Eigenlijk zou het de gemakkelijkste baan in politiek België moeten zijn: voorzitter van de Vlaamse liberale partij zijn. Van de verkiezingen van 1946 tot die van 2004 ging het liberalisme in Vlaanderen gemiddeld 0,22 procent per jaar vooruit. Het absolute hoogtepunt waren de verkiezingen van 18 mei 2003, toen de VLD maar liefst 24,4 procent scoorde. Daarmee verbeterde Guy Verhofstadt na vier jaar paars-groen het vorige absolute hoogtepunt, uit 1999, toen de partij afklokte op 22,7 procent. Bij de laatste verkiezingen, in 2014, haalde Open Vld voor het Vlaams Parlement maar liefst tien procent minder stemmen. De recente peilingen geven aan dat het in 2019 zelfs opnieuw richting het dieptepunt van 2010 zou kunnen gaan.

Optimisme is voor de liberalen een morele plicht. Vraag is echter of dat optimisme in het geval van de Open Vld wel gerechtvaardigd is. De verkiezingsuitslagen van 25 mei 2014 waren dan wel een lichte verbetering tegenover die van 13 juni 2010, in een historisch perspectief bekeken blijven we toch spreken over een bodemnotering. Voor de score van 14,1 procent, die de Open Vld voor het Vlaams Parlement haalde, moeten we al terug naar 1977 (14,5 procent), en voor een lagere zelfs verder tot 1961 (11,6 procent). Men kan gerust stellen dat Guy Verhofstadt zo’n vijftien jaar geleden de partij naar nieuwe hoogtes bracht, om ze vervolgens met z’n eigengereidheid en kiezersbedrog terug te herleiden naar de laagtes van enkele decennia eerder.

De liberale scheurlijsten van 2004 (Liberaal Appèl, Veilig Blauw en VLOTT) waren een eerste teken dat het fout aan het lopen was bij de VLD. Daar kwam niet zoveel later Lijst Dedecker (LDD) bij, die in 2007 met een score van 6,5 procent een fameus deel van de liberale kiezers uit de VLD wegtrok. Maar het meest zorgwekkende moet toch zijn dat het verdwijnen van LDD niet tot gevolg had dat de liberale kiezers terugkeerden naar de Open Vld: ze liepen immers gewoon naar N-VA. Wat over een periode van een halve eeuw langzaam maar zeker opgebouwd werd door verschillende generaties liberale politici, werd in de loop van enkele jaren weer volledig tenietgedaan. De verantwoordelijken voor de neergang zwaaien nu, tien jaar later, achter de coulissen nog steeds de plak in de partij, en worden er vereerd als waren het halfgoden.

Ideologische ademnood

Hoe is het zover kunnen komen? Het grote probleem van de Open Vld is dat ze ideologisch in ademnood zit. De sociaaleconomische rechtse helft van haar partijprogramma gaf de partij op om regeringen te kunnen vormen met de PS. De andere helft, het ethische linkse beleid, is te dun om er blijvend kiezers mee te kunnen aantrekken. Het uitgesproken belgicisme en het absolute geloof in een verdere uitbreiding en diepere integratie van de Europese Unie kan daar niet veel aan verhelpen. Wat dat laatste betreft, zit de tijdsgeest trouwens tegen. En wat het belgicisme betreft, ondervindt de partij ernstige concurrentie van Groen. Geen van de twee zijn trouwens programmapunten die veel N-VA-kiezers zullen kunnen overtuigen om terug te keren naar de oude blauwe partijstal.

Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten slaagt erin de ideologische ademnood te camoufleren door af en toe een medianummertje op te voeren. Die zijn niet altijd even geslaagd, leiden af en toe tot smadelijke aftochten, of worden soms zelfs pijnlijk genegeerd door coalitiegenoten N-VA en CD&V. Die medianummertjes worden overigens afgewisseld met periodes van stilzwijgen, waarmee de partij een vorm van bezonnenheid en redelijkheid in de politiek probeert te claimen. Afgaand op de laatste peilingsresultaten lijkt geen van de twee strategieën te werken, of doet de ene strategie de andere consequent teniet.

Partijvoorzitter

Is Gwendolyn Rutten een goede partijvoorzitter? Naar onze mening probeert ze iets te krampachtig het populairste meisje van de klas te zijn, dat nadrukkelijk met alle modetrends mee is. Denk maar aan de manier waarop ze aan de voeten van Barack Obama lag tijdens zijn verkiezingscampagnes, en nu opnieuw met Hillary Clinton. Maar de manier waarop ze Annemie Turtelboom afvoerde, laat zien dat ook vrouwelijke politici de dolk weten te hanteren: de ene dag nog als boezemvriendinnen op de foto, de volgende laten vallen als een baksteen.

Populaire figuren

Hoe zou die andere boezemvriendin van Gwendolyn Rutten, Maggie de Block, tegen de affaire-Turtelboom aankijken? Vandaag is de federale minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid met voorsprong de populairste politica van de Open Vld, ook al breekt ze met haar beleid maar weinig potten. We zien haar zelden meer in de media, en toch blijft ze in de poppolls hoge toppen scheren.

Het zal de lezer van dit krantje misschien verbazen, maar ook Guy Verhofstadt is nog steeds bijzonder populair in Vlaanderen. Bij de verkiezingen van 25 mei 2014 haalde de Europese lijst van de Open Vld immers vijf procent meer stemmen dan de federale en de regionale lijsten, en dit kan moeilijk op het conto van iemand anders geschreven worden dan Guy Verhofstadt zelf.

Ook Patrick Dewael, die in de 22 maart-commissie nog van een moment de gloire hoopt te kunnen genieten, en federaal minister Alexander de Croo, behoren tot de absolute top van de partij. Maar daarnaast beschikt de partij over nog een batterij capabele en relatief populaire figuren in de verschillende fracties, die het liberale kiespubliek goed weten te bedienen.

Bevriende media

In de media heeft de Open Vld duidelijk een voetje voor. Sedert de partij het rechts-liberalisme inruilde voor het links-liberalisme, is ze kind aan huis niet alleen bij VTM en Het Laatste Nieuws, maar ook bij VRT en zowat alle kranten. Interviews met liberale politici hebben vaak meer weg van een gezellige babbel van (zichzelf vreselijk slim wanende) vrienden onder mekaar. Normaal zou je toch mogen verwachten dat een journalist een politicus al eens een lastige vraag durft te stellen, al was het maar om de schijn een beetje op te houden. Dit gebrek aan afstand was misschien nog het meest opmerkelijk bij VRT-journalist Ivan de Vadder, en de manier waarop hij ooit in volle uitzending van De Zevende Dag bewonderend aan de lippen van Guy Verhofstadt hing.

Vijfde wiel aan de wagen

Hoe moet het nu verder met de Open Vld? De partij beschikt over veel en degelijk politiek personeel, en tegelijkertijd massa’s krediet bij de media. Het maakt het des te merkwaardiger dat de partij maar blijft slabakken bij de verkiezingen en in de peilingen. Is de liberale piek in Vlaanderen van rond het jaar 2000 dan werkelijk over, en de Open Vld teruggevallen op haar natuurlijke basisniveau?

Het speelt de partij wel ferm parten dat ze in de federale regering de kleinste partij is, en in de Vlaamse regering zelfs overbodig. Behalve af en toe een medianummertje slaagt ze er niet in de politieke agenda te zetten. Bovendien herinneren nog te veel kiezers zich hoe ze ooit schaamteloos met de PS in bed dook. Dat alleen al kan gemakkelijk vijf procent Vlaamse kiezers bij de N-VA geparkeerd houden.

Toch ziet het er voor de partij in 2019 niet zo slecht uit. Wil CD&V met N-VA verder regeren, dan zal de Open Vld de volgende keer noodzakelijk zijn om opnieuw een Vlaamse regering te vormen. Anderzijds is het op dit ogenblik weinig waarschijnlijk dat CD&V, sp.a en Groen aan een volstrekte meerderheid geraken, wat betekent dat ook voor een coalitiewissel de Open Vld noodzakelijk zal zijn. Samengevat: de Open Vld zit mee in de volgende Vlaamse regering, en dus ook in de volgende federale regering ongeacht wat de kiezer over drie jaar zal stemmen.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/