Nu Filipijns president Rodrigo Duterte keihard optreedt tegen drugdealers én gebruikers, stapelt de kritiek op zijn beleid op. Heel wat van die kritiek is gebaseerd op de volgende stelling: “Eén maal heroïne spuiten en het is gedaan met je vrije wil: je bent verslaafd.” Iedereen heeft de stelling of een variant al gehoord. De boodschap wordt herhaald in middelbare scholen, maakt deel uit van bewustzijnscampagnes, we zien ze in films zoals Trainspotting (cultfilm over  heroïneverslaafde jongeren) enzoverder. Ze vormt in grote mate ons beeld over mensen die vervallen in een gebruiksgewoonte van heroïne én, misschien wel belangrijker, de legitimering van heel wat openbaar beleid.

Zo zijn er gesubsidieerde ontwenningsklinieken, therapiesessies, het toedienen van methadon (een vervangingsdrug) tot het gratis uitdelen van schone naalden of zelfs de drug zelf: heroïne. Op strafrechtelijk gebied heerst de overtuiging dat dealers hard gestraft moeten worden en verslaafden op begrip moeten kunnen rekenen. Maar klopt de uitspraak wel?

De wetenschap

Opiaten zijn de actieve componenten (alkaloïden) die gevonden worden in papavers (opiumplanten). Bekende opiaten zijn morfine, codeïne en thebaïne (opium zelf is het opgedroogde sap van de plant). Heroïne is op zijn beurt een synthetisch derivaat van morfine en wordt door het lichaam terug omgezet in morfine na toediening. Tot zo ver de chemieles.

De verslavingsthese stamt af van een reeks experimenten met ratten waarbij werd aangetoond dat de knaagdieren voedsel en water lieten staan in ruil voor morfine. Soms bleken ratten zichzelf fatale dosissen te laten opnemen. Dus het algemene besluit: heroïne neemt je vrije wil weg. Maar toen het experiment werd overgedaan in een veel grotere kooi (8,8 m²; het zogenaamde ‘Rat Park’ had ook allerlei speelgoed) gebruikten de ratten tot twintig keer minder morfine. Het was dus het gebrek aan zintuigelijke prikkels in de kleine kooitjes dat ervoor zorgde dat de ratten zoveel morfine gebruikten.

Bij mensen liggen de resultaten gelijkaardig. Menig patiënt of soldaat heeft morfine moeten gebruiken na een letsel. Slechts een minieme minderheid wordt ‘junkie’. Thomas de Quincy (een Brits auteur uit de 19e eeuw) nam jaren elke zaterdag opium zonder verslaafd te worden. Ervaringsdeskundige en auteur William Burroughs schrijft in Junkie (1953) dat men intensief en lang heroïne moet spuiten eer men verslaafd is. Er is met andere woorden een zekere aanhoudende argeloosheid nodig om verslaafd te worden. Ook de ontwenningsverschijnselen zijn bijlange niet zo dramatisch als we allen denken. In ‘Substance Abuse: A Comprehensive Textbook’ door Lowinson e.a. leren we dat ontwenningssymptomen meestal voorbij zijn na de tweede of derde dag ‘clean’ te zijn. Nog lezen we dat de verschijnselen oncomfortabel zijn, maar geen medisch risico vormen (in tegenstelling tot ontwennen van alcohol of benzodiazepines).

Wat zit erachter?

Wanneer we de feiten kennen, stellen we vast dat de stelling dat heroïne ultraverslavend is enkel de verslaafden dient, die verantwoordelijkheid elders willen leggen, en de behandelingsindustrie die er haar bestaansreden aan te danken heeft.

Als we weten dat heroïneverslaving minder een medisch probleem, en meer een verantwoordelijkheidsprobleem is, is het subsidiëren en uitdelen van naalden, methadon en heroïne niet langer gerechtvaardigd, maar wordt verantwoordelijkheid afdwingen bij gebruikers gewenst. En op gemeenschapsniveau doet men dat normaliter via de strafwet.

ADVERTENTIE