LONGREAD: het dubbelleven van Duits soldaat ‘Franco A.’

0
1030

Nadat de 28-jarige Oberleutnant’ Franco A. vorige week werd opgepakt op last van de Duitse federale recherche (BKA) op verdenking van terrorisme, wordt meer en meer duidelijk over de ‘valse Syriër’. Volgens informatie van de militaire veiligheidsdienst (MAD) en het BKA viel de Duitse officier reeds op bij zijn studies in Frankrijk omwille van extreemrechts gedachtegoed. Ook dienen vragen gesteld te worden naar de rol van de Duitse migratiediensten (BAMF).

Langzaamaan wordt meer en meer duidelijk over de vreemde zaak van de Duitse officier Franco A., ook bekend als ‘de valse Syriër’. Hoewel hij als soldaat gestationeerd was bij het Duits-Franse Jagerbataljon 291 in de Elzas, slaagde hij erin een succesvolle asielaanvraag te stellen bij een asielcentrum in het Hessische Gießen. Onder een valse naam kon hij vervolgens in januari 2016 een plaats als asielzoeker krijgen in het Beierse Zirndorf. Ondertussen viel de man niet op als valse asielzoeker, hoewel hij geen woord Arabisch sprak en zich enkel kon behelpen in gebrekkig Frans. Gedurende deze tijd nam hij ook lessen Arabisch en kreeg hij €400 staatssteun per maand uitbetaald.

Opgepakt in Wenen

Einde januari 2017 zou Franco A. dan zijn afgereisd naar Wenen, waar hij het ‘Officiersbal’ bezocht. Tijdens deze reis verstopte hij een 7,65mm-pistool op het toilet van de Weense luchthaven Swechat. Toen hij op 3 februari van dat jaar het wapen wou ophalen, werd de officier opgepakt door de Oostenrijkse politie. De vingerafdrukken die daarbij genomen werden, doen dan voor de eerste keer een belletje rinkelen bij de Duitse politie.

De vingerafdrukken kwamen namelijk overeen met eerder afgenomen gegevens, zij het wel met de gegevens van een geregistreerd vluchteling. Het BKA gaat er nu van uit dat de registratie als vluchteling door middel van vingerafdrukken een tweede element was in het plan van de 28-jarige officier om de politiediensten bij een aanslag op het verkeerde been te zetten.

Vingerafdrukken voor een false flag-actie?

De federale recherche meent dat het hier gaat om een geplande false flag-actie, waarmee Franco A. de schuld in de schoenen van vluchtelingen wilde schuiven om de publieke opinie sterker te polariseren. Bij navraag bij de MAD, die mogelijk extremisme in de rangen van de Bundeswehr dient na te gaan, heette het vorige week vrijdag nog dat de officier dusver nog niet was opgevallen bij de militaire contraspionagediensten. Ook bij de Duitse politie was de man niet bekend tot zijn vingerafdrukken bij de Oostenrijkse politiediensten opdoken.

De uitlatingen van Franco A. in diverse gesprekken en WhatsApp-conversaties doen vermoeden dat de man er al langer extreemrechtse sympathieën op nahield. Een 24-jarige student uit Franco’s thuishaven Offenbach (Hessen), die in verbinding werd gebracht met dergelijke conversaties, werd ondertussen ook opgepakt en verhoord. Bij een huiszoeking bij deze student werden wapens gevonden. In totaal werden op zestien verschillende plaatsen onderzocht. Hierbij gaat het om kazernes, woningen en instellingen in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. Elektronische apparaten, opslageenheden en documenten zouden daarbij zijn meegenomen door de ordediensten.

Gebreken bij de inlichtingendiensten

Maar nieuwe informatie doet echter vermoeden dat Franco A. reeds lang onder verdenking had moeten staan bij de MAD. De militaire contraspionagedienst heeft per jaar met zo’n 400 gevallen van mogelijk extremisme in de ‘Bundeswehr’ te maken. Mits toelating van de Duitse staatsveiligheid, kan de MAD daarbij beroep doen op alle mogelijke middelen, van het afluisteren van telecommunicatie tot het inzetten van undercoveragenten. Het aantal daadwerkelijke extremisten die verder onderzocht worden door de MAD ligt daarbij vrij laag.

In 2015 werden nog 10 soldaten verder onderzocht, waarvan er eentje ook ontslagen werden op grond van het onderzoek. Hierbij ging het in 2015 om één islamist en negen personen met extreemrechtse tendensen. In het werk van de MAD schijnt vooral een nadruk te liggen op mogelijk extreemrechts gedachtegoed. Zo worden momenteel nog 280 gevallen van mogelijke extreemrechtse soldaten bij de Bundeswehr onderzocht. Hierbij gaat het om 100 gevallen uit werkjaar 2017. Het hoge aantal casussen bemoeilijkt naar alle waarschijnlijkheid ook de vlotte werking van de inlichtingendienst.

Racistische thesis

Hierbij had de casus van Franco A. duidelijk moeten opvallen. De Hessische officier werd op 11 september 2009 overgeplaatst naar de Duitse staf in het Franse Fontainebleau. Hier begon hij een studie Staats- en Sociale Wetenschappen aan de prestigieuze Franse officiersschool Saint-Cyr. In 2013, na een punctueel afgelegd traject van 4 jaar, diende hij daar een eerste maal zijn afsluitende thesis in. De thesis telt 140 pagina’s en draagt de titel “Politieke verandering en Subversiestrategie” (“Politischer Wandel und Subversionsstrategie”). Het werkstuk viel op bij de Franse commandant van de school, die de wetenschappelijkheid ervan in vraag stelde.

In januari sprak ook de Duitse staf in Fontainebleau over “duidelijke gebreken” in de thesis van Franco A.. Tot een mondelinge verdediging kwam het zelfs niet. Saint-Cyr liet weten dat Franco A. het enkel aan zijn Duits paspoort te danken had dat hij zijn studieplaats niet kwijtspeelde. In een gesprek met de Duitse commandant benadrukte Franco A. dat hij geen wetenschappelijke begeleiding kreeg op Saint-Cyr en te kampen had met de tijdsdruk. Ook zei hij dat hij niet extreemrechts was. Op 15 januari werd de thesis doorgespeeld aan een onafhankelijk historicus die het werkstuk diende na te lezen om de bevindingen van de school te controleren.

“Een handleiding propaganda”

Deze bevestigde reeds drie dagen later dat het hierbij niet ging om een wetenschappelijk werkstuk maar om een “(in) stijl en inhoud radicaalnationalistisch, racistisch appel dat de schrijver met enige moeite pseudowetenschappelijk wou ondersteunen. […] bepaalde delen lezen eerder als een handleiding voor propaganda.” De historicus legde ook een sterke nadruk op het opvallende taalgebruik van Franco A. en de vreemde interpretatie van ‘volk’ en ‘natie’ in het werk.

Vooral het eerste hoofdstuk over ‘Diasporagroepen’ valt daarbij sterk op. Deze worden door de auteur als een latent gevaar gezien omwille van het feit dat ze nooit tot dit volk zouden kunnen behoren. Hun rol blijft daardoor beperkt tot beschadigen en ondergraven van deze bevolking. Ook waarschuwt hij voor ‘rassenvermenging’ die politieke gevolgen zou kunnen hebben. Het zijn deze minderheden die volgens hem een uitbreiding van mensenrechten nastreven, iets wat meerderheden niet zou interesseren.

De wetenschappelijke onderbouwing laat volgens de onderzoekende historicus sterk de wensen over, en indien het al zover komt, zou het voornamelijk gaan om het werk van de sterk bekritiseerde 19de-eeuwse socioloog en antropoloog Gustave Le Bon.

De auteur van de thesis heeft volgens de historicus ook een brede lijst aan vijanden in zijn werk opgenomen. Van NGO’s, over media, popmuziek en vrouwenemancipatie. Allen moeten eraan geloven in het werkstuk van Franco A. De verwijzing naar ‘Autogenocide’, of het uitroeien van het eigen volk door migratiegolven, is volgens de onafhankelijke historicus geen onbekend gegeven in extreemrechtse kringen.

Onderzoek zonder gevolgen

De historicus aarzelde dan ook niet om de desbetreffende instanties voor de student te waarschuwen. De man zou duidelijke extreemrechtse ideeën hebben die onverenigbaar zijn met de Bundeswehr, zo heette het. De opmerking zorgde ervoor dat de openbaar aanklager inzake militaire aangelegenheden (‘Wehrdisziplinaranwalt’) zich korte tijd bezighield met de zaak Franco A. De jonge soldaat kreeg daarbij slechts een waarschuwing van de WDA. De zaak werd niet overgemaakt aan de inlichtingendienst MAD.

In twee latere verhoren in januari 2014 benadrukte Franco A. nogmaals dat hij noch racistisch, noch nationalistisch is. Het onderzoek besluit met het oordeel dat de student zichzelf overschatte in zijn wetenschappelijke kunnen en het hierbij enkel gaat om een wetenschappelijk falen. De politieke overtuiging van de man scheen voor de officieren die zich met de zaak bezighielden niet problematisch te zijn voor de waarden van het leger. Na een tweede poging kreeg de man in 2015 alsnog zijn diploma en kon hij beroepsofficier worden.

Von der Leyen schiet met scherp

Minister van Defensie Ursula von der Leyen (CDU) neemt het heft duidelijk in handen bij het opvolgen van de zaak Franco A. Een geplande reis naar de VS werd afgezegd en de zaak werd overgeleverd aan het de federale openbare aanklager. Von der Leyen plande ook al een vergadering in Berlijn in met honderd hoge leidinggevenden van de Bundeswehr om de zaak op te klaren. Het onderzoek, dat nog gaande is, zou momenteel een netwerk van zo’n vijftal extreemrechtse soldaten in het vizier hebben. Von der Leyen bekritiseerde de Bundeswehr sterk afgelopen weekend. In haar commentaar over de zaak sprak ze van een “gebrek aan leiderschap”, een “gedragsprobleem” en een “misverstane korpsgeest”.

Hans-Peter Bartels (SPD), die zich in de Bundestag met militaire aangelegenheden bezighoudt, geeft toe dat er vele problemen zijn in het Duitse leger. Hieraan voegt hij echter toe dat de problemen aan de top beginnen en mevrouw von der Leyen niet vrij te pleiten is van schuld. Dat zei de parlementair in een interview met de zender Bayern 2. Von der Leyen had in de afgelopen drieënhalf jaar dienst haar Bundeswehr zo kunnen organiseren dat het dergelijke problemen kon voorkomen. Ook André Wüstner van het Bundeswehrverband, een onafhankelijke vereniging die zich met het leger bezighoudt, schiet met scherp op von der Leyen. Het is volgens hem onbegrijpelijk hoe een minister zich zo over haar eigen manschappen kan uiten.

Tussen de Bundeswehr en minister von der Leyen loopt de spanning al geruime tijd hoog op. Grote delen van het leger zijn niet opgezet met de genderpolitiek van de minister. Aan de andere kant trad de minister de laatste tijd hard op tegen enkele gevallen van verbaal en fysiek geweld in bepaalde lagen van het leger. Zo werd vorige week nog de hoofdopleider van de Bundeswehr, generaal-majoor Spindler, ontslagen in het kader van enkele gevallen van misbruik in de opleiding tot soldaat.

Eclatant falen van de migratiediensten

Belangrijker nog dan de vraag naar de rol van de MAD, is het eclatante falen van de Duitse dienst voor Migratie en Vluchtelingen (Bundesamt für Migration und Flüchtlinge, BAMF). Zonder enige diepgravende controle kon een Duits staatsburger en militair zich uitgeven voor een vluchteling en ook nog erkend worden. Het feit dat de ‘Syrische christen’ geen woord Arabisch sprak scheen voor de opvangdiensten onproblematisch. Zonder enige duidelijke bewijzen die konden bevestigen dat de man daadwerkelijk Syriër was, kon hij aanspraak maken op onderdak in het Beierse Zirndorf en maandelijks €400 uitgekeerd krijgen.

De Duitse overheid wijt het probleem aan de massale toestroom eind 2015, waarbij dagelijks tienduizenden illegaal de grens overstaken en daardoor slechts rudimentair gescreend konden worden. Nadat reeds in 2014 meer dan 200.000 asielaanvragen waren gesteld, had het BAMF een versnelde procedure ingesteld voor Syrische vluchtelingen. Dit werd later uitgebreid voor religieuze en etnische minderheden uit Irak en voor vluchtelingen uit Eritrea. ‘Vluchtelingen’ kregen daarbij enkel een vragenlijst voorgeschoteld, zonder rechtstreeks geconfronteerd te worden met migratiebeambten.

Pas sinds de regeling van het wettelijk kader van deze maatregel, op 17 maart 2016, werd geëist dat deze vluchtelingen grondiger gecontroleerd worden. Al moet hier ook opgemerkt worden dat er nog steeds uitzonderingen gemaakt worden voor zaken als kinderasiel of familiehereniging.

Wanneer de vraag gesteld wordt naar het hoe en waarom van Franco A., moet dus ook sterk rekening gehouden worden met de relatief makkelijke situatie waarin de jonge extremist zijn aanslag kon plannen en de voorbereidende werken kon uitvoeren. Indien de man grondig gescreend zou zijn geweest, zou er van een mogelijke aanslag geen sprake zijn geweest.

Nood aan hervorming

Het staat buiten kijf voor vele Duitse opiniemakers dat de asielpolitiek van de regering Merkel in grote mate verantwoordelijk is voor de situatie die zich hier kon voordoen. De Zaak Franco A. is mogelijks niet de enige van zijn soort, al is de andere zijde van het spectrum ook nog steeds onderbelicht. Zo werd ook al snel duidelijk dat de daders van de aanslagen in Berlijn als de aanslagen in Brussel van vorig jaar teruggereisd waren via de vluchtelingsroutes naar Europa. Ondanks de begrijpelijke paniekreactie van de Duitse overheid en het Ministerie van Defensie, dient zich ook de Dienst voor Migratie en Vluchtelingen zich degelijk te beraden over de gevoerde strategie.