Wat hebben de liberale filosoof Thomas Paine (°1737), vrije marktdenker Milton Friedman (°1912), Amerikaans oud-president Richard Nixon (°1913) en dominee Martin Luther King (°1929) met elkaar gemeen? Het zijn allen voorstanders van het concept ‘basisinkomen’. Ook in de VS komt het idee regelmatig terug in het publiek debat. De motie “Is het universele basisinkomen het (sociaal) vangnet van de toekomst” was dan meteen ook de hamvraag voor vier notoire voor- en tegenstanders bij debatgroep IQ².

Wie IQ² (Intelligence Squared) kent, zal vaak jaloers het debat in de Angelsaksische landen bekijken. Met haar ‘Oxford style debat‘-formule strijden twee teams met elk twee experten om ‘hearts and minds’ voor hun idee. Dat levert meermaals een pittige en ‘to the point’ ideeënstrijd op. Met een stelling rond het universele basisinkomen (UBI) overstijgt de discussie – ook in de Verenigde Staten – de klassieke links-rechts tegenstellingen.

Voor de motie “Is het universele basisinkomen het (sociaal) vangnet van de toekomst” pleitten de republikein Charles Murray en democraat Andy Stern. Zij kruisten de degens met Jared Bernstein (vroegere hoofdeconcoom van Joe Biden) alsook een andere econoom uit Democratische hoek, Jason Furman.

Voorstanders van het basisinkomen

De voorstanders haalden in eerste instantie dezelfde argumenten aan als Roland Duchâtelet bij ons: de huidige technologische revolutie zal menselijke arbeid bijna onnodig maken. Zo zijn zelfrijdende trucks ondertussen ver voorbij het stadium van science fiction. Met de wetenschap dat goederentransport over de weg in maar liefst 29 van de 50 Amerikaanse deelstaten de belangrijkste werkgever is, gaan daarbij alarmbellen af. Er is dan ook geen alternatief volgens de voorstanders. Om onze maatschappelijke stabiliteit verder te garanderen, moeten we oplossingen zoeken.

Een ander belangrijk argument gaat over het garanderen van basisvoorzieningen voor iedereen. Hierdoor krijgt iedereen automatisch toegang tot voldoende voedselzekerheid, gezondheidszorg en huisvesting. Die hele ommekeer creëert nieuwe opportuniteiten. We krijgen reserves om onze eigen persoonlijke en professionele interesses waar te maken. Wat meteen moet leiden tot meer sociale innovatie.

Net als het jonge Groen, toen nog Agalev, dat ook bij ons in 1985 al aangaf, moet dat ook bijdragen tot minder bureaucratie en meer daadwerkelijke steun. De voorstander geven zelf wel aan dat financiering een zwak punt blijft. In de VS context zou een basisinkomen van $1.000 (€940) per maand overeenkomen met een verdubbeling van de inkomstenbelasting. Dat mag dan politiek onhaalbaar lijken, maar is er eigenlijk een alternatief in het licht van de nakende arbeidsmarktrevolutie?

Tegenstanders van het Basisinkomen

Voorstanders verwijzen bij de ingrijpende verandering van de arbeidsmarkt onder andere naar het boek ‘Rise of the Robots’ van Martin Ford (2015). Het boek beschrijft uitvoerig de jobvernietiging door de technologische innovaties die op ons afkomen. Onder de titel ‘The robots rise’ maakte The Wall Street Journal (zonder succes) echter gelijkaardige voorspellingen in… 1960. De tegenstanders negeren de aankomende wijzigingen niet, maar betwisten de reële impact op de werkgelegenheid. In plaats van een gevaarlijk sociaal experiment, moet de focus gaan naar herscholing. Net zoals we hebben gedaan bij vorige arbeidsmarktrevoluties.

Het sleutelargument om tegen te pleiten focust voornamelijk op het ontbreken van resterende middelen om nog sociale correcties te kunnen uitvoeren waar nodig. Het concept gaat vooral ten nadele van de sociaal zwakkere, kinderrijke gezinnen. Hierbij schuift het debat meteen op naar een meer ideologisch uitgangspunt. Willen we een universele cheque uitschrijven, of willen we dat geld gebruiken om beleid te sturen? Bijvoorbeeld door dat budget in te zetten voor betere toegang tot hoogwaardige opleiding. De tegenstanders van de stelling kiezen alvast voor het laatste.

En de uitkomst

Een altijd leuk aspect aan IQ² is de overredingskracht op de toeschouwers. Zowel wie fysiek aanwezig is als via ‘livestream’ kan twee keer een stem uitbrengen, net voor en onmiddellijk na het debat. Hebben de debaters hun mening kunnen veranderen?

Vóór aanvang van het debat bleek 45 procent onbeslist, 35 procent was voor het basisinkomen, 20 procent tegen het basisinkomen. Nà dit debat was nog slechts 8 procent onbeslist, 31 procent (-4 procent) bleek nog voor het basisinkomen, 61 procent (+41 procent) uitte zich als tegenstander.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken