In de strijd tegen de verspreiding van radicaal-islamitische propaganda nemen overheden wereldwijd steeds meer initiatieven om bepaalde terroristische propaganda te verwijderen van het internet. De overheid wil hiermee radicalisering tegengaan en voorkomen dat mensen op slechte ideeën komen.

Terreurgroepen als Islamitische Staat maken gebruik van het internet om wereldwijd hun ideologie te verspreiden en via allerlei soorten propaganda mensen te radicaliseren. In de strijd tegen de verspreiding van deze extremistische propaganda op het internet komen overheden van verschillende landen nu in actie en wordt er opgeroepen tot meer samenwerking met internetbedrijven als Google en Youtube.

Frans-Britse samenwerking

Nadat zowel Groot-Brittannië als Frankrijk recent het slachtoffer werden van terreur, is het tegengaan van online radicalisering voor beide landen een prioriteit geworden. Volgens Theresa May en Emmanuel Macron moeten internetbedrijven als Google en YouTube meer doen om de verspreiding van radicaal-islamitische propaganda op het internet tegen te gaan. Ze pleiten voor een wettelijke aansprakelijkheid voor internetbedrijven inzake de verwijdering van aanstootgevende inhoud of beelden en bestraffingen bij het niet nakomen van deze verantwoordelijkheid.

“De samenwerking van Britse en Franse inlichtingendiensten inzake terrorismebestrijding is sterk, maar President Macron en ik zijn akkoord dat er meer moet gedaan worden om de online terroristische dreiging tegen te gaan,” aldus May.

Beide landen nemen ook zelf steeds vaker initiatief om bepaalde beelden van het internet te verwijderen. Gedurende de eerste helft van 2016 werden door Groot-Brittannië en Frankrijk respectievelijk 155 en 165 verwijderingsverzoeken ingediend bij Google. Dezelfde periode van het jaar voordien waren dat in Frankrijk amper 35 verzoeken ingediend en in de eerste helft van 2014 slechts 3. In de buurt van Rusland komen beide landen echter nog niet dat met bijna 1000 verzoeken in de eerste helft van 2016 de absolute kroon spant.

Nieuwe Nederlandse politie-eenheid

Ook in Nederland wordt er strijd gevoerd tegen online radicalisering. In september zal er een nieuwe politie-eenheid aan de slag gaan dat zich uitsluitend zal bezighouden met het opsporen en verwijderen van jihadpropaganda. Berichten waarin wordt opgeroepen om te gaan strijden in Syrië of waarin absolute wanpraktijken worden verheerlijkt zullen door deze nieuwe eenheid vakkundig verwijderd worden. “Dat zijn zaken waarvan rechters duidelijk hebben gezegd: dit kan niet”, zegt Ed Kraszewski, woordvoerder van de politie.

Voor de bestrijding van dit soort propaganda zal de politie echter wel alleen misbruiken melden die de wet overtreden in de vorm van opruiing of ‘oproep tot deelname aan de gewapende strijd’. “Zaken die misschien wel onwenselijk zijn maar niet verboden, laten we niet verwijderen.” Ook andere vormen van opruiing zullen bestreden worden. “Dit plan komt voort uit de bestrijding van jihadisme, maar we zijn uiteraard niet blind voor andere vormen van opruiing”, aldus Kraszewski.

Dweilen met de kraan open?

Volgens Jelle van Buuren, docent aan het Leidse instituut voor Terrorisme en Contra-Terrorisme, is het radicaliseringsproces vaak een sociaal proces waarbij vooral mensen in de omgeving een grote rol spelen. “Het is goed om obstakels op te werpen, maar uiteindelijk radicaliseert iemand niet alleen door wat hij op internet aantreft. Uiteindelijk heb je voor radicalisering ook mensen in de omgeving nodig die iemand daarbij aansporen.”

Hoogleraar radicalisering aan de Universiteit van Amsterdam, Bertjan Doosje, is het daarmee eens en stelt dat de offline wereld minstens even belangrijk is in het proces van radicalisatie. “Propaganda voor terrorisme kan jongeren aansteken. Maar de offline-wereld is daarvoor minstens zo belangrijk.”