Aantal Molenbeekse jongeren aangetrokken tot radicalisme stijgt

4
1837

Het aantal jongeren in Molenbeek dat zich aangetrokken voelt tot het radicalisme gaat nog steeds in stijgende lijn. Dat meldde Molenbeeks deradicaliseringsambtenaar Olivier Vanderhaegen tijdens de onderzoekscommissie naar de aanslagen die plaatsvonden op 22 maart vorig jaar.

Het aantal jongeren dat naar IS-gebied trekt mag dan wel gedaald zijn, toch groeit de groep jongeren die het islamradicalisme aanhangt. Volgens de Molenbeekse deradicaliseringsambtenaar Olivier Vanderhaegen zien de jongeren overal onterecht complotten en provocaties. De jongeren zijn vaak betrokken bij drugshandel of andere criminele feiten en zijn niet zozeer potentiële terreurstrijders. Daarom lukt het hen om onder de radar te blijven, weg van het toezicht van de veiligheidsdiensten.

In hun zoektocht naar identiteit kunnen de jongeren nauwelijks of niet terecht in moskeeën. Dit komt doordat ze in vele gevallen zelf geen Arabisch kennen en de imams vaak te weinig Frans. De imams hebben bovendien vaak geen voeling met de leefwereld van de jongeren, terwijl haatpredikers en ronselaars daar wel gretig op weten in te spelen. Er zijn immers nog steeds ronselaars actief op het grondgebied van Molenbeek, meent Vanderhaegen. Vanderhaegen onderzocht ook al de link tussen radicalisering in Molenbeek en de aanslagen in Parijs in november 2015.

Probleem aanpakken

Vanderhaeghen waarschuwt ook om niet alle middelen in te zetten op een religieus tegendiscours. “Dergelijk tegendiscours werkt niet op het moment dat iemand op het punt staat om naar Syrië te vertrekken. Vaak zijn jongeren vooral op zoek naar hun identiteit. Religie komt dan als een identitaire prothese”, verduidelijkt hij.

Samen met zijn Vilvoordse en Mechelse collega’s, Jessika Soors en Alexander Van Leuven, drong Vanderhaegen aan op meer middelen voor de structurele aanpak van het probleem. Hij benadrukte de sociaaleconomische situatie van heel wat van de betrokken probleemjongeren en wees op de torenhoge werkloosheidscijfers van Brussel.

Molenbeek was de afgelopen jaren in de aandacht van de wereld door de medeplichtigheid van bewoners aan de terreurdaden in Parijs, Zaventem en Brussel. Sommige buitenlandse kranten gingen zelfs zo ver om Molenbeek de “Jihadi-hoofdstad van Europa” te noemen. In nasleep van de aanslagen in Parijs in november 2015 zei Jambon toen dat hij “Molenbeek [ging] opkuisen”, waarop heel wat huiszoekingen volgden.

4 REACTIES

  1. Die Vanderhaeghen probeert hier de factor islam uit de wind te zetten en er een verhaal van “jongeren die op zoek zijn naar hun identiteit” van te maken. Hij moet mij dan wel eens uitleggen waarom het exclusief aanhangers van die éne religie zijn die radicaliseren en naar oorlogsgebied verkassen. Jongeren die een ander geloof aanhangen hebben allemaal hun identiteit al gevonden zeker?

      • Het besef, dat heel veel allochtone jongeren opgroeien met een samenlevingsvisie die niet spoort met de onze, dringt langzaam maar zeker door. Al botst dit besef nog wel op de muur van het politiek correcte denken. Fundamentalistische imams belemmeren iedere integratie, sociale en financiële promotie voor hun gemeenschapsgenoten. Sociale druk bestendigt deze omstandigheden.