Deze middag debatteerden in De Zevende Dag Rik Daems (Vlaams parlementslid en senator Open VLD), Matthias Diependaele (Vlaams fractievoorzitter N-VA), Karin Temmerman (Kamerlid SP.A) en Björn Rzoska (Vlaams fractievoorzitter Groen) een kleine twintig minuten over de begrotingscijfers, die België eind deze week moest indienen bij Europa. De nadruk lag op het al dan niet uit de begroting houden van grote kosten, zoals de Oosterweelverbinding in Vlaanderen, de tunnels in Brussel en de ziekenhuizen in Wallonië.

De twee linkse deelnemers waren het met elkaar eens over de invoeging van de kosten. Temmerman vond het vanzelfsprekend de kosten in te voegen, Rzoska verklaarde: “Je kan niet aan de Vlamingen zeggen dat je in evenwicht bent en dan een bepaalde uitgave er niet insteken.” De groene politicus hekelde bovendien Vlaams minister-president Bourgeois’ ‘oneerlijkheid’ inzake het begrotingsdossier.

Terugverdieneffect

Diependaele repliceerde door erop te wijzen dat de Vlaamse regering al in 2015 Oosterweel uit de begrotingsdoelstellingen heeft gehaald. Zo niet zou ze de komende jaren 600 à 700 miljoen euro aan schulden maar op twee manieren bekostigen: “… belastingen verhogen of nog verder gaan besparen. Dat is inderdaad de keuze die wij niet gemaakt hebben.” De N-VA’er opperde ook dat ze een onnodig gat zouden maken in de begroting, terwijl het een probleem is dat zichzelf zal oplossen door het terugverdieneffect. Ook Daems zei als liberaal nooit te zullen gaan voor meer belastingen.

Temmerman ontkende het terugverdieneffect niet, maar wees erop dat “… Europa zegt dat het niet kan.” Diependaele bood als tegenargument dat Europa de mogelijkheid biedt aan een overheid om drie procent in het rood te gaan, net om kwesties als Oosterweel op te lossen. Vlaanderen leent echter niet voor dagelijkse kosten en is daarin volgens hem “de beste leerling van de klas” in België.

Gebrekkige federale constructie

Rzoska verklaarde echter “zeer ontgoocheld” te zijn, omdat een federaal premier desalniettemin moet zeggen wat Vlaanderen moet doen. Hij ijverde voor meer samenwerking en meer duidelijkheid voor de Vlamingen. Het tegenargument van Diependaele beheerste het vervolg van het debat: hij beweerde dat al sinds 2009 geen akkoord meer is bereikt in België over welke begroting aan Europa door te geven. Meteen hierna bekritiseerde hij de “gebrekkige federale constructie” en sprak van een nood aan een laatste staatshervorming. In een confederaal systeem, zou iedereen voor de eigen verantwoordelijkheid geplaatst worden. De drie andere panelleden toonden zichzelf echter een koele minnaar.

Temmerman beweerde dat sinds de ‘huidige’ staatshervorming zowel het Vlaams als het federaal niveau op vlak van begroting gebuisd zijn. Haar standpunt werd evenwel weggelachen door Diependaele en Daems. Rzoska trad haar echter bij door te stellen dat meer verantwoordelijkheid voor de regio’s niet de oplossing is, omdat de Europese regels altijd hetzelfde zullen blijven.

Diependaele sloot het debat af met de uitspraak: “Wie nu nog niet doorheeft dat we inderdaad moeten nadenken over een andere organisatie in dit land, die heeft het echt niet begrepen, denk ik.”