In onze zomerreeks over de politieke partijen, kwamen de voorbije weken al PVDA, Groen, CD&V, sp.a en Open Vld aan bod. Deze week richten we de schijnwerpers op de N-VA om dan volgende week de reeds te eindigen met het Vlaams Belang.

Keren we even terug naar de weken en dagen vóór de verkiezingen van 25 mei 2014. Wie op dat ogenblik voorspeld zou hebben dat de N-VA de dominante partij zou worden in de Belgische federale regering én de Vlaamse regionale regering, zou men toen volkomen gek verklaard hebben. Zelfs midden juni, enkele weken na de verkiezingen, zou men zo’n voorspelling nog afgedaan hebben als onzin en flauwekul. Pas toen Elio di Rupo door zijn ongeduld een tactische fout maakte, en de regeringsvorming in het Zuiden van het land bruuskeerde, werd de huidige “Zweedse” coalitie een mogelijk scenario, hoewel op dat ogenblik nog steeds hoogst onwaarschijnlijk. Het zou nog weken duren eer de huidige coalities van mogelijk naar waarschijnlijk promoveerden, om uiteindelijk de regeringen-Michel en -Bourgeois in hun huidige vorm op te leveren.

Plannen op lange termijn

Toen begin dit jaar Hendrik Vuye ingewisseld werd voor Peter de Roover als fractieleider in de federale Kamer, en ter compensatie Objectief V opgericht werd, meenden sommige perscommentatoren daarin een plan te ontwaren dat reeds in 2014 opgesteld was. Bedoeling van dat plan: tegen de verkiezingen van 2019 weer het communautaire vuur oppoken. De werkelijkheid is natuurlijk helemaal anders.

De manier waarop de huidige regeringen gevormd werden, en de manier waarop Objectief V opgericht werd, illustreren perfect hoe politici van de ene dag op de andere, en van de ene week op de andere leven. Zelfs interne zaken, zoals nog maar de verkiezing van een penningmeester, krijgen ze zelden helemaal volgens plan uitgevoerd. Moeten we dan echt denken dat het huidige voorstel rond de noodtoestand de culminatie is van een jarenlange strategie om ooit brutaal en bij Nacht und Nebel in België de macht te grijpen en een rechtse dictatuur te installeren?

Communautaire diepvries

De gebeurtenissen van de laatste twee jaar zijn de N-VA dus eigenlijk vooral overkomen. Als de partij in de herfst van 2014 al iets plande, dan toch in de eerste plaats een sociaaleconomisch herstelbeleid. Om dat beleid zoveel mogelijk een kans te geven beloofde ze het communautaire voor een tijdje in de diepvries te steken. We zijn zelfs geneigd te denken dat dat op de instemming van het merendeel van haar kiezers kon rekenen. Dit was immers in overeenstemming met het verkiezingsprogramma van 2014, ook al strookt het niet met het beruchte artikel 1 van het partijprogramma. Als de partij vandaag aanhang verliest, zal dat vooral zijn omdat ze haar verkiezingsprogramma niet voldoende uitgevoerd krijgt, niet omdat ze niet communautair genoeg zou zijn.

Kopstukken

Over één ding hoeven ze zich op het partijhoofdkwartier weinig of geen zorgen te maken: hoe ze bij de volgende verkiezingen hun kieslijsten vol gaan krijgen. De N-VA heeft veel capabel volk in huis, en dat is een opmerkelijk feit gezien het grote aantal nieuwkomers dat verkozen raakte in 2014. Het screeningproces vooraf, een les getrokken uit het debacle van de LDD, heeft duidelijk gerendeerd. Men loopt in 2019 eigenlijk alleen maar het gevaar dat het drummen wordt op de verkiesbare plaatsen als de peilingen blijven tegenvallen.

Bart de Wever

Ondanks al dat politiek personeel van topniveau blijft de partij met één probleem worstelen: dat van het voorzitterschap. Men beschikt over genoeg figuren die zonder problemen de fakkel van Bart de Wever zouden kunnen overnemen, maar noch de partij, noch Bart de Wever durven de sprong te wagen. En vermoedelijk zal het er met de tijd niet gemakkelijker op worden om ze te nemen.

Oorzaak van het probleem is dat Bart de Wever een ijzersterk merk is. Bart de Wever is de N-VA, en de N-VA is Bart de Wever, ook al steken veel van de andere N-VA-politici qua niveau met kop en schouders boven hun concurrenten uit. Een deel van het merk Bart de Wever is dat hij Vlaanderen polariseert, maar zonder dat dit een probleem vormt voor de partij. Wie zich ergert aan Bart de Wever, is toch geen N-VA-kiezer. Wie de uitspraken van Bart de Wever weet te smaken, zou in vele gevallen anders geen N-VA-kiezer geweest zijn. En die laatsten zijn zeker geen onbelangrijk segment van het Vlaamse kiezerspubliek. De voeling van Bart de Wever met de politieke grondstroom in Vlaanderen blijft onovertroffen.

Vijandige media

De relatie met de media verloopt een pak stroever dan met de gewone kiezer in de straat. Sommige interviews, zoals onlangs nog met Fons Duchateau in De Standaard, verlopen in een ronduit vijandige sfeer, alsof N-VA’ers criminelen zouden zijn. Uitspraken van N-VA-politici, en zeker van Bart de Wever, worden onmiddellijk uitvergroot en gekarikaturiseerd, om ze daarna te kunnen neersabelen. Daarbij gaat het aantoonbaar niet over een afstandelijke laat staan neutrale berichtgeving van de reacties van politieke tegenstanders. Sommige media helpen maar wat graag mee aan iedere hetze tegen de N-VA, denk maar aan het spuugincident naar aanleiding van de 11 julitoespraak van Geert Bourgeois.

Het leedvermaak daarover bij het Vlaams Belang is overigens zeer begrijpelijk. De manier waarop Bart de Wever en de rest van de N-VA meer dan eens op een intellectueel oneerlijke manier getackeld worden door de pers is niet zo heel verschillend van de manier waarop zij zelf elke dialoog met het Vlaams Belang afwijzen, om over samenwerking nog maar te zwijgen. Herinner Bart de Wevers uitspraak tegen Tom van Grieken, een klein jaar geleden in De zevende dag: “Als u morgen een resolutie indient dat de zon schijnt, dan zal ik nog niet meestemmen, dan bent u ineens gerust.” Zulke uitspraken zijn niet van die aard om N-VA-kiezers die de laatste twee jaar teruggevloeid zijn naar het Vlaams Belang weer naar de N-VA-stal te lokken.

Bovendien zit ook de relatie met de brede Vlaamse Beweging niet helemaal snor. Zelfs een deel van de eigen achterban – vaak dan nog de oudgedienden – zitten met de communautaire diepvries erg verveeld. De ‘belgianisering’, waar Bart Maddens al zo vaak voor gewaarschuwd heeft, blijft om de hoek loeren. Jaar na jaar op het militair defilé van 21 juli aan de zijde van de koning de honneurs waarnemen, kruipt dat echt alleen maar in je kleren?

Underdog

Wat zijn dan de vooruitzichten voor de N-VA voor de verkiezingen? Allereerst moet de partij oppassen voor een LDD-scenario. Wat snel omhoog gaat, kan snel weer naar beneden gaan. Een partij die in 2009 nog maar aan 13,1 procent zat, heeft met een score van 28,2 procent in 2010 (31,7 procent voor de Senaat) en 32,4 procent in 2014 echt nog geen vaste aanhang van ruim dertig procent in 2019. De verkiezingen van 2014 waren het einde van de politieke geschiedenis van België niet, en de huidige machtsverhoudingen zijn dus zeker niet voor eeuwig vast gebetonneerd.

De lokale verkiezingen van 2018 vormen daarom een cruciale test voor de N-VA. Iedereen zal met argusogen meevolgen of de N-VA achteruitgaat tegenover 2014, en hoe diep ze wegzakt. In tweede instantie zullen CD&V en Open Vld vooral in de grote steden (Antwerpen!) kleur moeten bekennen: willen ze met N-VA in zee, of sluiten ze liever coalities met sp.a en Groen? Wordt de N-VA systematisch uitgesloten, opent zich echter een bijzondere opportuniteit voor de partij: dan kan zij zich opnieuw voordoen als dé oppositiepartij bij uitstek in de aanloop naar de verkiezingen van 2019, niettegenstaande ze vijf jaar lang de dominante partij in de nationale regeringen is geweest. En wie is er ook weer op z’n best als hij de rol van de underdog mag spelen? Precies: díe partijvoorzitter…!

ADVERTENTIE