Afgeleid door de conflicten in Syrië en Irak is het velen ontgaan, maar sinds vorige zomer woedt een heuse oorlog in de heuvelachtige Koerdische gebieden van Turkije. Turkse president Erdogan lanceerde in juli 2015 militaire operaties die een einde betekenden voor de twee jaar durende wapenstilstand tussen Ankara en de PKK (Koerdische Arbeiderspartij). Het Oosten van Turkije staat sindsdien in schril contrast met de toeristische regio’s aan de Middellandse Zee. Gevechtsvliegtuigen, tanks en Turkse soldaten zijn permanent in de weer om Koerdische terroristen (althans volgens Ankara) uit te schakelen in de heuvels. Na iets meer dan een jaar hevig conflict zijn zelfs verscheidene Oost-Turkse steden tot puin herleid.

Sinds de gevechten rond de Koerdische stad Kobane in Noord-Syrië, in 2014, werden vijandigheden tussen Turkije en de PKK steeds meer regelmaat. In oktober 2014 bombardeerde Turkije enkele PKK-posities in het zuidoosten van Turkije als reactie op een aanslag op een Turkse grenspost aan de grens met Irak. De militanten van de PKK pleegden op hun beurt meer aanslagen op Turkse militairen in Oost-Turkije, en stap voor stap takelde het vredesverdrag af. Doorheen deze escalatie veranderden tijdens het laatste jaar de steden Diyarbakir, Cizre, Nusaybin, Sirnak en anderen in heuse oorlogsgebieden. Bombardementen door Turkse tanks, artillerie en gevechtsvliegtuigen veranderden hele buurten van deze steden in verlaten vlaktes vol puin. Voor de Turkse regering een teken van succes, maar in de heuvels rond deze steden zijn ordetroepen nog steeds het doelwit van een meedogenloze gewapende strijd.

PKK niet enige Koerdische speler

Het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië, en de daaropvolgende invasie van Irak door IS, brachten grote veranderingen met zich mee in de perceptie Ankara’s perceptie van de Koerdische dreiging. In zowel Syrië, als in Irak, speelden lokale Koerdische organisaties een steeds grotere rol tegen IS. Het Turkse conflict met de PKK breidt zich niet noodzakelijk uit naar al deze verschillende Koerdische organisaties. Wel maakt Ankara zich zorgen om de rechtstreekse verbanden tussen de organisaties en de PKK, of om activiteiten van de PKK in gebieden gecontroleerd door deze andere groeperingen.

In Irak heeft Turkije reeds lang een min of meer positieve relatie met de Koerdische Democratische Partij, een van de twee partijen die de scepter zwaaien in de Koerdische Regionale Overheid. Deze laten Turkije toe om binnen Noord-Irak militaire operaties uit te voeren tegen de PKK, dewelke een grote aanwezigheid heeft in het Qandil-gebergte in Irak. Ondanks de aanwezigheid van Turkse troepen in Noord-Irak, en hun samenwerking met de Koerdische Peshmergatroepen, vreest Ankara dat de PKK voordeel zal halen uit de recente ontwikkelingen in het land. Zo waarschuwde Turkije reeds dat de Irakese stad Sinjar zou kunnen gebruikt worden als een logistiek steunpunt voor de PKK nadat Koerdische eenheden IS daar hadden verslaan.

Gevaarlijke grens

In Syrië ligt de situatie iets gevoeliger voor Turkije, daar zijn geen Koerdische bewegingen waar Ankara een goede relatie mee heeft. De zogenaamde Volksbeschermingseenheden – beter bekend als de YPG – boekten in Noord-Syrië indrukwekkende resultaten en controleren daar nu een 450 kilometer lang grensgebied met Turkije. Volgens Turkije biedt dit gebied een toevluchtsoord aan PKK-militanten. Het is uiteraard geen toeval dat vele van de Turkse steden die de zwaarste gevechten zagen over het laatste jaar zich vlakbij deze grens bevinden. De strijd tegen de radicale militanten van IS steunt echter zwaar op de betrokkenheid van deze Koerdische groeperingen. Voor Turkije betekent dit een nieuwe realiteit in hun verhouding met die Koerdische organisaties aan hun grenzen, maar eveneens met de Koerdische militanten die binnen Turkije actief zijn.

ADVERTENTIE