aanzienlijke meerkost voor de huurder: “Wie begint te huren moet dan in één keer vier maanden huur neertellen, drie maanden waarborg, plus één maand huur. Je moet niet leven van een uitkering om dat veel geld te vinden”.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/