Energie bereikt ons onder vele vormen. In dit artikel wordt de focus gelegd op elektriciteit en aardgas, wat overeen komt met zo’n 43% van het totale energieplaatje. Het overige bestaat vooral uit vloeibare brandstoffen voor transport, waaronder mazout, diesel, benzine en kerosine.

De energiewetgever

Energie is een gedeelde bevoegdheid tussen het Europese, federale en Vlaamse niveau. Op het Europese niveau draagt EU-commissaris Miguel Arias Cañete de verantwoordelijkheid over milieu en klimaat. Vanuit de EU is momenteel de 20/20/20-doelstelling een belangrijke bindende richtlijn op dit domein. De concrete doelstellingen hiervan zijn als volgt:

  • 20% vermindering in uitstoot van broeikasgassen (tegenover 1990);
  • 20% van de energie in de EU moet afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen;
  • 20% verbetering van de energie-efficiëntie. Dit betekent dat alle verbruikers 20% zuiniger moeten zijn (ofwel door minder gebruik, ofwel door betere toestellen).

Europa heeft een aantal bevoegdheden zoals:

  • de ontwikkeling van de energie-unie, met als doel ons werelddeel minder afhankelijk te maken van de rest van de wereld;
  • het diversificeren van de energie-import via nieuwe (handels)relaties;
  • het emissiehandelssysteem, waarbij grote vervuilers betalen voor hun uitstoot.

Het federale niveau staat in voor de bevoorradingszekerheid, transport en transit, offshore wind, het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) en de tarieven die bij deze bevoegdheden horen. Vlaanderen heeft autonomie over de distributie, hernieuwbare energie, rationeel energiegebruik (afkort REG) en de bijhorende tarieven.

Dit kluwen zorgt voor heel wat overlapping, onduidelijkheden en discussie. Nemen we bijvoorbeeld hernieuwbare energie (afgekort REN, renewables): Tegen 2020 moet de EU op 20% uitkomen. Voor België wordt dit 14%. REN is echter een Vlaamse bevoegdheid, dus moeten er afspraken gemaakt worden met Brussel en Wallonië over de taakverdeling. Voorts stellen we vast dat de windturbines op zee geen Vlaamse bevoegdheid zijn, maar federaal en daardoor geen deel kunnen uitmaken van deze onderhandelingen.

Energie van eigen bodem

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat Vlaanderen amper over natuurlijke grondstoffen beschikt. Er is geen gas of uranium aanwezig. De steenkool zit diep onder de grond in Limburg en kan niet rendabel ontgonnen worden. Bovendien is steenkool de meest vervuilende energiebron en zijn er na de stillegging van de site te Langerlo geen centrales meer voor. Ook in de buurlanden – met name Nederland, het VK en Duitsland – woedt de discussie over de uitfasering van steenkool. De afwezigheid van bergachtig gebied maakt het moeilijk om energie op te wekken via waterkracht. Het stuk grondgebied ‘in’ de Noordzee is van kapitaal belang. Naast windturbines op zee (met een hoger rendement dan de varianten op land), gebeurt er veel onderzoek naar de opwekking van elektriciteit uit getijden. Van deze technologie wordt over enkele decennia veel verwacht. Wel wordt dit stukje grondgebied op vraag van de andere deelstaten als federaal wordt beschouwd.

Waar komt onze elektriciteit vandaan?

Hiervoor bestaan helaas enkel cijfers op het federale niveau. Onze energiemix bestaat hoofdzakelijk uit kernenergie en gas.

Foto : http://www.febeg.be
Afbeelding: http://www.febeg.be

Pumped Hydro” wijst op opwekking vanuit de waterbekkens van het Waalse Coo. De site werkt als een grote batterij. Wanneer er een overaanbod aan elektriciteit is, die op dat moment heel goedkoop wordt, worden de pompen opgestart om water omhoog te brengen. Bij tekorten, dus dure prijzen, laat men het water naar beneden stromen om er elektriciteit mee op te wekken. Het verlies aan elektriciteit via deze operatie bedraagt zo’n 35%.

In Vlaanderen is zijn de reactoren Doel 1 t.e.m. 4 bij de meesten gekend. Zij hebben een gezamenlijke capaciteit van 2911 MW (Mega Watt). Er bevindt zich echter ook een nucleaire testreactor te Mol, met een verwaarloosbare capaciteit. Ten zuiden van de taalgrens zijn er Tihange 1, 2 en 3 met een gezamenlijke capaciteit van 3024 MW. Op dit moment ligt Doel 3 (1006 MW) stil voor onderhoud en werd de stop van Tihange 1 (962 MW) verlengd tot eind dit jaar door problemen. Het valt op dat er in 2015 relatief minder kernenergie werd opgewekt en het aandeel gas groter was. Dit komt door de zorgen rond de zogenaamde scheurtjescentrales (Doel 2 en Tihange 3).

Aardgas, Vlaanderens sterke kant?

Bovenstaand diagram toont het belang aan van aardgas. Gas is een wereldwijde grondstof. Ongeveer een derde van ons gas komt uit Nederland. Een ander derde komt uit Noorwegen, via een onderzeese pijpleiding die tot Zeebrugge loopt. Het overige deel komt hoofdzakelijk via grote LNG-tankers (Liquified Natural Gas) binnen in de terminal, eveneens te Zeebrugge, waar ook een opslagfaciliteit is. Deze tankers kunnen van overal ter wereld komen, maar de laatste jaren was er een belangrijke deal met Algerije. Rusland is dus geen rechtstreeks belangrijke speler voor Vlaanderen. Vlaanderen is een belangrijk doorvoergebied voor de buurlanden. Er wordt geleverd aan Frankrijk, Duitsland, G.H. Luxemburg en de belangrijke interconnector met het Verenigd Koninkrijk bevindt zich… jawel, in Zeebrugge. Verder is Loenhout van strategisch belang. Daar bevindt zich een natuurlijke holte in de aarde, die uiterst geschikt is voor de opslag van aardgas.

Foto: http://www.fluxys.com
Afbeelding: http://www.fluxys.com

In Vlaanderen wordt er een onderscheid gemaakt tussen laagcalorisch gas, afkomstig uit Nederland enerzijds, en hoogcalorisch gas anderzijds. Het gas uit Nederland heeft een lagere energetische waarde. Bovendien slinken die voorraden. De Nederlandse output kan het komende decennium stilvallen. Wie in Antwerpen of Vlaams-Brabant woont, kan in de toekomst geconfronteerd worden met extra kosten.

De elektrische interconnectie

Afbeelding: http://www.elia.be
Afbeelding: http://www.elia.be

Het sterk uitgebouwde aardgasnet staat in schril contrast met de bescheiden uitbouw van het transportnet voor elektriciteit. De bestaande interconnectie met Nederland en Frankrijk heeft een capaciteit van zo’n 3500 MW. In 2015 bedroeg de netto-import (= import minus export) van elektriciteit 21,03 TWh, of bijna 26% van het totale verbruik in België! Deze verbindingen zijn van belang in de overgang naar meer hernieuwbaar. Ook Europa stimuleert overgangen daar ze bijdragen tot de gewenste energie-unie.

De transmissienetbeheerder Elia heeft enkele belangrijke projecten lopen om het net te verbeteren. Drie ervan zijn gericht p het uitbreiden van de interconnectie:

  • Stevin trekt de hoogspanningslijn verder vanuit Zomergem naar Zeebrugge. Dit is nodig om zowel Zeebrugge als de rest van West-Vlaanderen blijvend van energie te voorzien. Bovendien wordt het mogelijk om de windparken op zee te koppelen op deze verbinding. Stevin wordt verwacht om eind 2017 operationeel te zijn.
  • Nemo wordt een grote ondergrondse elektriciteitskabel tussen Stevin (Zeebrugge) en het Verenigd Koninkrijk. Door het uurverschil ligt de piek (het tijdstip waarop de vraag naar elektriciteit het hoogst is) op een ander moment, wat voor zowel Vlaanderen als het V.K. interessant is. De afronding en indienststelling worden verwacht in januari 2019.
  • ALEGrO (Aachen Liège Electric Grid Overlay) is de interconnectie van 1000 MW tussen Wallonië en Duitsland. Een exacte timing is er nog niet, maar de huidige planning legt de indienststelling in 2020.
Afbeelding: http://stevin.be
Afbeelding: http://stevin.be
Afbeelding: http://www.elia.be
Afbeelding: http://www.elia.be

In dit scenario moeten we er vooral rekening mee houden dat de verbinding het het V.K. eerder tot stand zal komen dan die met Duitsland. Voor de Vlaanderen is dit geen ideaal scenario. De prijzen over het kanaal liggen hoger dan bij ons, terwijl het tarief in Duitsland tot de goedkoopste van Europa hoort. Concreet kan men verwachten dat de prijs eerst sterk zal stijgen, voor hij opnieuw naar beneden gaat. Er moet ook rekening gehouden worden met de Brexit. In de energiewereld gelooft niemand dat dit gevolgen zal hebben voor de interconnector (gas) en Nemo (elektriciteit). Echter, voor het referendum geloofde ook niemand dat de het leave-kamp de stembusgang zou winnen…

Wat brengt de toekomst? Zijn er nog opportuniteiten?

Het energielandschap is in beweging. Het is moeilijk te voorspellen wat de toekomst brengt. Maar wel zijn er enkele onmiskenbare tendensen.

Eerst en vooral is er de toenemend elektrificatie. Verwarmen gebeurt opnieuw meer elektrisch, ook de zonneboiler vindt zijn weg naar menig woning. Tesla heeft een revolutie in elektrisch rijden in gang gezet. Dit zorgt voor een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. Het blijft gissen of de stijging van de vraag voldoende gecompenseerd zal worden door de daling die ontstaan door efficiënter energiegebruik.

Ten tweede is er de opkomst van de hernieuwbare energie en de volatiliteit die dit brengt. Op dagen met veel zon en wind is er een overschot, terwijl er op donkere windstille dagen tekorten ontstaan. Ook het historische verschil tussen piek (dagtarief) en dal (nachttarief) vervaagt door zonnepanelen. Er is dus nood aan meer balancering op het net. Vraag en aanbod moeten namelijk op elk moment perfect in evenwicht zijn, wil ons elektriciteitsnet niet uitvallen. De uitbreiding van de bekkens in Coo zijn een goede stap voor Wallonië. In Vlaanderen worden hiervoor echter amper initiatieven genomen. Ook voor Vlaanderen liggen hier mogelijkheden. De tender voor strategische reserve in het V.K. wordt momenteel overspoeld door interessante aanbieders van batterij-oplossingen. Hoog tijd voor Vlaanderen om dergelijk scenario uit te werken.

De sluiting van de oudste kerncentrales werd verschoven naar 2025. Gezien er nog verkiezingen zijn in 2018 en 2019, ligt geen enkel politicus momenteel wakker van deze problematiek. De tijd is echter beperkt. Het is vreemd dat men de nodige zaken niet reeds in gang zet voor de transitie. Hierbij moeten alle pistes bekeken worden, inclusief een eventueel nieuwe kerncentrale die ons de komende 30 jaar (2020-2050) zekerheid kan bieden en ons echt de tijd geeft over te gaan tot een volledig hernieuwbaar productiepark.

Vlaanderen moet zijn sterke gasnetwerk behouden en promoten. Zelfs wanneer de gaskraan vanuit Nederland dicht gaat, heeft dit nog toekomst. Sommige experten voorspellen een belangrijke rol voor de petrochemie uit het Antwerpse. Vandaag zien we in de koeltechnologie reeds grote vernieuwingen, bijvoorbeeld op Co2 of ammoniak. Ook voor transport en elektriciteit zijn er nieuwe technologieën aan de horizon zoals waterstof of CNG. Als Vlaanderen dit slim aanpakt, kan het Europees marktleider worden.

Er is reeds biomassa. Maar het kan beter. Jaarlijks voert Vlaanderen nog mest uit, veelal van dierlijke oorsprong. Er zijn reeds geslaagde projecten waarbij bussen hiermee worden aangedreven. Op industriële schaal kan de verwerking en het hergebruik voor elektriciteitsproductie voor veel partijen winst opleveren.