Het probleem van de sp.a kon niet treffender geïllustreerd worden dan door de rel van afgelopen week over dat “flinkse” interview van John Crombez in De Standaard. Zodra de partijvoorzitter over eender welk onderwerp “wit” zegt, staat de helft van de partij meteen al klaar om, al dan niet anoniem, “zwart” te zeggen. Waarna de andere helft van de partij een dag later nadrukkelijk opnieuw “wit” zegt, ook al dan niet anoniem. Als militant kan je er alleen maar op staan kijken, en als kiezer heb je een paar dagen later geen flauw idee meer van waar de partij nu eigenlijk nog voor staat.

Links is in Vlaanderen nooit erg groot geweest. In Wallonië kon de PS tot voor enkele jaren vlotjes scores van boven de veertig procent neerzetten, en is de partij nu in volle crisis omdat ze volgens de peilingen wel eens onder de dertig procent zou kunnen zakken. En dat is dan de socialistische partij alleen nog maar. In Vlaanderen moet je sp.a, Groen en PVDA bij mekaar optellen om nog maar in de buurt van een kwart van de kiezers te komen.

Zolang de SP in Vlaanderen zowat het monopolie had op het socialisme – waarbij we abstractie maken van de kleine extreemlinkse partijtjes die vooral uitblonken in het bestrijden van mekaar – had ze een achterban die groot genoeg was om er een stevige partij mee uit te bouwen. Toen kwam er concurrentie van Agalev, later Groen, en recent ook meer en meer PVDA. Gevolg is dat als de partij in een peiling nog eens in de buurt van de zestien procent komt, ze wekenlang in een sfeer van euforie baadt. Vanuit een Europees perspectief bekeken, wordt een linkse partij met een aanhang van pakweg twaalf à vijftien procent gewoonlijk toch eerder onder de noemer “klein links” geplaatst. Alleen in Nederland doet de PvdA het tegenwoordig zo mogelijk nog slechter.

Geen verhaal

Het probleem van de sp.a is dat de partij geen verhaal heeft. Of correcter: in Vlaanderen nog veel minder een verhaal heeft dan in de rest van Europa. In Noord-Europa hebben de socialistische partijen de sociaaldemocratische welvaartsstaat uitgebouwd, in Zuid-Europa stonden ze garant voor een gulle overheid die altijd wel ergens bij de overheid een baantje extra kon bijmaken. In Vlaanderen heeft de sp.a noch het ene noch het andere kunnen doen, ook al hebben ze zo lang mee aan de macht gezeten. De welvaartsstaat wordt in Vlaanderen door de christendemocraten geclaimd, voor de overheidsbaantjes moet je in Bruxelles en Wallonië zijn.

Navelstaarderij

Wat rest de partij dan nog? Ze is tegen elk voorstel van de N-VA, en is verder vooral met zichzelf bezig. Symptomatisch hiervoor was het hoogtepunt van hun laatste congres van voor de zomer: het cumulverbod. Waaw! Verpakt als een principieel standpunt is dat cumulverbod in de eerste plaats een handigheidje om de steeds schaarser wordende postjes over zoveel mogelijk poppetjes te kunnen verdelen, maar het is niet iets waarvan de man in de straat ‘s nachts wakker ligt.

De soap rond de voorzittersverkiezingen verleden jaar valt onder dezelfde categorie thuis te brengen. Wie vreest voor zijn baan, zijn veiligheid of zijn pensioen, zal het worst wezen of de voorzitter Bruno of John heet, behalve natuurlijk voor de kleine schare mensen voor wie het volgende postje precies van die kwestie afhangt. De energie die van twee kanten in de voorzittersverkiezingen gestopt werd, had men beter voor iets anders kunnen gebruiken.

Voorzitter

Over de voorzitter gesproken: hoeveel militanten zouden vandaag nog het gevoel hebben dat het met John Crombez aan het hoofd allemaal zoveel beter zal gaan met de sp.a dan toen Bruno Tobback nog de plak mocht zwaaien? Als Crombez het afgelopen jaar al iets aangetoond heeft, dan wel dat het niet aan de figuur van de voorzitter lag, maar dat heel de partij een probleem heeft. Je vraagt je af wat een mens bezielt om nog voorzitter van die partij te willen worden. De laatste die verstandig met die vraag is omgegaan, is Freya van den Bossche geweest in 2007, toen ze wijselijk de kelk doorschoof naar Caroline Gennez. Die laatste is na vijf jaar nog steeds niet bekomen van haar voorzitterschap.

John Crombez zal het geweer dringend van schouder moeten veranderen als hij wil dat het met de partij weer goed komt tegen de verkiezingen van 2018 en 2019. Hoe kan een partij immers op een ordelijke wijze naar de verkiezingen gaan als de partijvoorzitter op zowat elk punt gecontesteerd wordt door een niet onbelangrijk deel van de partij? En hoe kan je oppositie tegen een regering voeren, als je zelf voortdurend met een interne oppositie geplaagd zit?

Geloofwaardigheid

Zelfs zonder die interne oppositie en haar navelstaarderij heeft de sp.a al problemen genoeg. Hoe kan je geloofwaardig oppositie voeren, als je zelf zo lang mee aan de macht hebt gezeten? Leg dat maar eens uit, dat de vermogenswinstbelasting vandaag zo dringend is, terwijl ze dat drie jaar geleden, toen de partij nog mee in alle regeringen zat, dat blijkbaar niet was. Het is gemakkelijk storm te lopen tegen een “turteltaks”, maar dat verdoezelt niet dat het feitelijk wel degelijk om een “freyafactuur” ging. Doe daar bovenop dan nog eens het Optima-schandaal, waar zowel tweede beste burgemeester van de wereld Daniël Termont als de voorzitter zelf en voormalig staatssecretaris van fraudebestrijding (!) bij betrokken blijken te zijn, en de kreet dat alle bankiers gangsters zijn begint toch wel bijzonder hol te klinken.

En in plaats van zich bezig te houden met onnozelheden zoals een cumulverbod, zou men zich op een volgend congres misschien toch eens beter bezighouden met een consistente uitleg rond ex-mandatarissen die na hun carrière proletarisch centjes gaan bijverdienen in dik betalende raden van bestuur, bovenop hun riante parlementaire pensioen. De verdediging dat ze geen lid meer zijn van de partij, of toch wel maar er tenminste geen functie meer uitoefenen, is bijzonder magertjes. En geeft de indruk dat men vooral geen te straffe uitspraken wil doen waarmee men later geconfronteerd kan worden, wanneer men zelf allerlei raden van bestuur zal afschuimen.

Op een volgend partijcongres zou men zich dan ook eens kunnen bezinnen over de relatie met de PS. Interessant als hefboom om mee in een federale regering te kunnen klimmen, dat wel, maar de manier waarop de PS zich blijft profileren als ofwel een Waalse paleosocialistische ofwel een Brusselse islamosocialistische partij straalt niet bepaald positief af op de sp.a.

Veel groezelige “have beens”…

Al evenzeer een probleem voor de geloofwaardigheid van de partij: de vele groezelige “have beens” die de partijcoulissen nog steeds bevolken. Wie zijn vandaag de frontfiguren van de partij? Ten eerste een hoop mensen met nogal wat op hun kerfstok, zoals John Crombez, Freya van den Bossche en Daniël Termont, maar ook Karin Temmerman (ook betrokken bij Optima) en Johan van de Lanotte (Electrawinds). En met mensen als Caroline Gennez, Bert Anciaux, Dirk van der Maelen, Yasmine Kherbache, Kathleen van Brempt, Peter Vanvelthoven, Monica de Coninck, Bruno Tobback, en, godbetert, zelfs Louis Tobback, maak je niet bepaald een frisse indruk. Hans Bonte probeert wel, maar komt maar niet uit de verf, en Meryame Kitir zal nog veel boterhammen moeten eten voor ze indruk kan maken als politica van formaat. In Antwerpen gaat men in 2018 proberen de burgemeesterssjerp te heroveren met de onverdoofd slachtende Tom Meeuws, en in Leuven met Mohamed Ridouani, maar bruisend is toch anders. Het wordt dus voortkwakkelen tot in 2018 en 2019, en hopen dat de laatste peilingen er voor de sp.a niet te veel naast zaten. En wie weet, met wat geluk keren CD&V, Open Vld en MR de N-VA in 2019 de rug toe, en dan kan er weer volop meegeregeerd worden.

https://sceptr.net/campaigns/doneer/donate/