Moet het wapengekletter in en rond de Armeense enclave in Azerbeidzjan beschouwd worden als een zoveelste hoofdstuk in het aanslepende conflict, of wijst de huidige hevigheid er op dat dit een eerder uniek moment is? Rusland wordt met de vinger gewezen, al heeft Moskou geen belang bij een escalatie. Of een diplomatieke uitweg zal gevonden worden, is koffiedik kijken. Wel zeker is dat enkele grotere landen het initiatief moeten nemen, Rusland en Turkije op kop.

Nagorno-Karabach 1Het zal je maar overkomen: Azerbeidzjan niet meer binnen mogen. De ‘eer’ viel enkele Vlaamse parlementsleden te beurt. Hoe je op die zwarte lijst terechtkomt? Simpel: breng een (officieel) bezoek aan de enclave Nagorno-Karabach, en je krijgt de banbliksems van Bakoe over je. Maar laten we het politieke statement even voor wat het is.

De twist rond de Armeense enclave – 400 niet-Armeniërs op een bevolking van zo’n 138.000 – is wat men eufemistisch noemt een “bevroren conflict”. Nu en dan flakkert het op, waarna men het terug in de koelkast krijgt. De escalatie kan vermeden worden, maar jammer genoeg wordt geen duurzame oplossing gevonden, wat gezien de instelling van de betrokken actoren ook niet tot de mogelijkheden behoort.

Zoals wel vaker, moet de oorsprong van het dispuut in de Sovjettijd gezocht worden. Zowel Armenië als Azerbeidzjan maakten deel uit van de USSR, maar toen die unie implodeerde, ontsnapte de geest uit de fles. Na een conflict dat twee miljoen vluchtelingen te been bracht en 30.000 levens kostte, slaagde Armenië erin controle over het gebied te verwerven. Beide landen kwamen tot een staakt-het-vuren, maar het sluiten van een volwaardig vredesverdrag bleek ijdele hoop te zijn. Dat was de situatie van de voorbije twintig jaar. Nu en dan steeg de temperatuur, waarna het kwik weer zakte.

Het probleem is ruimer dan Nagorno-Karabach in de strikte zin van het woord. Het gebied is volledig ingesloten door Azerbeidzjan, waardoor de Armeniërs zich genoodzaakt zagen de controle te verwerven over een corridor. Grondgebied van Azerbeidzjan dus. Een druk bereden weg ligt er, al was het maar omdat die weg de enige levensader van de enclave is. Er is een vliegveld, maar door het Azerbeidzjaanse luchtafweergeschut kunnen er geen vliegtuigen landen. Helikopters raken er wel, alleen zijn die dingen niet zo praktisch voor het transport van groot materiaal. Loop door de hoofdstad, Stepanakert, en je ziet een heuse vrouwenmaatschappij. Jonge mannen zijn grotendeels afwezig, het gevolg van hun militaire verplichting.

Olieprijs

Op regelmatige tijdstippen zijn er schietincidenten, dat is al jaren het geval. De strijdkrachten staan dan ook pal tegenover mekaar. Zonder buffer, al dan niet bewaakt door blauwhelmen. Nu en dan wordt een kogel afgevuurd, maar deze keer was het zwaar geschut. De voorbije jaren werd zowel door Armenië als Azerbeidzjan fors in wapentuig geïnvesteerd. En die dingen moeten nu eenmaal uitgeprobeerd worden. Dat de presidenten van beide staten net op een veiligheidstop in Washington waren toen de escalatie begon, toont volgens experten aan dat de timing niet toevallig is. Doordat een gefrustreerd Azerbeidzjan vaststelt dat de diplomatie geen beweging brengt in de bestaande situatie, wil het de verhouding op het terrein wijzigen, gewapenderhand. “Het wapengekletter was een manier om de Armeniërs tot de onderhandelingstafel te dwingen”, vatte een diplomaat de situatie samen. Ook economische elementen spelen. Dankzij de hoge olieprijs kende Azerbeidzjan enkele mooie jaren. Die inkomsten werden benut om het militaire apparaat uit te bouwen, wat technisch gesproken bijdroeg tot de recente opflakkering. Maar nu de economie wat op apegapen ligt, heeft de bevolking nood aan iets anders. Prestige en militaire overwinningen bijvoorbeeld. Althans, zo denkt men er in de regeringskringen van Bakoe over.

19de eeuw

De verleiding om een lokaal conflict als dit door een 19de-eeuwse bril te bekijken, schuilt steevast om de hoek. Op regelmatige tijdstippen was er een clash tussen Osmanen en tsaristisch Rusland. Ook nu staan Ankara en Moskou met tegengestelde belangen tegenover mekaar in Syrië. Armenië is een natuurlijke bondgenoot van Rusland, terwijl Azerbeidzjan dan weer op Turkse steun kan rekenen. Hebben we zo de contouren van het gegeven? Slechts gedeeltelijk. Want de harde woorden van de Turkse president Erdogan aan het adres van Rusland ten spijt, volgt Poetin al bij al een meer uitgebalanceerde lijn. Zonder Russische steun is Armenië kansloos. Tegelijkertijd deinsden de Russen er niet voor terug ook met Azerbeidzjan zaken te doen. Wakkert Moskou het conflict aan? Er zijn precedenten, toch lijkt het hier anders te zijn dan in pakweg Georgië. Russische troepen spelen geen rol op het terrein, Rusland heeft ook geen grens met het betwiste gebied. Bovendien kan Poetin het zich niet veroorloven Azerbeidzjan tegen zich in het harnas te jagen. Met Oost-Oekraïne en Syrië heeft Moskou al meer dan voldoende aan het hoofd. Zeker op een moment van economische tegenspoed (de lage olieprijs treft Rusland zwaarder dan welke sanctie ook). “Rusland is als de dood voor een volledige escalatie rond Nagorno-Karabach”, klinkt het in diplomatieke middens. “En misschien schuilt daar ook een sprankeltje hoop dat een diplomatieke uitweg kan gevonden worden.”