Op een persconferentie op de luchthaven van Zaventem deed de Brusselse minister van Economie en Tewerkstelling Didier Gosuin (DéFI) enkele opmerkelijke uitspraken. Zo vindt hij dat “de kakofonie van cijfers over de tewerkstelling op Brussels Airport” elke wetenschappelijke basis mist. Al wil de minister niet gezegd hebben dat de cijfers verkeerd zijn. Volgens hem zijn ze “niet exact”. Dat bericht Belga.

Gosuin pleitte tijdens de persconferentie voor het oprichten van een ‘observatorium’. Hier dienen volgens de minister alle betrokken stakeholders – namelijk de gewesten, federale overheid en Brussels Airport – aan deel te nemen. Het doel van het ‘observatorium’ zou eruit moeten bestaan om tot één enkel breed gedragen cijfer te komen.

Oproep aan Bellot

Gosuin riep vandaag federaal minister voor Mobiliteit François Bellot (MR) op om werk te maken van de oprichting van het observatorium. Zodoende kan er een gemeenschappelijke methodologie worden vastgelegd. Dit is volgens de minister noodzakelijk omdat “de kakofonie van cijfers over de tewerkstelling op Brussels Airport die we over ons heen krijgen, geen enkele wetenschappelijke basis [heeft]”. 

Volgens de minister is het “in zo’n fundamenteel debat […] nodig om een objectieve, wetenschappelijke basis te hebben en om te komen tot één enkel cijfer”. De minister gelooft dat als iedereen zich constructief opstelt, een dergelijk cijfer tegen het einde van dit jaar op tafel kan liggen.

Gosuin kan ‘de waarheid’ zelf niet vinden

De oproep van de minister kan enigszins als verassend worden bestempeld. Dit omdat de minister in het verleden al een studie in eigen opdracht liet uitvoeren. Hiervoor contacteerde hij het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) van de KU Leuven. De minister kwam echter tot de conclusie dat “de waarheid vandaag niet bestaat”. Zo is er volgens hem “geen gemeenschappelijke methodologie waarmee je kan zeggen dat de luchtvaart een bepaald aantal jobs creëert in deze of gene sector”.

Afhankelijk van de gehanteerde criteria komt men immers tot grote verschillen. Indien men alle activiteiten opneemt die verband kúnnen houden met de luchtvaart – zoals taxidiensten of horeca – komt men op een totaal van 11.672 voltijdse jobs. Hiervan nemen Brusselaars 23 procent voor hun rekening. Indien men echter alleen de werkgelegenheid in de tien luchtvaartsectoren in de tien gemeenten rond Brussels Airport opneemt, dan komt met slechts op een totaal van 10.663 voltijdse banen. Van deze nemen Brusselaars slechts 13 procent voor hun rekening.

Volgens de minister zijn die cijfers echter nog voor verbetering vatbaar. Al wijst hij hieromtrent vooral met een beschuldigende vinger naar Brussels Airport. De onderneming zou volgens hem al sinds 2013 weigeren om een een lijst vrij te geven van ondernemingen, concessiehouders en onderaannemers die aanwezig zijn op hun site. Dit zou volgens de minister het cijferwerk kunnen veranderen.

In het verleden nog meer studies

De KU Leuven was niet de enige instelling die een studie uitvoerde omtrent de werkgelegenheid die Brussels Airport verschaft. Zo gingen zowel de Nationale Bank als de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Leuvense universiteit al voor. Doch ook deze studies voldeden niet aan de behoeften van Gosuin.

Zo becijferde de Nationale Bank eind 2016 dat de luchthaven 17.463 directe en 20.825 indirecte banen opleverde. Gosuin vond deze studie echter te beperkt aangezien ze alleen de luchtvaartactiviteiten binnen de grenzen van het luchthavengebied in rekening namen. Ook een opsplitsing tussen jobs ingevuld door Vlamingen, Brusselaars en Walen ontbrak. De studie uitgevoerd door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vond de minister dan weer te ruim.