Zestig jaar geleden werden in Rome de funderingen gelegd voor de Europese Unie die wij vandaag kennen. Velen schrijven de lange periode van vrede die Europa vandaag kent toe aan de afspraken die toen werden gemaakt. Het Verdrag van Rome stelde een gemeenschappelijke markt in waarbinnen mensen, goederen, diensten en kapitaal vrij kunnen bewegen.

“Op deze verjaardag kijkt de Europese Unie terug met trots en vooruit met hoop”, klinkt het op de website van de Europese Unie. Het moet gezegd dat elke liberale democratie van over de hele wereld wel een reden heeft om de verwezenlijkingen van het Verdrag van Rome te vieren. Door het wegwerken van handelsbelemmeringen en het bewerkstelligen van vredevolle ontwikkeling maakte het de baan vrij voor een tijdperk van grote welvaart.

Meerdere crises

Maar is er veel reden tot hoop voor de toekomst? De opeenvolgende crises hebben het enthousiasme voor de uitbouw van de Europese Unie op zijn minst getemperd. Eerst een financiële crisis, dan een economische crisis en uiteindelijk een politieke crisis. Allen lieten ze hun sporen na en werkten ze in op het geloof van de Europeanen in het project dat zestig jaar geleden werd opgestart.

Het is echter niet de eerste keer dat de Europese Unie zich in woelig water bevindt. In de naoorlogse periode was de wil tot samenwerking groot. De originele zes, namelijk Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en Luxemburg hervormen hun gemeenschap van kolen en staal tot een douane-unie en stichten daarmee het begin van een gemeenschappelijke markt gebaseerd op vrije beweging van goederen en kapitaal. Op 25 maart 1957, een mooie lentedag, wordt het Verdrag van Rome getekend en daardoor de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en het Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) gesticht.

De eerste grote moeilijkheden kwamen er toen Frans president Charles de Gaulle in 1965 besliste om zijn permanente vertegenwoordiging aan de EEG in te trekken tot hij zijn zin kreeg over het gemeenschappelijke landbouwbeleid en het gebruik van meerderheidsstemmingen. Toen al werd duidelijk dat de besluitvorming zou moeten worden hervormd om dergelijke crises in de toekomst het hoofd te kunnen bieden.

Referenda wijzen op scepsis

In 1973 beslisten Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken over een mogelijke toetreding tot de EEG. Noorwegen was het enige land uit het rijtje dat haar burgers liet beslissen in een referendum en besliste na een negatieve uitslag om niet toe te treden. De geschiedenis zal aantonen dat dit het eerste, maar zeker niet het laatste, referendum is dat de EU-top wijst op een breed gedragen scepsis bij de burgers. De andere landen sloegen het onvoorspelbare referendumdeel over en zetten meteen de stap. Een tactiek die in de verdere geschiedenis zeer vaak zal worden toegepast om moeilijk liggende verdragen er alsnog door te krijgen.

Van het vallen van de Berlijnse muur en de gerichte aanvallen van een immer kritische Thatcher tot de bloederige Balkanoorlog, de Europese Unie spartelde zich door vele uitdagingen en kon het vaak niet enkel bij kleerscheuren houden. Met het Verdrag van Maastricht leefde het euro-optimisme echter weer op en werden regels uitgewerkt voor buitenlands- en veiligheidsbeleid evenals justitie en binnenlandse zaken. Het Verdrag, dat in 1993 werd ondertekend, maakte de officiële hervorming van de Europese Gemeenschap naar de Europese Unie.

Over hoogtepunt heen?

Een jaar later wordt Hongarije de eerste voormalige Sovjet satellietstaat die het lidmaatschap aanvraagt. Velen zullen volgen en vandaag telt de Europese Unie maar liefst 28 lidstaten met Kroatië als nieuwste EU-onderdeel. Hoe lang dat nog zal duren blijft echter de vraag. De Britten stemden in een referendum voor de befaamde Brexit, de Nederlanders verwierpen het associatieverdrag met Oekraïne en zowel de Italianen als de Grieken stemden de besparingsmaatregelen opgelegd door de Europese Unie weg. De aanhoudende spanningen met de VISEGRAD-landen omtrent het opnemen van vluchtelingen zorgt eveneens voor barsten in de funderingen van het Europese project.

Leidt de Brexit, die wel eens zeer dicht bij de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome zou kunnen vallen, het einde van de Europese Unie in? Of kent de Unie zoals in het verleden na elke tegenslag weer voorspoed? De toekomst zal het uitwijzen, maar de Britse eerste minister Theresa May neemt het zekere voor het onzekere en liet reeds weten de feestelijkheden in Rome voor de 60ste verjaardag van het Verdrag niet bij te zullen wonen. Groot-Brittannië is het eerste land ooit dat artikel 50 zal gebruiken en de Europese Unie zal verlaten. Italiaanse functionarissen zouden op hun beurt aan hun Britse collega’s gevraagd hebben om de feestelijkheden niet te verpesten met een slecht getimede inroeping van artikel 50.

1 REACTIE

  1. De grote fout met Europa is dat men dacht Europa te kunnen uitbreiden tot buiten het rijk van Karel De Grote ( neen niet van Karel De Gucht, maar van de échte). Een historische vergissing. Geschiedenis heeft zijn rechten. Binnen de grenzen van het Karolingse imperium hebben wij gemeenschappelijke wortels. Wat daarbuiten ligt zal altijd een beetje “vreemd” zijn. Hoe je het draait of keert, als je een samenleving wil creëren dan moet je over een aantal essentiële waarden raakvlakken hebben. Het ontkennen van dit gegeven leidt tot problemen. Naïef links is daar kampioen in.

Comments are closed.