Komende woensdag 17 mei vindt een eerste hoorzitting in het Vlaams parlement plaats over het veelbesproken stemrecht vanaf zestien jaar. Vlaams parlementsleden Marius Meremans (N-VA) en Joris Poschet (CD&V) debatteerden over de materie in De Zevende Dag. CD&V bleek voorstander, de N-VA’er toonde zich een koele minnaar.  

Poschet beweerde bij de start van het debat dat, na alle argumenten afgewogen te hebben op hun druk bijgewoond ledencongres, zijn partij de democratie wil versterken door vertrouwen te geven aan geëngageerde jongeren. Door stemrecht te krijgen op zestienjarige leeftijd zouden ze nauwer betrokken worden bij het beleid en verschijnen thema’s die jongeren belangrijk vinden makkelijker op de politieke agenda.

Rechten en plichten

Ook Meremans toonde zich voorstander voor jongerenparticipatie. Echter haalde hij meteen een Noors onderzoek aan, waaruit bleek dat stemrecht op zestien jaar géén effect heeft op de politieke betrokkenheid van jongeren. Wie rechten krijgt, moet volgens hem verder ook plichten hebben: “Wie rechten krijgt, moet ook plichten hebben. Iemand op achttien jaar, die kan een contract afsluiten, leningen aangaan, met de wagen rijden, maar kan ook ter verantwoording worden geroepen door het gerecht.”

Hierop verklaarde de CD&V’er dat zijn partij ook steeds voorstander is geweest van het rechten-plichten verhaal. Toch ziet hij de leeftijdsgrens van achttien jaar als arbitrair. Ook zestien-zeventienjarigen verdienen volgens hem het recht zich politiek te engageren. Meremans reageerde door te stellen dat er altijd jongeren zullen zijn, die geen goed overdachte keuze maken.

Voor N-VA moet ergens een lijn getrokken worden, zoals in de meeste Europese landen ligt die op achttien jaar. Jongeren zijn volgens de N-VA’er ook geen vragende partij. Dit beargumenteerde hij door te verwijzen naar een Waalse peiling van 2015, waaruit bleek dat 79 procent van de jongeren tegen stemrecht voor minderjarigen was. Zo wordt een probleem gemaakt van iets, waar er geen is.

“Iemand heeft geen stem, dus ik doe er niks voor!”

Hierna sloeg Poschet een andere weg in door te beweren dat een politicus eerder luistert naar mensen die stemrecht hebben. Meremans reageerde duidelijk verontwaardigd en maakte duidelijk dat hij het faliekant oneens was met de “cynische” opmerking: “Iemand heeft geen stem, dus ik doe er niks voor (…) Ik wil politiek voeren voor iedereen, ook voor zij die geen stem hebben.” Jongeren moeten voor Meremans ook eerst de kans krijgen om een politiek beeld te vormen. Poschet beweerde dat de N-VA’er in dat geval iedereen een algemene stemtest zou moeten laten afleggen, alvorens te mogen kiezen. Deze manier van betutteling zou volgens hem niet helpen het onfraaie beeld van politiek uit de wereld te helpen.

Meremans bood weerwerk door te opperen dat door minderjarig stemrecht onze samenleving twee soorten burgers zou krijgen: burgers die mogen gaan stemmen én burgers die opkomstplicht hebben. Voor minderjarigen zou immers stemrecht gelden en geen stemplicht. Zo wordt volgens hem het gelijkheidsbeginsel geschonden. Overigens stelde hij de vraag waarom Poschet jongeren alleen voor lokale en provinciale verkiezingen stemrecht wil verlenen en niet voor andere niveaus.

Tijdens de hoorzitting zal nog een debat gehouden worden, Meremans maakte alvast duidelijk niet makkelijk overtuigd te zullen worden.