Naarmate de situatie voor IS in het Midden-Oosten benarder wordt, groeit de activiteit van IS-strijders in Libië. Gebruik makend van de chaos van het post-Kadaffi-tijdperk, slagen ze erin hun aanwezigheid daar systematisch te verruimen. Daartegenover staat een gebrekkig antwoord. Verschillende agenda’s liggen naast mekaar, zonder dat een voldoende breed raakvlak gevonden kan worden.

Ze mocht het mes nog eens in de wonde draaien, Aisha, dochter van de voormalige Libische leider Kadaffi. Vanuit haar veilige schuiloord in Algerije herhaalde ze nog even de waarschuwing van haar vader zaliger. Verdwijnt het regime, dan valt het land ten prooi aan islamistische groupuscules, luidde haar boodschap. De profetie van enkele jaren geleden zat niet ver van de realiteit van vandaag. Pas nog sprak de VN haar “bezorgdheid” uit over de gang van zaken in het Noord-Afrikaanse land. In nauwelijks enkele maanden zou de aanwezigheid van IS-strijders er verdubbeld zijn. Ook het gebied dat de facto onder controle staat van die fanatici neemt toe. Het is een wat paradoxale situatie, luidt het. De IS-troepen komen vooral uit het buitenland, Soedan, Turkije, maar in grote getale ook uit Tunesië. Maar snel nemen ze een soort nationalistische retoriek aan, kwestie van de Libische bevolking te paaien. Dat deze ontwikkelingen mogelijk zijn, is in belangrijke mate het gevolg van de chaos waarin het land de voorbije jaren is terechtgekomen.

Kadaffi

De premissen zijn gekend. Het zou van slechte smaak getuigen de persoon Kadaffi op een piëdestal te plaatsen, maar het is een feit dat hij met zijn harde aanpak iedereen in bedwang kon houden, en een boeltje vermeed. Verwijder die factor en je opent een soort doos van Pandora, eentje dan van erg chaotische compositie; het is de voorbije jaren een herkenbaar recept geworden op verschillende plaatsen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Vandaag telt Libië twee regeringen, pro forma. Zonder meer een toonbeeld van een gebroken soevereiniteit. Recentelijk zijn pogingen ondernomen om een nieuwe ploeg aan het bewind te brengen, gesteund door de ‘internationale gemeenschap’, maar het scepticisme blijft groot.

Het klopt niet dat de IS-opmars in de regio zonder slag of stoot verloopt. In Libië is het IS grotendeels geïmporteerd. Er stelt zich geen scherpe rivaliteit tussen soennieten en sjiieten, wat in het Midden-Oosten een belangrijke voedingsbodem is. Je zit met een mozaïek aan clans die moeilijk in het gareel te houden zijn. Maar ondanks de vele hindernissen, chaotische toestanden die de dingen erg bezwaren, is de trend duidelijk. Dat de IS-groei reëel is, kan in grote mate op conto van de politieke chaos geschreven worden. Niet gehinderd door wat cynisme, zou men haast heimwee krijgen naar die ‘mad dog’ (dixit Ronald Reagan). Kadaffi dus.

Dat hetgeen zich in Libië afspeelt in Europa bijzondere aandacht krijgt, is niet verwonderlijk. De afstand met het Avondland is al bij al relatief klein. Maar er is meer dan het Libische verhaal. In een optimistische bui zou men kunnen onderschrijven dat na vier jaar chaos de situatie in se niet erger is geworden. Althans in Libië. Breder bekeken moet erkend worden dat – zoals een analist het onlangs verwoordde – de “mess” zich verder verspreidt. Mali en Niger zijn groeiende problemen. Net zoals Tunesië een enorm broeihaard van radicaal islamisme is; lui die trouwens in Libië een interessant afzetgebied zien. Er is een reële vrees dat de IS-aanwezigheid in Libië slechts een begin is. Een epiloog voor meer herrie die verder naar het Zuiden zal uit deinen.

Twee klokken

Kernvraag is natuurlijk: hoe met het Libische gewoel omgaan? Eigenlijk tikken er twee verschillende klokken. De VS zijn zich bewust dat ‘ingrijpen’ met de dag urgenter wordt, maar dan is er Italië, de Europese partner waar gezien de ligging ten opzichte van Libië het meest van verwacht wordt. Rome hamert op politieke eenheid in het land, één enkel aanspreekpunt als het ware. Dat deze voorwaarde stevig in het rijk der fata morgana’s blijkt te zijn genesteld, zorgt voor een enorm tijdverlies. Het is een onwezenlijke situatie. De Italianen mogen zich dan al bewust zijn van de reële veiligheidsrisico’s, door hun aarzelingen slabakt de hele situatie. En zeggen dat er zoveel slimmer gespeeld zouden kunnen worden. De Libiërs duidelijk maken dat een militaire interventie (escalatie?) niet eeuwig tegen zal kunnen worden gehouden, zou al een eerste stap zijn. Een vorm van politieke eenmaking van hun kant zou dit kunnen afwenden, of op zijn minst kanaliseren. “Een politieke lijn en militaire lijn lopen onevenwichtig naast mekaar”, liet een diplomaat kort geleden nog optekenen. “Punt is dat ze mekaar ergens moeten vinden. Gebeurt dit niet, dan escaleert de situatie van kwaad naar erger.”