Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) gaat vanaf 30 september 1,17 miljoen euro vrijmaken voor de de behandeling van patiënten met genderdysforie (geslachtsidentiteitsstoornis). Dat is de aandoening waar transseksualiteit en transgenderisme onder vallen. Het gaat om de terugbetaling van psychosociale hulp en een geneesmiddelforfait voor puberteitsremmers (hormonenremmers). Dat brengt Belga.

In de gespecialiseerde centra melden zich steeds meer mensen met genderdysforie of met vragen hieromtrent. Zo zijn er onder meer aan UZ Leuven zeven verschillende psychiaters, seksuologen en endocrinologen actief rond genderdysforie. Aan UZ Gent zijn een achttal mensen tewerkgesteld in het ‘centrum voor seksualiteit en gender’ inclusief ondersteunend personeel. Maar de mensen die hulp vragen in zo’n centrum moeten acht tot twaalf maanden wachten op psychologische hulp. Om dit euvel te verhelpen zal er binnen RIZIV een akkoord uitgevoerd worden dat de bestaande samenwerking van doorverwijzers en nazorg versterkt. Het gendercentrum aan de UZ Gent zal het eerste zijn waar dit akkoord zal geïmplementeerd worden. Tevens is het de bedoeling dat er ook zo’n Franstalig gespecialiseerd centrum.

Genderdysforie

Genderdysforie is ondanks veel recent protest nog steeds opgenomen in het DSM-5 (het ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’: het handboek van mentale stoornissen). Mensen met een geslachtsidentiteitsstoornis identificeren zich met een ander geslacht dan wat men biologisch is. Het splitst zich op in enerzijds transgenderisme, waarbij men niet echt wil kiezen tussen een van de twee geslachten en anderzijds transseksualiteit, waarbij men over wil gaan tot chirurgie en/of hormonale behandeling.

Wie recht heeft op terugbetaling van psychosociale behandeling of medicatie zijn mensen die ofwel symptomen van deze stoornis vertonen of ermee gediagnosticeerd zijn. Het gaat dan onder andere over gesprekken – waarbij men tot zo’n diagnose kan komen -, antwoorden over bestaande behandelingen, begeleiding tijdens behandelingen en nazorg.

Hormonenremmers en hormoonsubstituten

 w

Puberteitsremmers zijn niet te verwarren met cross-sex-hormonenbehandeling, dat pas ten vroegste vanaf 16 jaar kan worden ingezet. Men dient dan oestrogeen aan biologische jongens toe of testosteron aan biologische meisjes (hormoonsubstituten). Hierbij wordt dan de puberteit nagebootst van het andere geslacht. Dit is onomkeerbaar en wordt niet terugbetaald. Hierna kan eventueel zelfs overgegaan worden tot een geslachtsoperatie, in principe ten vroegste vanaf 18 jaar.

Opvallend, eerder deze maand communiceerde De Block dat er zou bespaard worden op de nazorg van hartfalen. Gisteren werd ook gecommuniceerd dat er 35 miljoen euro zou uitgetrokken worden voor de hervormingsplannen van dringende geneeskundige hulp.