In 2009 nam de Amerikaanse president Obama aan zijn eerste NAVO-top deel. Hij hield er een idealistisch pleidooi voor een kernwapenvrije wereld. Op de recentste top in Warschau – zijn laatste – was het al pragmatisme wat de klok sloeg. De voorbije jaren droegen heel wat ontnuchtering in zich. De wereld veranderde, de veiligheidssituatie werd grimmiger, en ergens leek het of de NAVO als instelling systematisch de boot miste. En precies dat is ook de indruk die de recentste NAVO-top wekt.  

Een NAVO-top is traditioneel een cocktail met vaste ingrediënten. Symboliek is er zo één van, te beginnen met de locatie, toch voor deze editie. Warschau was nu namelijk de stad die haar naam leende aan het Russische antwoord op de oprichting van de eigen club eind de jaren veertig. Dat net op het bekende Paleis van Cultuur en Wetenschap, een relikwie van de communistische bouwstijl, het logo van de verdragsorganisatie geprojecteerd werd, was een niet mis te begrijpen signaal. En zo kwam het ook aan in Moskou.

De Poolse defensieminister Antoni Macierewicz was de gastheer van dienst, een omstreden figuur. In een vorig leven werd hij geroemd als dissident, maar sinds die dagen wordt hij door een steeds grotere groep – vrienden en vijanden overigens – als “waanzinnig” bestempeld. Zijn vertrouwen bij de bevolking is laag, een ministerschap leek er niet meer in te zitten, maar daar besliste partijleider Kaczynski anders over. Eén van zijn opmerkelijkste wapenfeiten was het ontmantelen van de hele Poolse militaire inlichtingsdienst in 2006. Die zou immers “vol Russische spionnen zitten”. Hij pakte toen uit met een lijst van informanten die met naam en toenaam werden genoemd, wat zeker in NAVO-kringen tot heel wat verbazing leidde. Zijn obsessie voor Rusland is eigenlijk een erg treffend symbool; het brengt ons tot de essentie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, haar DNA zo u wil.

Het dramatische van de NAVO is dat ze doorheen de jaren zichzelf heeft moeten heruitvinden. Als product van de Koude Oorlog zocht de organisatie na het einde van die bipolariteit nieuwe taken, nieuwe leden, nieuwe conflicten ook, kortom, een nieuwe bestaansreden. Maar zo te zien is het vooral de vijand van weleer die hiervoor nodig was.

Onverstandig triomferen

Doorheen de jaren evolueerde de NAVO van een veiligheidsalliantie naar een soort van collectieve veiligheidsorganisatie. De definitie en observatie van deze shift mag dan vooral in academische middens leven, zichtbaarder was alvast de betrokkenheid in meerdere conflicten: Bosnië, Kosovo, Afghanistan,… Op het vlak van de relatie met die ‘vijand van weleer’ was vooral de oostelijke uitbreiding essentieel. Op een moment dat Rusland volledig leek te imploderen, werden verschillende landen die ooit tot het Warschaupact behoorden als lid opgenomen. Gezien de beladen geschiedenis ergens begrijpelijk, zeker bekeken vanuit het oogpunt van die betrokken landen, maar naar de toekomst misschien niet de meest doordachte demarche. Was het niet Bismarck die het had over het onderscheid tussen “siegen” en “triumphieren“? Het effect van de opzichtigheid van het tweede kan een hypotheek op toekomstige relaties met de oude vijand leggen.

Een ander kenmerk van de NAVO-top is dat een berg papier vol plannen en intenties wordt geproduceerd. Ze moeten het echte diplomatieke werk van de ontmoeting verdoezelen: het blok van 29 leden zo één mogelijk behouden. Hoe moeizaam dit is, blijkt vooral uit hetgeen in de coulissen kan opgevangen worden. Vooral de Griekse leider Tsirpas zorgde voor een belangrijke dissonante stem. Hij ijverde niet enkel voor een normalisering van de relaties met Moskou, maar hield ook een warm pleidooi voor een heus partnerschap. Vloeken in de kerk, heet zoiets. Of, zo u verkiest, het doorbreken wat in NAVO-kringen een onwrikbaar taboe is. En dat onder het licht van de lusters waar precies 61 jaar eerder het Warschaupact ondertekend werd. De interne verdeeldheid overstijgt echter de houding van Athene.

Dwarsligger Frankrijk

Oud-landenleden van dat Warschaupact, zoals Polen en de Baltische staten, maar ook de Scandinavische landen, hadden wat graag heel het NAVO-potentieel richting Rusland gestuurd als antwoord op de steeds frequentere provocaties en incidenten. Wanneer ook het Verenigd Koninkrijk – de Brexit was trouwens een onderbelicht punt van onrust tijdens de tweedaagse – zich vrij scherp opstelt, heeft dat vooral te maken met niet al te intense economische relaties met Rusland die deze ruimte creëert. Anders dan Nederland dat zich, ondanks de woede over het MH17-incident, bewust is van het belang van Rusland als afzetmarkt voor landbouw- en andere producten. En zo neemt elk land wel een plaats in op een bepaalde schaal die de opstelling ten aanzien van Rusland samenvat. Volgens meerdere diplomatieke bronnen is binnen de NAVO Frankrijk op dit moment de grootste bron van ergernis. “Eigenlijk gaat Parijs systematisch op de rem staan”, liet één van hen zich ontvallen. “Ongeacht of het gaat over de samenwerking met Oost-Europa of de trans-Atlantische band. Systematisch gaan de Fransen dwars liggen.”

Een andere getuigenis vat perfect samen wat velen denken: “Wanneer ik de ronkende verklaringen aan het adres van Moskou hoor, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de gespannen situatie tussen het Westen en Rusland, los van de verwerpelijke Russische opstelling in onder andere de Krim en elders, toch niet enkel op hun conto kan worden geschreven.”