40 procent van de gekende jihadi die in het buitenland gaan vechten zitten in de cel. Dat blijkt uit de cijfers die Monica De Coninck, Kamerlid voor sp.a, opvroeg bij minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Hieruit blijkt dat er in België 121 ‘foreign terrorist fighters’ aanwezig zijn. Slechts 44 onder hen, bevinden zich vandaag de dag achter de tralies. Dat bericht Belga.

Uit de cijfers die De Coninck opvroeg blijkt dat er 121 ‘foreign terrorist fighters’ uit IS-gebied naar België zijn teruggekeerd. Tien van hen zijn ondertussen overleden, onder wie de zelfmoordterroristen die de aanslagen in Brussel en Parijs uitvoerden. 40% van hen, bevindt zich in de cel.

Fluctuerende cijfers

Minister van Binnenlandse zaken Jambon geeft echter aan dat de cijfers sterk fluctueren. Deze worden namelijk beïnvloed door mate waarin lopende onderzoeken worden afgerond, processen plaatsvinden en vonnissen worden uitgesproken.

Wat verder uit de cijfers van Jambon blijkt is dat slechts enkele gerechtelijke arrondissementen geen ‘foreign terrorist fighters’ (FTF’ers) meer zagen vertrekken. Ook met ‘vermoedelijk teruggekeerden’ beginnen de gerechtelijke arrondissementen nu in aanraking te komen. De meesten daarvan bevinden zich in Brussel-Hoofdstad (63) gevolgd door Antwerpen (16). Brugge en Halle-Vilvoorde kennen er elk zes terwijl Kortrijk er vier telt. Verviers, Charleroi, Bergen en Leuven hebben er elk drie en de arrondissementen Dendermonde, Namen, Gent en Doornik twee. In Dinant, Eupen, Marche-en-Famenne en Nijvel verblijft er in iedere gemeente één.

Verder blijkt uit de cijfers van Jambon dat de databank met ‘foreign terrorist fighters’ flink wat minder mensen telt als in 2015. Zo staan er vandaag nog ‘maar’ 629 in, terwijl er dit in 2015 nog 828 waren.

Opvolging door ‘local task forces’

Jambon verzekerde in zijn antwoord dat de ‘foreign terrorist fighters’ degelijk worden opgevolgd door de ‘local task forces’. Voor sp.a is deze uitleg echter onvoldoende. Zo noemt De Coninck het “rijkelijk laat” dat er nu nog overleg nodig is met de gewesten in verband met de uitbouw van de lokale integrale veiligheidscellen (LIVC’s).

“De omzendbrief die de LIVC’s mogelijk maakte dateert al van 2015. Was het dan zo moeilijk al eens eerder contact op te nemen met pakweg Liesbeth Homans (Vlaams minister Binnenlands Bestuur voor N-VA, red.)? Wanneer Homans gevraagd wordt naar de LIVC’s, antwoordt ze standaard dat het om een integrale federale bevoegdheid gaat. Homans wijst dus door naar Jambon en Jambon naar Homans. Wat zal het zijn, N-VA?“

De Coninck stelde ook nog vragen omtrent mogelijke enkelbanden, vervroegde vrijlatingen en deradicaliseringstrajecten. Jambon verwees haar met betrekking tot deze materie echter door naar minister van Justitie Koen Geens (CD&V).

1 REACTIE