De katholieke onderwijskoepel slaat alarm. Door besparingen, inflatie en een stijgende toestroom aan leerlingen hebben de Vlaamse basisscholen niet meer voldoende werkingsmiddelen. Dat bericht Belga. 

Leekrachten die eigen lesmateriaal aankopen, zwemlessen die afgeschaft worden en steeds meer activiteiten zoals ‘spaghetti-avonden’ die geld in het laatje moeten brengen… Dat basisscholen een tekort aan werkingsmiddelen hebben, kan met behulp van verschillende voorbeelden worden geïllustreerd. Voor de scholen zelf is een tekort hieraan een groot probleem aangezien zij met deze werkingsmiddelen zo goed als alle kosten, uitgezonderd de lonen van leraars, betalen.

Onvoldoende werkingsmiddelen

Op het eerste zicht lijkt het vreemd dat scholen een tekort aan werkingsmiddelen hebben. Gedurende de periode periode 2009-2015 stegen deze immers met 5 procent. In absolute cijfers komt dit overeen met stijging van 911 naar 956 miljoen euro.

Het probleem echter, is dat deze stijging onvoldoende is om de inflatie in die periode te compenseren. Met andere woorden, scholen kunnen met hun budget – ook al is dit gestegen – minder kopen. Een bijkomende tegenslag voor de basisscholen, was dat de Vlaamse regering in 2014-2015 extra bespaarde op de werkingsmiddelen. Dit om de begroting onder controle te houden. Ook leidde de toegenomen leerlingengroei maar in beperkte mate tot een stijging van de werkingsmiddelen.

Het gevolg laat zich raden. Door enerzijds de besparingen en de trage groei van de werkingsmiddelen en anderzijds de inflatie, daalde de koopkracht van de scholen met zo’n 6 procent. Vooral tijdens het schooljaar 2014-2015 – mede door de besparingen – was er een sterke daling van de scholen hun koopkracht.

Schuift het tekort door naar de middelbaar onderwijs?

Het tekort aan werkingsmiddelen zal binnenkort ook de werking van het middelbaar onderwijs aantasten. Sinds het schooljaar 2014-2015 is er een stijgende toestroom aan leerlingen die naar het middelbaar onderwijs trekken. Als gevolg dreigen de middelbare scholen in eenzelfde situatie terecht te komen als de lagere scholen.

Lieven Boeve, topman van de Katholieke onderwijskoepel, trekt aan de alarmbel. Volgens hem moet de overheid “haar ver­ant­woor­de­lijk­heid nemen als ze de kwa­li­teit van het Vlaams on­der­wijs niet wil hy­po­the­ke­ren.”. Wachten tot de volgende regeringsperiode is voor Boeve geen optie.

Crevits belooft actie

Vlaams mi­nis­ter van On­der­wijs Hilde Cre­vits (CD&V) liet weten dat zij werkt aan een globaal plan voor het basisonderwijs. Volgens de ministers geven “in­ter­na­ti­o­na­le stu­dies […] aan dat zeker het ba­sis­on­der­wijs in ver­hou­ding extra mid­de­len kan ge­brui­ken.” Op leraars wordt er volgens de minister niet bespaard. Integendeel, volgens Crevits blijft het budget hiervoor net stijgen.

De oppositie doet geen moeite om haar afkeur hieromtrent te verhullen. Zo zien de Vlaamse socialisten in Boeve’s kritiek, een bevestiging van hun eigen scepsis over het beleid van de minister. Voor Vlaams parlementslid Caroline Gennez (sp.a) is het onwaarschijnlijk “dat minister Crevits nog durft spreken over een groei van de budgetten. Deze legislatuur heeft ze 45 euro per leerling bespaard in het basisonderwijs en 117 euro per leerling in het secundair. Tegelijk heeft de minister de maximumfactuur in het basisonderwijs verhoogd, waardoor ouders steeds meer op kosten worden gejaagd”.

Gennez heeft het dan ook gehad met de minister van Onderwijs: “Voor de zoveelste keer belooft de minister actie. Wie gelooft haar nog? Onlangs nog beloofde ze de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs op te trekken tot het niveau van het basisonderwijs. Wat is er van gekomen? Ze beloofde een actieplan voor het basisonderwijs, met concrete investeringen. Wanneer mogen we dat verwachten? En ze beloofde een lerarenloopbaanpact om de jobs van leraars en directies leefbaarder te maken. Heeft iemand daar nog iets van vernomen?”, vraagt Gennez zich af.