De komende maanden bespreekt dr. Sid Lukkassen in vier delen ‘de decadentie van ons tijdsgewricht’, voortbordurend op de inzichten in het boek ‘De Europese Spagaat’ (Aspekt 2017): een geopolitieke verhandeling over de toekomst van Europa. De lange termijneffecten van de Nederlandse verkiezingsuitslag komen onder de loep evenals de decadentie in media en sociale omgangsvormen.

In het vorige deel constateerden we decadentie in de opkomst van ‘hoofs’ gedrag in de media, aan de hand van de Renaissance-humanist Baldassare Castiglione. Nu schrijf ik over decadentie in sociale omgangsvormen en de doorwerking daarvan op de politieke demografie.

Cultuur in een hoogdecadent stadium

We leggen hier symptomen vast van een cultuur in een hoogdecadent stadium. Ik geef u het voorbeeld van iemand met een topbaan bij een multinational, die zich uit verveling over het eigen routinebestaan tot een loopbaancoach wendde. Dit loopbaanadvies was een politiek advies: zodoende zwalkt een dertiger nachtenlang over straat met een politieke studentenvereniging. Vanuit deze insteek wordt zelfs geflirt met geesteszieke jongedames die vervolgens aan het lijntje worden gehouden, “omdat deze interactie helpt om verbinding te leggen met een specifieke kiezersdoelgroep.”

We hebben het over een type mens dat zich opwindt bij het vooruitzicht over hoe ze zich zullen voelen als ze een specifieke zaak eenmaal meemaken, en er vervolgens van geniet als deze zaak door hun vingers glipt als gevolg van hun eigen loomheid, hun passieve niet-handelen. Masochistisch genietend van de eigen ontoereikendheid. Hij of zij put plezier uit het verlangen dat meekomt met een aanzwellende wens, maar wil tegelijk niet aan deze wens gebonden zijn, en niet aan diens vervulling. Dit is het menstype dat zich uitslooft om op een feest te worden uitgenodigd en dan wegblijft – omdat ze het meest genieten van de vraag: “Waar was je?” Het vorige deel bewees hoe sociale indrukken belangrijker worden dan objectiviteit: nu zien we dat het begeerd worden prioriteit krijgt boven begeerte vervullen.

Wat ik zojuist omschreef is een esthetische levenshouding: fladderig qua onderwerpen en sprekend in tautologieën, schoppen ze het soms zelfs tot staatssecretaris of minister. Met eigen oren hoorde ik een dame zich hierover verbazen. In een moment van zelfinzicht zei ze plots: “Het is niet alsof ik als passant op het verkeerde feest ben uitgenodigd – ik heb zelf de uitnodigingen verstuurd! Ik ben niet per toeval in dit wereldje beland: ik ben de Atlas die deze wereld draagt.” En dit hele tableau gevernist met de credo’s van diversiteit, kosmopolitisme en zelfexpressie.

Niettemin bevat dit ‘diversiteitspektakel’ al de kern van de eigen omkering. Diversiteit heeft namelijk altijd enclavevorming tot gevolg: birds of a feather flock together. Amsterdam, zogenaamd een superdiverse stad, is in de praktijk een monocultuur van kosmopolieten. Binnen alle diversiteit krijgt op een gegeven moment een zekere groep de overhand: dit heeft met demografie en groepssolidariteit te maken. Dan is de diversiteit afgelopen en identificeert men zich met de leidende ‘alfa’-groep. Het is in dat opzicht interessant te zien hoe de elite het krukje klaar zet waar ze zelf vanaf zullen worden geschopt – wel is het de vraag wie zij zullen meeslepen in hun val: waarschijnlijk wordt dit de middenklasse.

Socialites delven het onderspit

Net als vandaag waren er ook in de tijd van Castiglione antihelden: ruwe figuren die de hoofse etiquette bewust ondermijnen. “The rapist is a savage or churl who is not ‘courteous’ or ‘gentle’, who has not, in other words, undergone the feminizing refinement of social life” (p186). Camille Paglia noemt hier een type man dat op een ‘andere wijze’ omgaat met vrouwen. De link met de massa-aanrandingen in Keulen is snel gelegd, of eventueel met de escalatie van ‘Project-X’ in Haren, ook wel bekend als het ‘Facebookfeest’.

Maar zie naast Paglia ook de geschiedstheoloog Ibn Khaldûn, die er op wees dat ieder regime een vaste cyclus kent. Die cyclus betekent dat ruwere horden met een stammencultuur vroeg of laat hun verwijfde en decadente elites verdrijven. Ze koesteren onderling hechte banden en een sterke, gedeelde identiteit maakt hen sneuvelbereid: hun doel is om roem te behalen en de buit van de elite te verdelen.

Dit maakt de recente demonstraties tot boeiend studieobject, toen Turkse nationalisten vochten met de Nederlandse politie bij het Turkse consulaat in Rotterdam. Er staat een horde op die inhakt op het fundament van de geslepen hedonistische intrigecultuur, die men wel omschrijft als “Zuidasgedrag”. Deze horde voelt zich verder gesteund door de opmars van DENK – in feite een partij ontstaan als Turks-nationalistische afsplitsing van de PvdA. Ibn Khaldûn volgend zullen andere groepen die het heersende regime ook weinig waarderen – neem nu krakers of bepaalde Marokkanen – worden aangezogen door de solidariteit van de hechtste groep. Zo wordt de aangekondigde ‘omkering’ langzaam een feit.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/