Berlijns priester Gottfried Martens trekt aan de alarmbel. In een parochiale brief trekt de priester van leer tegen de islamitische vertalers die christelijke vluchtelingen met opzet verkeerd zouden citeren. Volgens Martens proberen de vertalers daarmee de nieuwe christenen te laten uitwijzen.

In een parochiale brief ter gelegenheid van Kerstmis, verwijst priester Martens naar het structurele afwijzen van de asielaanvragen van Iraanse en Afghaanse bekeerlingen onder zijn parochianen. Hierbij kritiseert hij onder andere de gebrekkige kennis van de onderzoekers over het christendom in het algemeen en de geloofgemeentes in het Midden-Oosten. De nadruk zou ook teveel liggen op specifiek Duitse elementen, zoals het leven van Luther. Vooral de vertalers worden hierbij niet ontzien. Op basis van hun onkunde of vooringenomenheid zou zo de Communie vertaald worden als het “eten van cake en het drinken van schnaps”. Verder zouden nieuwe christenen ook uitgemaakt worden voor “kuffar” of door moslims bedreigd worden.

Asiel voor christenen

Martens staat in Berlijn bekend omwille van zijn inzet voor vluchtelingen. Zijn Berlijnse parochie kent vandaag zo’n 1.200 christelijke vluchtelingen, waarvan een groot deel afkomstig is uit Iran en Afghanistan. Als motivatie wordt aangevoerd dat het christendom gelovigen tot niets dwingt, in tegenstelling tot de islam.

Het is algemeen verspreid dat christelijke vluchtelingen meer kans maken op asiel in Duitsland: als christen heeft men meer kans op vervolging in eigen land en dus op politiek asiel te Duitsland. De causale samenhang tussen de plotse bekeringsgolf en asiel wordt door de Duitse Kerken afgewezen: een meerderheid zou reeds in hun thuisland met het christendom kennis gemaakt hebben. Strubbelingen tussen islamitische en christelijke vluchtelingen in Duitsland zijn geen nieuw fenomeen. In mei 2016 berichtte hulporganisatie Open Doors over 512 gemelde aanvallen op christelijke vluchtelingen.