‘Het Nederlands, motor van en voor integratie’. Dat was het thema van het vierde ochtendsymposium dat gisteren werd georganiseerd door dertien Marnixringen uit Zuid- en Midden-Brabant. Dat het thema brandend actueel is en perfect kadert in de doelstellingen van de dienstverlenende vereniging die de Marnixring Internationale Serviceclub is, hoeft geen betoog.

Het panelgesprek, dat in goede banen werd geleid door Marc Hendrickx (N-VA), eerste schepen van Mechelen en onder meer bevoegd voor integratie, bood heel wat stof tot nadenken: kennis van de Nederlandse taal als onderdeel van het integratieproces, de rol van het onderwijs inzake de Nederlandse taal, en kennis van het Nederlands als opstap naar werk en deelname aan de samenleving.

Over de kennis van het Nederlands als opstap naar een gelukkig leven in Vlaanderen was iedereen het eens: Nederlands kennen is volgens Leen Verraest, directeur van het Agentschap Integratie en Inburgering, onontbeerlijk om zich thuis te voelen in ons land. Jaarlijks volgen 44.000 cursisten lessen NT2 (Nederlands als tweede taal). Darya Safai, vrouwenrechtenactiviste van Iraanse afkomst, ging daarbij nog een stapje verder: “Kunnen communiceren in het Nederlands met bakker en buurvrouw is pas de eerste stap. Nieuwkomers moeten zich ook onze waarden en normen tot de hunne maken!”

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Luckas Van der Taelen, Brusselaar en gewezen journalist, senator en Europees parlementslid, wees op het belang van de kennis van het Nederlands in Brussel. Het Huis van het Nederlands en het Vlaams onderwijs worden overrompeld omdat velen weten dat Nederlands de weg is naar werk. Hij pleitte ervoor op zeer assertieve manier het Nederlands te promoten in Brussel.

Kwaliteitsbewaking

Bernard Daelemans is geen onbekende in de Vlaamse beweging als drijvende kracht achter het maandblad Meervoud en ondervoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging. Vanuit zijn ervaring als leraar Nederlands in het volwassenenonderwijs in Brussel gaf hij aan dat het besef dat het Nederlands kansen geeft maar traag doordringt in onze hoofdstad: “Mensen uit de jungle verwerven het Nederlands veel sneller dan Franstalige Brusselaars die om psychologische redenen nog steeds hun neus opsteken voor het Nederlands.” Hij pleitte voor meer kwaliteitsbewaking van het onderwijs in Brussel, vooral het onderwijs van het Nederlands in het Franstalig onderwijs.

De situatie in Brussel is voor veel Vlamingen een zwarte doos. Het aanbod van Nederlands cultuurleven in Brussel is zeer groot en voor werkzoekenden die Nederlands kennen liggen de jobs in Vlaanderen voor het rapen. Alle sprekers beaamden: we moeten de Nederlandsonkundigen verleiden en charmeren en hen ervan overtuigen dat het Nederlands een meerwaarde biedt. Brussel ligt qua inburgeringstrajecten 12 jaar achter op Vlaanderen, van een beleid kan men er amper gewag maken. De Brusselse politici hebben het Vlaamse model vroeger zelfs bekampt.

Tegen het verkavelingsvlaams

Luckas Vander Taelen ergerde zich voorts aan het ‘verkavelingsvlaams’ in onze media en vroeg om met anderstaligen steeds in het Nederlands te communiceren in plaats van in een andere taal. Darya Safai beaamde dit: ze sprak consequent Nederlands om ook de nuances in de taal te kennen. Ook het oudercontact kwam ter sprake: men zou nieuwkomers op de een of andere manier moeten kunnen verplichten oudercontacten op school bij te wonen omdat dit de sleutel is tot emancipatie. Inburgering is veel meer dan de taal leren, het is ook het aanvaarden van gelijkheid tussen man en vrouw, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, recht op onderwijs… kortom de universele waarden.

Marc Hendrickx besloot met een toelichting uit zijn schepenambt: “Mechelen is al jaren actief om via talloze initiatieven met succes de 138 nationaliteiten het Nederlands te leren om de etnisch-culturele verschillen te overbruggen. Uiteindelijk moeten we tot één gemeenschap komen: de Mechelse”.

Vooraf en na het panelgesprek konden de toehoorders genieten van een optreden van Zolotoy Plyos, drie perfect geïntegreerde Russen die op hun instrumenten Russische en Vlaamse liedjes brachten.

Met dank aan Piet Bouciqué (secretaris Marnixring Voorkempen Pater Stracke) voor het verslag en het beeldmateriaal.