Denktank Minerva is de nieuwe denktank van de Vlaamse linkerzijde, maar de nieuwkomers zijn heus niet de enige speler in die markt. Denk maar aan hun rivalen Itinera en VIVES, beiden gesponsord door ondernemers. De Vlaamse denktanks groeien sedert enkele jaren in aantal en zijn een doorslag van een gelijkaardige ontwikkeling sedert 1945 in de VS.

In Amerika ontstonden denktanks als reactie op universiteiten die meer en meer linksprogressieve denkcentra werden. The Heritage FoundationPrager University (niet echt een universiteit)… Het zijn slechts een paar voorbeelden van Amerikaanse denktanks ter rechterzijde. In Vlaanderen is die Amerikaanse evolutie zwakker en later opgedoken en groeiden de denktanks eerder om aan beleidsondersteunend economisch onderzoek te doen. Lang werd veel aandacht gegeven aan wiskundig onderschraagd detaillisme met amper oren en poten in het dagdagelijkse van de politiek en de maatschappelijke uitdagingen. De evolutie van de economische wetenschap met aandacht voor maatschappij en politiek naar een economie als veelal wiskundige berekening  wordt mooi geïllustreerd in de voorbije Kerst-editie van The Economist: ‘The art and science of economics at Cambridge‘. Hier en daar wordt ook van het pure mathematische afgestapt en dat zien we in uitbreiden van de Vlaamse denktanks.

Van politieke economie naar wiskunde?

John Maynard Keynes, de peetvader van de vraaggestuurde economie, verzuchtte: “Goede of zelfs bekwame economen zijn zeldzame vogels”. Keynes was een product van de universiteit van Cambridge waar Alfred Marshall einde van de negentiende eeuw, in 1895, de professionalisering van het economieonderwijs grondvestte. In Cambridge werd het vak economie geboren. Voor de komst van Marshall was de economie aan de universiteit ingebed in de ‘morele wetenschappen’ naast de psychologie, de logica en de ethiek. Keynes schreef in 1924 een essay over zijn mentor, Alfred Marshall en wordt als volgt geciteerd in de The Economist: “De kwaliteiten van een goede economist zijn dat hij een wiskundige, geschiedkundige, staatsman, filosoof is – toch in een zekere mate… Hij moet doelbewust zijn, echter zo afstandelijk en onverdorven als een kunstenaar, soms wel zo praktisch en aards als een politicus”.

De eerste generatie economen van Cambridge blokte bij de examens op vragen als: “De toekomst van het goud”, “De rechten en de plichten van aandeelhouders”, “De alternatieven van democratie”. Over dergelijke vragen mocht de student gedurende uren een verhandeling schrijven. Om daarin te slagen moest hij of zij maatschappelijk en politiek aandachtig zijn en naast de cursus dagelijks en vlijtig The Times uitvlooien. Geen economie bestond toen zonder een brede kijk op en kennis van de samenleving. Vandaag is een examen economie aan de KU Leuven en andere Vlaamse universiteiten een oefening in hogere wiskunde, met algebraïsche formules die de haren ten berge doen rijzen. De mentaliteit is: economen moeten hun grenzen kennen en zich op afstand houden van politieke beoordelingen.

Alfred Marshall schreef een boek dat tot vandaag weerklank heeft: ‘Principles of Economics‘, een blauwdruk voor een nieuw vak. Hij ging niet zover als de overdrijvingen vandaag waarbij in cursusboeken en economische essays spaghetti-knopen van curven, lijnen, kronkels de lezer tot wanhoop drijven. Marshall vond de vraag- en aanbodcurve uit en duidde de economie als een dynamisch systeem dat verwant was met een lichaam, zodat het best onderwezen werd in aparte delen. De vernieuwer en pedagoog sloot wel aan bij de brede belangstelling die van een student economie, en latere econoom, mocht verwacht worden. In zijn eerste cursustekst eiste hij van de studenten dat zij de Britse grondwet kenden en onderwerpen aankonden als “economische doelstellingen als factor van de buitenlandse politiek”.

Instrumenten van beleid?

John Maynard Keynes en Arthur Pigou, de opvolgers van Marshall in Cambridge, tuigden in de jaren dertig de economie op tot een gereedschapskist voor beleidsmakers en waren de eerste economische raadgevers van de Britse regeringen. De beide heren ontwikkelden grote theorieën terwijl zij actief deelnamen aan de beleidsontwikkeling van de overheid. Vandaag hebben specialisten die pingpongen met de mathematica de filosofen en economische debaters veelal vervangen.

Is er een terugslag tegen de wiskundigen en hun besloten formules? Een van de populaire economieboeken in 2017 is van Ha-Joon Chang: ‘23 Things They Don’t Tell You About Capitalism‘, stelt ook The Economist. In het boek wordt Ha-Joon geciteerd “Economie gaat over economisch beleid, en de bron daarvan is de politiek”. Hij verwerpt de gekunstelde scheiding, die door de mathematische bocht verbreed is, tussen economie en politiek en bekijkt de disciplines samen. Wat de kern is van de functie en het werk van economisch-politieke denktanks. Minerva, Itinera, VIVES… zijn kinderen van deze oorspronkelijke en herontdekte trend. Volgende week onder de loep: VIVES.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken