Syrië: Risico op confrontatie tussen Assad en VS-coalitie stijgt

0
555

Op donderdag voerden Amerikaanse gevechtsvliegtuigen een bombardement uit tegen eenheden gesteund door de Syrische regering van president Bashar al-Assad. De militie, die zowel door de Assad-regering en door Iran gesteund wordt, bewoog zich in de richting van een Amerikaans-Britse basis nabij al-Tanf aan de grens tussen Syrië en Irak. De Amerikaanse luchtmacht greep in om een dreiging tegen de basis te voorkomen, maar volgens een bevelhebber van pro-Assad strijdkrachten was het bombardement eerder een waarschuwing en niet bedoeld om slachtoffers te veroorzaken. De situatie nabij al-Tanf lijkt, in ieder geval voorlopig, gestabiliseerd. Het incident toont echter wel aan dat in de huidige situatie van het conflict, het risico voor rechtstreekse confrontaties tussen pro-Assadtroepen en de coalitie de hoogte in gaat.

Al-Tanf bevindt zich in een regio binnen Syrië, langs de Jordaanse en Irakese grens, en is vooral onder de invloed van rebellengroepen gesteund door Amerika en Jordanië. De pro-Assadmilities bevonden zich echter diep in dit gebied, en bewogen met een tank en meerdere graafmachines richting de Amerikaans-Britse basis. Hun bedoeling zou geweest zijn om een eigen basis op te bouwen in dezelfde regio. Amerika heeft echter een overeenkomst met Rusland over bepaalde zones waarin ze geen troepen bewegen zonder verwittiging. Op deze manier proberen ze rechtstreekse confrontaties te vermijden, maar deze militie hield daar geen rekening mee. Volgens verschillende bronnen greep de Amerikaanse luchtmacht ook slechts in nadat Rusland meerdere vruchtloze pogingen ondernomen had om de milities terug te doen keren.

Het Syrische leger richt zich op nieuwe gebieden

Het incident zal echter waarschijnlijk niet het enige van zijn soort zijn. Na het opzetten van verschillende ‘veiligheidszones’ in Syrië waar een staakt-het-vuren geldt tussen loyalisten en gematigde rebellen, beweegt het Syrische leger nu naar nieuwe gebieden. De veiligheidszones in en rond Idlib, Homs en Damascus zorgen ervoor dat het Syrisch leger capaciteit heeft kunnen vrij maken voor andere operaties. In plaats van zich tegen de rebellen te richten, kan het Syrisch leger nu proberen meer terrein te winnen in het oosten van het land.

Tijdens de strijd tegen de Islamitische Staat, waarbij Koerdische groeperingen en rebellengroepen grote delen van het land konden innemen in het oosten, waren eenheden van het Syrisch leger vooral bezig met tegen rebellengroeperingen in het westen aan het vechten. Nu daar meer stabiliteit komt in het westen, wil de Syrische regering ook zijn deel van de gebieden in het oosten ten koste van de Islamitische Staat heroveren en opeisen. Dit zijn natuurlijk exact de gebieden waar ook Amerikaanse bondgenoten actief zijn, en waar zich ook coalitie-eenheden bevinden die deze bondgenoten ondersteunen en opleiden. Assad hoopt zo, na het uitschakelen van IS en tijdens eventuele latere onderhandelingen, ook mee een zeg te hebben over het oosten van het land.

Kans op meer confrontaties

Dergelijke expedities –  zoals deze die aanleiding gaf tot de Amerikaanse bombardementen – door pro-Assadmilities en zelfs regeringstroepen en Russische eenheden zijn niet enkel te verwachten rond al-Tanf, naar de Irakese grens op, maar ook bijvoorbeeld nabij Raqqa. In de buurt van Raqqa voeren de Syrische ‘Tiger Forces’ momenteel een offensief in de richting van posities van de gemengd Koerdisch-Arabische Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) rond Tabqa. Tussen deze rebellen van de SDF en de loyalisten bestaan echter een betere verstandhouding, en is er dus misschien minder risico op echte gevechten in dat deel van het land.

In het zuiden van het land, waar Amerikaanse eenheden en die van hun coalitiebondgenoten zich op de grond bevinden samen met rebelleneenheden, blijft dat risico het hoogst. De pro-Assadmilities zijn zich ook bewust van dit risico, en in eerdere konvooien werden ook reeds luchtafweersystemen opgemerkt, waarmee deze milities zich zouden kunnen proberen verdedigen tegen luchtaanvallen door de coalitie.

Dit verhoogt natuurlijk ook het risico voor de coalitie in hun operaties tegen de Islamitische Staat, die ook in die gebieden aanwezig is. Ondanks deze dreiging houden de loyalisten vast aan hun objectief om de grens met Irak te bereiken. De kans is dus groot dat na het incident van donderdag, er nog meer gelijkaardige incidenten of zelfs gevechten zouden kunnen plaatsvinden terwijl pro-Assadeenheden hun aanwezigheid in het oosten van het land proberen te herstellen.