De Syrische burgeroorlog begon in Homs tijdens de Arabische Lente, overspoelde de olie- en gasgebieden van Palmyra tot Deir ez-Zor, en sloeg om vijf jaar later in Oost-Aleppo. De handhaving van het regime is een kaakslag voor Amerikaanse Buitenlandminister John Kerry, voor Europa en voor de VN.

Het regime kan zich handhaven, dankzij de steun van Rusland, Iran, de Libanese Hezbollah en indirect door de Koerden (plus een Turkse tafelgast van het elfde uur, een ex-sponsor van de rebellen, die aanschoof bij de winnaars met een eigen agenda). De VN toonde aan om machteloos te staan, met Ban Ki-Moon die wekelijks zijn bezorgdheid uitsprak, terwijl Brussel dreigementen uitte waar niemand op lette. Kerry kan zijn gezicht redden door nu te focussen op Irak. Syrië verdwijnt definitief uit de Westerse invloedssfeer. Rusland kan haar positie in de Middellandse Zee behouden en de wereldleiders die de kant kozen van de rebellen, kunnen nu hun subsidies opsparen en beginnen nadenken over een eventueel Marshallplan. Misschien is in Syrië een Wirtschaftswunder op komst? Kunnen dan straks de vluchtelingen misschien thuis rijk worden? Historici en academici moeten nu leugens uitpluizen: wie, waar en wanneer, welke misdaden pleegde, die eerder door de media (niet) werden gerapporteerd. De waarheid sneuvelt als eerste in een oorlog. Dat vergt jaren onderzoek. (een voorbeeld: na 70 jaar kwamen historici pas onlangs tot het besluit dat Anne Frank niet verklikt werd)

Hoe is het zover kunnen komen?

Foto: de kaart bijgesloten bij de brief van Paul Cambon naar Edward Grey. https://en.wikipedia.org/wiki/Sykes%E2%80%93Picot_Agreement.
Foto: Wikipedia. De kaart bijgesloten bij de brief van Paul Cambon naar Edward Grey. In het rood de invloedssfeer van het VK en in het blauw de Franse.

De heisa in het Nabije Oosten danken we voor een groot stuk aan Mark Sykes en François-Georges Picot, die in 1916 de grenzen tekenden voor de verdeling van het Ottomaanse rijk. Het gedonder begon al tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles, want het was Sykes en Picot niet opgevallen of heeft ze minstens niet gehinderd, dat het Nabije Oosten een caleidoscoop is van tradities en van complexe etnische toestanden en godsdiensten. Om er maar enkele te noemen: de alawieten, maronieten, kopten, joden, katholieken, christenen aller pluimage, druzen, soennieten, sjiieten en koerden. Bovendien had ‘Lawrence of Arabia‘ beloften gemaakt aan de Arabische stammen waarvoor hij geen mandaat had en had Arthur Balfour een declaration gestuurd naar Joodse en Zionistische Lord Walter Rothschild. Beide zaken waren weinig verzoenbaar. De onderhandelingen met de lokale bevolking van de regio vlotten niet in Versailles. Amper enkele uren werd onderhandeld met hun delegatie want Clemençeau had het te druk met Elzas-Lotharingen en met het onderwerpen van Duitsland. Frankrijk en de Britse Kroon beslisten om eventuele opstanden van Bedoeïenen in de bevrijde gebieden in de kiem te smoren. Zoals de Ottomanen het eeuwen lang deden.

De verkeerde man op de verkeerde plaats

Terug naar het Syrië van vandaag. Toen in 2011 vreedzame betogingen uitbraken in enkele randsteden, was Bashar Al-Assad de verkeerde persoon op de verkeerde plaats. Het Syrische Probleem raakte in een stroomversnelling toen het Westen, met Frankrijk op kop (als voormalige Mandataire Liban et Syrie) prompt de kant koos van de oppositie. Ook in Brussel werd pro-oppositietaal gesproken en humanitaire activisten maakten reisplannen voor de komende zomervakantie. Assad miste toen de kans om te onderhandelen thuis en zo de kritiek in het buitenland te neutraliseren. Gematigde rebellen werden moreel en financieel aangemoedigd door het buitenland. Toen de zaken uit de hand liepen, namen geharde jihadisten (onder meer uit het buitenland) een dominante positie tegen Bashar Al-Assad in. De vlam sloeg in de pan, maar Bashar Al-Assad had niet de controle van zijn vader, Hafiz Al-Assad.

In 1982 had Hafiz de wereld al gewaarschuwd. De Westerse spelregels van protesteren (zoals in mei ’68) gelden niet in het Nabije Oosten, dat immer een dubbelzinnige relatie heeft gehad met democratie. In Syrië wordt er naar verwezen als het ‘Hama incident‘. Buiten Syrië heet het de ‘Hama massacre’. In februari 1982 belegerde een Syrische legereenheid de stad Hama, een schuilplaats van de Moslimbroederschap.Tijdens de vuurgevechten vielen aan de Ba’ath-kant (de partij van de Assad-familie) zeventig slachtoffers, grotendeels door sluipschutters. President Hafez Al-Assad liet de stad omsingelen en gaf het bevel om de stad te neutraliseren. Gedurende drie weken werd Hama uitgekamd. Schattingen van de doden variëren van tienduizend tot veertigduizend doden. Tot aan de dood van Hafiz Al-Assad heerste (gewapende) orde in Syrië.

Bassel Al-Assad

Bassel Al-Assad. Een propagandaposter. https://www.facebook.com/Design.L.To.Sy.Alasad/
Bassel Al-Assad. Een propagandaposter. https://www.facebook.com/Design.L.To.Sy.Alasad/

Bashar kwam terecht in een vaudeville, als de figurant die op het verkeerde moment uit de verkeerde deur stapt. Hij had er niet om gevraagd. Kroonprins Bassel al-Assad, de oudste zoon van Hafez, moest de Assad-dynastie voortzetten. Bassel was charismatisch: ingenieur, para, kolonel en commandant bij de Republikeinse Garde. Overal in het land hingen foto’s van Bassel, een beetje in de stijl van de Russische president Poetin: te paard, in uniform, op ski’s of een andere sport aan het beoefenen.

Op 21 januari 1994 besliste Bassel (toen 42) om over en weer naar Duitsland te vliegen. Wat zijn motief was voor die gril is niet duidelijk: shopping? Eén telefoontje volstond om een Lufthansa Airbus, die klaar stond om te vertrekken met alle passagiers al aan boord, te blokkeren. Op de snelweg tussen Damascus en de luchthaven was de mist te snijden. Je zag geen twintig meter voor je uit. Weer een telefoontje, naar een generaal, volstond om die route vrij te maken. Samen met een vriend reed Bassel naar de luchthaven. Hij nam zelf het stuur. Zijn chauffeur zat achterin. Tot aan de vlieghaven ging het goed, maar daar botste hij in volle snelheid tegen de berm van een rond punt. De auto ging over kop. Bassel was op slag dood. Zijn vriend overleefde, maar werd een plant. De chauffeur had schrammen.

De roekeloze manier waarop Bassel aan zijn einde kwam laat vermoeden dat, met Bassel aan het roer, de Arabische Lente misschien wel al snel doodgebloed zou zijn (letterlijk) in de zomer: in ‘Hama-stijl’. Voor toenmalige president Hafiz was het verlies van Bassel een ramp. Hij had hem gecoacht tot opvolger. Zijn volgende zoon in lijn, Bashar al-Assad, had nooit politieke ambities gehad en vader Assad zag in hem geen kandidaat-staatsman. Bashar was een arts, die verder specialiseerde in Londen… voor oogheelkunde.

Bashar Al-Assad is zonder veel twijfel een zachtere man dan zijn broer of vader. Toen de rellen uitbraken stond in feite een tweederangsspeler aan het roer, die drukkend de hete adem van het Westen in de nek voelde. In Frankrijk ging het toen niet al te best met de binnenlandse politiek en president Sarkozy, in volle verkiezingscampagne, zocht een bliksemafleider. Bashar verloor continu terrein en stond op het punt de burgeroorlog te verliezen, tot hij Russische militaire steun kreeg van Poetin. In niet geringe mate keerde hierdoor het tij in 2015. Het regime kon zich handhaven.

 

1 REACTIE