In Israël werd op zondag een wet voorlopig goedgekeurd die de afschaffing van het Arabisch als officiële taal bewerkstelligt. Het wetsvoorstel dat werd ingediend door Likoed, de rechtse partij van premier Benjamin Netanyahu, raakte voorbij het ministerieel comité maar kan nog ongedaan gemaakt worden. 

Avi Dichter, de man die het voorstel indiende, noemt de goedkeuring een stap richting de bescherming van de Israëlische identiteit. Daarnaast meent hij dat men op deze manier het land beschermt tegen de Palestijnen. Volgens Dichter hebben zij niet het beste voor met Israël.

Het voorstel krijgt echter ook veel tegenkanting vanuit linkse en Palestijnse hoek. Critici noemen het voorstel ronduit discriminerend en een verdere stap richting apartheid. Zo’n 20% van de Israëlische bevolking spreekt Arabisch als moedertaal en riskeert op deze manier tweederangsburger te worden, vinden velen. Ayman Odeh, een ander parlementslid, noemde het voorstel het resultaat van “de tirannie van de meerderheid”.

Het is echter niet de eerste keer dat een dergelijk voorstel op tafel ligt. In 2014 nog werd een gelijkaardige wet niet goedgekeurd. Voordat de wet finaal in werking kan treden zal ze nog verschillende besprekingen in het parlement moeten doorstaan.