Commissie Van Biesen-rel: geen racisme- maar alcoholprobleem

0
4089

Zopas lekte een advies uit van de Federale Deontologische Commissie dat werd geformuleerd naar aanleiding van de zogenaamde racismerel vorig najaar met Kamerlid Luk Van Biesen (Open VLD) in de hoofdrol.

In september vorig jaar kwam het liberale Kamerlid Luk Van Biesen in opspraak toen hij tijdens een parlementair debat rond de sluiting van Caterpillar tegen zijn collega Meryame Kitir (sp.a) zei “dat ze beter terugkeert naar Marokko.” Na publiekelijk door het stof gekropen te zijn leek de zaak gesloten. Maar in een interview met De Morgen kwam hij terug op de zaak: “Er was geen vleugje racisme mee gemoeid”. Daarop reageerde Kitir dat de excuses van Van Biesen blijkbaar niet oprecht waren. Ook bij zijn eigen partij viel de uitspraak niet in goede aarde. Voorzitter Gwendolyn Rutten was woest.

Van Biesen moest voor de tuchtcommissie van Open VLD verschijnen. Het oordeel was dat hij in de fout ging “door herhaaldelijk onvoorzichtige en ondoordachte uitspraken te doen waarvan sommige indruisen tegen de grondbeginselen van Open VLD”. Hij kon een “ernstige, effectieve sanctie” vermijden door schriftelijk te verklaren dat hij nooit enige racistische bedoeling had.

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookies door op Accepteren in de banner te klikken

Federale Deontologische Commissie

In oktober besliste de Kamer een verzoek voor te leggen aan de Federale Deontologische Commissie om mogelijke sancties te voorzien als reactie tegen “misplaatste, respectloze, onhoffelijke of indecente uitspraken” tijdens parlementaire debatten. SCEPTR kon vandaag de hand leggen op het advies van de Commissie.

Persoonlijke beledigingen kunnen aanleiding geven tot tuchtmaatregelen. Maar de Commissie ziet geen reden om nog meer sancties toe te voegen aan de bestaande tuchtmaatregelen waaronder: de terechtwijzing, de verwittiging, de intrekking van het spreekrecht, de tijdelijke uitsluiting van de zitting, het aanbieden van verontschuldigingen en in bepaalde gevallen geldelijke sancties zoals een tijdelijke vermindering van de bezoldiging van het betrokken parlementslid.

De Commissie houdt echter wel de deur open om te bekijken of de antiracismewet, de antidiscriminatiewet en de antiseksismewet “misschien” van toepassing zijn “als de betwiste verklaringen racistische, xenofobe en/of seksistische uitlatingen of beledigingen vormen.” In dat geval volgt de opheffing van de parlementaire onschendbaarheid. De Commissie wijst er echter meteen ook op dat “het uiten van een mening door een parlementslid in een parlementair debat, in een rechtstaat met scheiding van machten, slechts zeer uitzonderlijk tot strafvervolging aanleiding kan geven, zelf wanneer de inhoud van de verkondigde mening een strafbaar feit zou inhouden (zoals ontkenning van de genocide of eerroof).”

Wat voor de ene onaanvaardbaar is, wordt door de andere als een fundamenteel recht gezien. Terughoudendheid is hier dan ook zijn plaats, luidt het advies. De Commissie rekent op de publieke opinie en de pers om dergelijke uitspraken “politiek te sanctioneren”.

Wettelijk versus werkelijk land

Op de laatste pagina komt de commissie tot de kern van de zaak: “Een volksvertegenwoordiger kan echter ook de controle over zijn uitspraken tijdelijk verliezen, ten gevolge van blinde woede, of het gebruik van alcoholische of andere roesmiddelen”. Daarom moet worden voorkomen “dat volksvertegenwoordigers in een dergelijke toestand van tijdelijke ontoerekeningsvatbaar in de Kamer verschijnen en aan de debatten deelnemen.” De Commissie dringt er ten zeerste op aan, “met het oog op de handhaving van de deontologische principes”, dat er striktere regels zouden gelden voor de deelname aan de parlementaire debatten door leden die onder invloed zijn van alcohol of andere roesmiddelen.

Er dient, aldus het advies, “een procedure te worden vastgesteld om een dergelijke toestand vast te stellen”, zodat Kamerleden die te diep in het glas hebben gekeken kunnen worden uitgesloten van de debatten. Bovendien is het “volstrekt onaanvaardbaar dat de roes binnen de gebouwen van de Kamer zelf zou ontstaan”. De Commissie herinnert eraan dat in het ‘werkelijke land’ op heel wat werkplekken “het gebruik van alcohol volstrekt verboden is of althans echt binnen de perken gehouden wordt”.

De Commissie pepert de parlementsleden in: “Indien die regels al belangrijk worden geacht voor een correcte uitvoering van gewone taken, dan is dat zeker het geval voor de uitoefening van een van de hoogste taken in de Natie, te weten de controle op de uitvoerende macht en de totstandkoming van wetgeving.”

Daarmee lijkt de racismerel te zijn herleid tot… toogpraat in het parlement. Volgen er alcoholcontroles in het Paleis der Natie?

ADVERTENTIE