Vandaag stemde de Kamercommissie Buitenlandse Betrekkingen over een voorstel van resolutie dat een einde moeten maken aan de wapenverkoop aan Saoedi-Arabië. Ondanks de aanneming van het voorstel, zullen de gevolgen ervan beperkt blijven. Sinds juli 2003 is ieder gewest afzonderlijk bevoegd om vergunningen voor wapenexport af te leveren. Dat bericht Belga. 

De Kamer keurde vandaag een eerder door Ecolo-Groen ingediend voorstel van resolutie goed. In de oorspronkelijke versie waren de initiatiefnemers een voorstander van de totale opschorting van de handelsrelaties met Saudi-Arabië. Dit in afwachting van een diepgaande analyse over de geldstromen van en naar de oliestaat. Voor meerderheidspartijen N-VA, CD&V, MR en Open Vld, ging dit te ver. Nu wordt er gevraagd om de diplomatieke, handels- en andere relaties “aan een diepgaande reflectie te onderwerpen”.

Ambigue houding PS

Alvorens het federale parlement over het voorstel van resolutie ging stemmen, had de wetgevende vergadering om advies gevraagd aan de gewesten. Het verlenen of intrekken van exportvergunningen behoort namelijk tot de bevoegdheid van de gewesten. Wallonië echter, werd – in tegenstelling tot Vlaanderen – met ‘bevoegdheidsprobleem’ geconfronteerd omtrent deze materie.

MR-parlementslid Richard Miller, had bij dit ‘bevoegdheidsprobleem’ de nodige bedenkingen. “Het Waals Gewest voerde wekenlang een felle strijd tegen het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada (CETA), maar is een pak minder timide ten opzichte van Saoedi-Arabië als het over wapens gaat. Wallonië, en zijn minister-president in het bijzonder, zouden zich groots getoond hebben door op zijn minst een debat te aanvaarden”, aldus Miller.

Ook N-VA-fractieleider Peter De Roover, betreurt de houding van het Waals parlement. Al verbaast het hem niet dat het Waals parlement zich hier niet over wenst uit te spreken. De Roover wijt dit aan “de actieve wapenhandel met Saoudi-Arabië vanuit die regio”.

Stevig debat tussen MR en PS

De Franstalige socialisten herhaalden hun eerder gehouden pleidooi voor een Europese aanpak van de Saoedi. Zo vroeg PS-kamerlid Gwenaëlle Grovonius zich het volgende af: “Gaat deze resolutie de zaken veranderen? Ik denk het niet. Ik ben er van overtuigd dat het debat op Europees niveau moet plaatsvinden. Daar moeten we de zaken in beweging krijgen”. 

De Franstalige liberalen hielden er echter een andere mening op na. Zij vonden dat België hieromtrent een voortrekkersrol diende te spelen. Zo stelde Miller: “Indien er geen stappen worden gezet door een lidstaat, weet u heel goed dat er Europees niets zal bewegen. We moeten naar een Belgische resolutie gaan die als lokaas kan dienen voor een Europees debat.”. 

Concrete stemming

Samen met de initiatiefnemers van het voorstel tot resolutie, gaven de meerderheidspartijen hun fiat. Oppositiepartijen PS maar ook sp.a onthielden zich bij de stemming. Een partij die hun standpunt onderschreef, was de extreemlinkse PVDA. De ‘marxisten van de 21ste eeuw’ toonden zich eveneens een voorstander van een Europese aanpak, in plaats van nationale maatregelen. Ook drong de PVDA aan op compensaties voor de arbeiders, die tewerk worden gesteld in de Waalse wapenfabrieken.

Naar het concrete resultaat van de resolutie is het voorlopig nog gissen. Het doel van de motie, een strenger en ethischer beleid tegenover Saudi-Arabië, kan gedeeltelijk op federaal niveau in praktijk worden gebracht. Maatregelen met betrekking tot de uitvoer van wapens, dienen daarentegen genomen te worden door de gewesten. De vraag is echter in hoeverre de Franstalige socialisten in hun eigen vel gaan snijden.